…
De[1] Germaansche name Niuhard,[2] verlatijnd Niuhardus, Nivhardus, (niu, nieuw, hard zeer: zeer nieuw, zeer jong , Neanias, Neaniscus) kan, in tween gevallen, twee kepnamen, hypocoristica, verschaft hebben aan eenen en den zelfsten Niuhard. Zoo hoort men Frederijk, nu Free nu Rijk, Freetje, Rijkske heeten. Bartholomeus wordt insgelijks, eerste helft van't woord, de geboortename Bartels, andere helft, Meeuws. Zoo 't nu gaat, in die zaken, zoo ging het hier voortijds ook: tegen Niuhard zei men Niju en Hard, Nijfken, Hardjen; of in middeleeuwscher tale, Nivijn, Hardijn. Den zoon van eenen Nivijn zou men Nivijns, den zoon van eenen Hardijn Hardijns genaamd hebben, dat een nog bestaande geboorte- of geslachts- name gebleven is. Het volk kan zijnen beminden Sente Nivhard of Nivaert Sente Nivijn geheeten hebben, zoo als het, van Sente Anne, Sent Anneken, van Sente Antheunis , Sent Antheuneken maakt.
Nivijn zou in 't Fransch Nivin, in 't Latijn Nivinus, Nivianus, en, hervlaamscht, Niviaen kunnen geworden zijn.
…
De vlaamsche volkstale vervangt dikwijls, zelfs de ingaande I door n, bezonderlijk in vreemde woorden. B. v. Alkove wordt Ankove (Schuermans Idioticon); Eemalig wordt Eemanig (De Bo's Idioticon); zoo hebbe ik, uit den mond des volks, Bulsteren aangeteekend, dat Bunsteren gesproken wordt; Buffelen kulder (buffellederen kolder), dat Buffene kulder luidt.
Met ingaande l, hoorde ik “'k en kan hem niet genuchten,” voor "'k en kan hem niet (ge)luchten.” 't Is, taalkundig gesproken, mogelijk dat men Sente Nivijn gezeid hebbe, en naderhand geschreven, voor Sente Livijn (Liebwin, verlatijnd Livinus).[3]






