<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0" xmlns:exist="http://exist.sourceforge.net/NS/exist">
  <teiHeader>
    <fileDesc>
      <titleStmt>
        <title>02/11/1870, Brugge, Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]</title>
        <author>
          <persName>Duclos, Adolf Juliaan</persName>
        </author>
        <editor>Koen Calis</editor>
        <editor>Publicatie</editor>
        <editor>Liesbeth Langouche (research)</editor>
        <editor>Marc Carlier (research)</editor>
        <principal>Els Depuydt</principal>
        <funder>
          <ref target="https://www.brugge.be/bibliotheek">Openbare Bibliotheek Brugge</ref> (Guido Gezellearchief)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://ctb.kantl.be">Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie</ref> (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/isln/">Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN)</ref> (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen)
        </funder>
        <funder>Guido Gezellegenootschap</funder>
      </titleStmt>
      <publicationStmt>
        <publisher>Guido Gezellearchief</publisher>
        <pubPlace>Brugge</pubPlace>
        <publisher>KANTL/CTB</publisher>
        <pubPlace>Gent</pubPlace>
        <date>2025</date>
        <availability>
          <p>Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een 
            <ref target="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/deed.nl">Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel</ref> licentie.
          </p>
        </availability>
      </publicationStmt>
      <sourceDesc>
        <msDesc>
          <msIdentifier>
            <repository>locatie origineel onbekend</repository>
            <idno type="GGA">locatie origineel onbekend</idno>
            <idno type="GGA.record">26937</idno>
          </msIdentifier>
          <msContents>
            <msItem>
              <incipit>Uw correspondent van Zondag laatst, die D</incipit>
            </msItem>
          </msContents>
          <physDesc>
            <objectDesc form="brieven">
              <supportDesc>
                <condition>
                  <p>volledig</p>
                </condition>
              </supportDesc>
            </objectDesc>
          </physDesc>
          <additional>
            <listBibl>
              <bibl>Brieven LIII / door Adolf Duclos. - In: Rond den Heerd. - Jrg.5 (5 november 1870) nr.50, p.397-399</bibl>
            </listBibl>
          </additional>
        </msDesc>
      </sourceDesc>
    </fileDesc>
    <encodingDesc>
      <projectDesc>
        <p>De briefwisseling van Guido Gezelle.</p>
      </projectDesc>
      <editorialDecl>
        <p>De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.</p>
        <p>De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.</p>
        <p>Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.</p>
        <p>Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.</p>
      </editorialDecl>
      <listPrefixDef>
        <prefixDef ident="brief" matchPattern="^(gg\..+)$" replacementPattern="https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>brief</code> prefix verwijzen naar andere brieven in de editie. De URI  
            <code>brief:gg.10184</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.gg.10184</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
        <prefixDef ident="record" matchPattern="^(\d+)$" replacementPattern="https://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>record</code> prefix verwijzen naar recordnummers in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge. De URI  
            <code>record:1322</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|1322</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
      </listPrefixDef>
    </encodingDesc>
    <profileDesc>
      <langUsage>
        <language ident="nl">Nederlands</language>
        <language ident="la">Latijn</language>
      </langUsage>
      <textClass>
        <keywords>
          <term>brief</term>
        </keywords>
      </textClass>
      <correspDesc>
        <correspAction type="sent">
          <persName key="persoon0803">Duclos, Adolf Juliaan</persName>
          <date when="1870-11-02" when-custom="1870-11-02">02/11/1870</date>
          <placeName key="plaats0158">Brugge (Brugge)</placeName>
        </correspAction>
        <correspAction type="received">
          <persName key="persoon0905" evidence="conjecture">Gezelle, Guido</persName>
        </correspAction>
        <note type="remarks">locatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar; briefversie van datering: Alderzielendag A. D. 1870.</note>
      </correspDesc>
    </profileDesc>
    <xenoData>
      <data xmlns="https://www.brugge.be/bibliotheek/brocade">
        <zcatfulltexts>
          <li type="ingrp">
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>Brugge, op Alderzielendag A. D. 1870. Eerweerde Heer ende Vriend, Uw correspondent van Zondag laatst, die D. teekent, schijnt goed de geschiedenisse van sint Bruno, en nog wat erbij te kennen. 't Is waar dat sint Bruno doceerde te Rhyemen; 'k zal erbij voegen dat hij opvolgentlijk lesse gaf in de studia humaniora, in de wijsheid en in de Godheid, hetgene de Bollandisten klaar bewijzen in den commentarius prævius tot zijn leven. De betrekkingen die tusschen de Metropolies Rhyemen en Brugge bestonden, kunnen nog opgehelderd worden door de gifte die Ebbo, Aartsbisschop van Rhyemen, in 842 aan Grave Boudewin den Iseren deed, het lichaam te weten van sint Donatianus, zijnen voorzaat, dat bestemd was om in Bruggen Kathedrale vereerd te worden zoodra Grave Boudewin den Burg zou verschansd hebben. Tot verder bewijs daarvan zal ik nog bijbrengen dat men in ons bisdom in 't jaartellen den styl van Rhyemen volgde, die bestond in het jaar te beginnen met Paaschen. Ja, dat men zelfs de gewone schrijfmanieren, die elders in Vrankrijk gevolgd wierden, niet aan en nam, om te beduiden of een dag voor of na Paaschen kwam. Aldus, van eenen dag, waarover men, zonder aanteekeninge, zou kunnen getwijfeld hebben of hij voor of achter Paaschen viel, en zetten de capitelacten van sint Salvators niet: ante of post pascha, noch ook: more gallicano, gelijk elders overal, maar : more scribendi prouincie Rhemensis. Dit zal verder in dezen mijnen brief blijken uit hetgene ik aanhale uit gemelde acten. - Laat mij nu, eerweerde Heer ende Vriend, wederkeeren naar Bisschop de Hauwere, waarvan ik begonnen heb te spreken, op sinte Rosalia laatstleden, bladz. 338. Maar eerst moet ik u vragen dat gij zoudt de woorden Bisschop van Tererburg dood doen, achter den name van Drogo; alsook de o van Meeussono veranderen in eene e. ' k Zou u ook nog moeten vragen waarom gij gedrukt hebt Hugo Doens, in plaatse van Hugo Coens, en waarom gij achter Meeussone, Meeuwsseune stelt met een ?, alsof het zou eene questie zijn of Meeussone en Meeuwsseune hetzelfste is. Misschien omdat gij twijfeldet of ik het woord wel geschreven hadde, maar ik verzekere u dat, in het stuk dat in 1380 geschreven is, de name gespeld staat zoo ik hem geschreven hebbe. Pater Soller en heeft dit stuk niet nauwkeurig afgeschreven, zoo ik gezien hebbe, wanneer ik zijne uitgave vergeleek met het oorspronklijk pergament. Nu, een kruisken en een vaantjen over de missen die gij mij hebt doen begaan, aangezien dat ze toch niet onverbeterd en zullen geboekt blijven. Voor de Hauwere, zet Sanderus en, na hem, Pastor Ocket, in zijn handschrift, De Harwere; elders, in zijne handschriften en vinde ik deze laatste spellinge niet, maar de houwere, dhauwere, ab houerio, of kort af Houerius. Hoort hoe Wilhelm de Hauwere Deken wierd van sint Salvators. Heere ende Meester Pieter de le Carreest, alias Carreest of de le Kerrest, Deken van sint Salvators, was dezer wereld overleden den 18 Junij 1552, en, op den zelfsten dag had het Capitel, in zijne vergaderinge, Meester Aarnout Dierckens, Pastor van de Gouden Portie, aangesteld om 't gezag te oefenen tijdens de vacantie van de Dekenije. Eenige dagen later, te weten op den 21 van de zelfste maand, hielden de Kaneuniken kiezinge, en de meerderheid van stemmen viel op Meester Jan Baheyt, hunnen confrater, en Commissaris van het Hof van Doornijk. Heer Baheyt was wel te vreden over zijne kiezinge, ook, den 27 Junij bedankte hij plechtiglijk de Kaneuniken, zoo de capitelacten het ons doen weten. En, al is het dat de capitelacten het zwijgen, zoo peize ik, zonder vermetel oordeel, te mogen erbij voegen, dat de bedankinge zal het leven gekost hebben aan meer als een kopstuk uit Meester Baheyt zijnen kelder. 't Ging Baheyt gedenken zoo vroegtijdig bedankt te hebben. Immers Keizer Karel had zijnen Deken gereed, en die Deken was Bisschop Wilhelm De Hauwere. Het sleepte nogtans een tijdeken aan, en de Kaneuniken van sint Salvators en roerden niet, ten minsten voor zoovele het te vernemen is uit de capitelacten. Het was bij Pauselijke gunste, dat de benoeminge tot geestelijke weerdigheden en tot al de kerken van 't Rijk, den Keizer toekwam. De keizerlijke brieven van benoeminge van De Hauwere tot de Dekenije van sint Salvators zijn gegeven te Bergen, den 16 Julij 1552. Maar, wilde De Hauwere Deken gekozen worden door 't capitel, hij moest eerst Kaneunik zijn. Hij vroeg gevolgentlijk om zijne cantorije in de Capellekerke te Brussel, aan sint Jooris autaar, te verwisselen tegen de canonicale prebende aan sinte Kathelinen autaar in de collegiale van sint Salvators, welke prebende alsdan bezat Meester Pieter Brondhon, Priester van 't bisdom van Kamerijk. De verwisselinge geschiedde, en, den 30 Oest 1552, presenteerde Heere en de Meester De Hauwere zijne brieven van collatie van den Bisschop van Doornijk, zijner Hoogweerdigheid Karel de Croy. Den zelfsten dag nam hij bezit en wierd geinstalleerd, deor Meester Aarnout Dierkins, die, om reden van het openstaan der Dekenije, het voorzitterschap bekleedde. Daarna, altijd op den zelfsten 30 Augusti, na den inhoud van de keizerlijke brieven, die de Capitelheeren verzochten hem te willen kiezen of vragen, wierd hij Deken gekozen. De brieven van den Bisschop van Doornijk aangaande zijn canonicaat staan uitgeschreven in den Registrum III, folio 150 verso, en deze van den Keizer nopens de Dekenije, ibidem, folio 152, recto. De prebende aan sinte Kathelinenautaar was gevestigd in de nog bestaande sinte Kathelinen capelle, het capelleken voorbij dat van Karel den Goede, dat alsdan sint Lieven capelle was, en waar de Schrijnwerkers hunnen dienst deden. In de capelle waar Heere ende meester de Hauwere zijne prebende had, vierden de Wagenmakers hunne diensten sedert den 28 julij 1516. Het is in dit capelleken dat het geschilderd glasraam van den zeer eerweerden Heere Kaneunik Andries te zien is. Sinte Katheline is er nog te aanschouwen, in beelde, boven op den autaar, en haar wiel speelt in de versieringen van den tuin. De Hauwere draagt in al deze acten den titel van Bisschop van Sarrepta. Het is geweten dat de Bisschoppen van Doornijk, om reden van de uitgestrektheid van hun bisdom, alsdan, even als nu de Aartsbisschop van Mechelen, wijbisschoppen hadden. Vele onder dezen waren Bisschoppen van Sarrepta in partibus, en resideerden te Brugge. Meester de Hauweres voorzaat, Johannes Destraux, was Bisschop van Sarrepta sedert 1543. Wanneer de Hauwere gewijd wierd, waar en door wien, is mij tot nu toe onbekend gebleven. Ondertusschen terwijlen dat de Hauwer Deken was van sint Salvators, kwam de pastorije van sinte Walburge open te vallen, die, als ook de pastorije van sint Jacobs, onder het patronaat van het capitel van sint Salvators stond. Immers Meester Jooris Vandenberghe, als Procurator van Meester Wilhelm de la Couronne, had de pastorije, namens dezen laatsten, opgezeid, ter cause van permutatie tegen de eeuwigdurende geestelijke kosterije, custodiam siue matriculariam, die gesticht was in de prochiekerke van Waerdamme. Volgens capitulaire acten, wierd de collectie tot de openstaande pastorije gedaan ten voordeele van Heere ende Meester de Hauwere, op den 27 Februarij, volgens de wijze van 't jaar te rekenen die in voegen was in 't Rhyemsche, more scribendi prouincie Rhemensis, van 't jaar 1557. Dat is, volgens de nieuwe tijdrekeninge, op den 27 Februarij 1558. Immers wij beginnen het jaar met den 1sten Januarij, daar in de provincie van Rhyemen het jaar met Paaschen begon, en 't capitel van sint Salvators stond onder Doornijk, 't welke bisdom van eersten af deel gemaakt had van de aartsbisschoppelijke provincie van Rhyemen. De act van bezitneminge van de Hauwere, als Pastor van sinte Walburge, is van den 4 Maarte, 't zelfste jaar 1558. Maar wanneer stierf Bisschop De Hauwere? Sanderus antwoordt: Omtrent 1560. Er is middel van dit nader te bepalen. Hij was misschien reeds ziek op den laatsten October 1558, immers in capitelacte van dezen dag, wanneer kaneuniken Pieter Strekelinc en Pieter Cocquel bezit namen van hunne prebenden, wierd het capitel voorgezeten door Meester Pieter Verdonck, de oudste van de drie Pastors van sint Salvators, in de afwezigheid van den Deken. Daarmede nogtans en komen wij niet verre; want er zou kunnen gemeend worden, en 't heeft ook zijne waarschijnelijkheid, dat Bisschop De Hauwere ten tijde misschien op vorminge was, wijbisschop zijnde van Doornijk. In de capitelacten van sint Salvators vind ik diesaangaande op den 24 Februarij, feestdag van sint Matthijs, van 't jaer 1558, volgens den styl van Rhyemen, 1559 volgens onze tijdrekening: "Aangezien zaliger gedachtenisse, de eerbiedweerdige Heere ende Vader in Christo, Meester Wilhelm De Hauwere, Doctor in de Godheid, laatste Deken van de collegiale kerke van sint Salvators te Brugge, daags te vooren, 's nachts, 't gene zonder bittere droefheid niet en kan vermeld worden, den tol aan de nature betalende, zijnen geest aan den oppersten schepper, zijnen Heere, wedergegeven heeft, de Heeren van 't capitel, vergaderd......" Wij hebben daar gevolgentlijk de date van Heere ende Meester De Hauwere zijn overlijden, te weten hij stierf op den 23 Februarij 1559, volgens den nieuwen styl. Zijn opvolger, den zelfsten dag gekozen, en goedgekeurd door keizerlijke brieven van Philips II, van 28 Julij 1559, was Heere ende Meester Dionysius Paulin, Kanonik van sint Salvators, die, den 23 October van 't zelfste jaar bezit nam van zijne dekenije. Daar is 't al dat ik tot nu toe vernomen hebbe, aangaande Bisschop De Hauwere. Ten naasten keer eenige woorden over de andere persoonen die te voorschijn komen in den act van verheffinge van sinte Godelieven Reliquien, die door De Hauwere gedaan wierd. Uw toegenegen Ad. Duclos, Priester.</in>
              <loc>text</loc>
              <ty>transcription</ty>
            </ingrp>
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>26937</in>
              <loc>kantl</loc>
              <ty>link</ty>
            </ingrp>
          </li>
        </zcatfulltexts>
        <zhrcondition>
          <li type="condnotegroup">
            <condnotegroup>
              <condnote>volledig</condnote>
              <condnotelg>21</condnotelg>
              <condnotety>ggacond</condnotety>
            </condnotegroup>
          </li>
        </zhrcondition>
        <zhrdocumentation>
          <li type="edocugroup">
            <edocugroup>
              <edocuref>Brieven LIII / door Adolf Duclos. - In: Rond den Heerd. - Jrg.5 (5 november 1870) nr.50, p.397-399</edocuref>
              <edocurel>ggaother</edocurel>
            </edocugroup>
          </li>
          <xedocuref_ggaother>Brieven LIII / door Adolf Duclos. - In: Rond den Heerd. - Jrg.5 (5 november 1870) nr.50, p.397-399</xedocuref_ggaother>
        </zhrdocumentation>
        <zhridentity>
          <li type="classificationterm">
            <classificationterm>a::aat.10278:1.2</classificationterm>
          </li>
          <li type="idennotegroup">
            <idennotegroup>
              <idennote>locatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar; briefversie van datering: Alderzielendag A. D. 1870.</idennote>
              <idennote_ggagen>locatie origineel onbekend: brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar; briefversie van datering: Alderzielendag A. D. 1870.</idennote_ggagen>
              <idennotelg>37</idennotelg>
              <idennotety>ggagen</idennotety>
            </idennotegroup>
          </li>
          <identifier>6/26937</identifier>
          <li type="objectname">
            <objectname>brief</objectname>
          </li>
          <li type="repository">
            <repository>Locatie origineel onbekend</repository>
          </li>
          <li type="titlegroup">
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]</titleti>
              <titleti_conti>Adolf Juliaan Duclos aan [Guido Gezelle]</titleti_conti>
              <titlety>conti</titlety>
            </titlegroup>
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Uw correspondent van Zondag laatst, die D</titleti>
              <titleti_incbr>Uw correspondent van Zondag laatst, die D</titleti_incbr>
              <titlety>incbr</titlety>
            </titlegroup>
          </li>
          <li type="xclassificationterm">
            <xclassificationterm>
              <classificationterm>brieven</classificationterm>
              <classificationterm_xac>a::aat.10278:1.2</classificationterm_xac>
            </xclassificationterm>
          </li>
          <li type="xrepository">
            <xrepository>
              <repository>Locatie origineel onbekend</repository>
            </xrepository>
          </li>
          <xrepository_vw>Locatie origineel onbekend</xrepository_vw>
        </zhridentity>
        <zhrinscriptions>
          <li type="inscrgroup">
            <inscrgroup>
              <inscription>Ad. Duclos, Priester</inscription>
              <inscrty>handtekening</inscrty>
            </inscrgroup>
          </li>
        </zhrinscriptions>
        <zhrisad>
          <li type="isadgrp">
            <isadgrp>
              <isadloi>isad:gga:12</isadloi>
            </isadgrp>
          </li>
        </zhrisad>
        <zhrlocation>
          <li type="locgroup">
            <locgroup>
              <loc>locatie origineel onbekend</loc>
              <locpkid>obbruggez</locpkid>
            </locgroup>
          </li>
          <xloc>locatie origineel onbekend</xloc>
        </zhrlocation>
        <zhrproduction>
          <li type="contextgroup">
            <contextgroup>
              <bdate>02/11/1870</bdate>
              <location>Brugge</location>
            </contextgroup>
          </li>
          <li type="creatorgroup">
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.2540</creator>
              <creator_bs_PG>Duclos, Adolf Juliaan</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.1291</creator>
              <creator_be_PG>[Gezelle, Guido]</creator_be_PG>
              <creatorqualifier>reconstructed</creatorqualifier>
              <creatorrole>be</creatorrole>
            </creatorgroup>
          </li>
        </zhrproduction>
        <zhrsubjects>
          <li type="subjspecgroup">
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Nederlands</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Latijn</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
          </li>
        </zhrsubjects>
      </data>
    </xenoData>
    <revisionDesc>
      <change when="2026-01-08">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2025-11-19">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2025-02-20">mvass: transformation Word -- DALF</change>
    </revisionDesc>
  </teiHeader>
  <text type="brief" xml:id="gg.26937" n="26937">
        <body>
            <div type="correspBlock.content">
                <opener>
                    <dateline>
                        <name type="plaats" key="plaats0158" n="Brugge">Brugge</name>, op Alderzielendag A. D. 1870.</dateline>
                    <salute>Eerweerde Heer ende Vriend,<note place="foot">
                            <p> De locatie van de originele brief is onbekend. De brief is enkel in gepubliceerde vorm beschikbaar als lezersbrief gepubliceerd in: <name type="werk.gg" key="werk.gg0018" n="Rond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.">Rond den Heerd</name>: 5 (5 november 1870) 50, p.397-399.</p>
                        </note>
                    </salute>
                </opener>
                <p>Uw correspondent van Zondag laatst, die D. teekent, schijnt goed de geschiedenisse van <name type="persoon" key="persoon3871" n="Bruno van Keulen (heilige)">sint Bruno</name>, en nog wat erbij te kennen.<note place="foot">
                        <p> Het gaat hier over de lezersbrief die werd gepubliceerd in Rond den Heerd: 5 (29 oktober 1870) 49, p.391.</p>
                    </note>
                </p>
                <p>'t Is waar dat sint Bruno doceerde te <name type="plaats" key="plaats1797" n="Reims">Rhyemen</name>; 'k zal erbij voegen dat hij opvolgentlijk lesse gaf in de <hi rend="italic">studia humaniora</hi>, in de wijsheid en in de Godheid, hetgene de Bollandisten klaar bewijzen in den <hi rend="italic">commentarius prævius</hi> tot zijn leven.</p>
                <p>De betrekkingen die tusschen de <hi rend="italic">Metropolies</hi> Rhyemen en Brugge bestonden, kunnen nog opgehelderd worden door de gifte die <name type="persoon" key="persoon3872" n="van Reims, Ebbo">Ebbo</name>, Aartsbisschop van Rhyemen, in 842 aan <name type="persoon" key="persoon3873" n="Boudewijn I van Vlaanderen">Grave Boudewin den Iseren</name> deed, het lichaam te weten van <name type="persoon" key="persoon3874" n="Donatianus van Reims (heilige)">sint Donatianus</name>, zijnen voorzaat, dat bestemd was om in Bruggen Kathedrale vereerd te worden zoodra Grave Boudewin den Burg zou verschansd hebben.</p>
                <p>Tot verder bewijs daarvan zal ik nog bijbrengen dat men in ons bisdom in 't jaartellen den styl van Rhyemen volgde, die bestond in het jaar te beginnen met Paaschen. Ja, dat men zelfs de gewone schrijfmanieren, die elders in Vrankrijk gevolgd wierden, niet aan en nam, om te beduiden of een dag voor of na Paaschen kwam. Aldus, van eenen dag, waarover men, zonder aanteekeninge, zou kunnen getwijfeld hebben of hij voor of achter Paaschen viel, en zetten de capitelacten van sint Salvators niet: <hi rend="italic">ante</hi> of <hi rend="italic">post pascha</hi>, noch ook: <hi rend="italic">more gallicano</hi>, gelijk elders overal, maar: <hi rend="italic">more scribendi prouincie Rhemensis</hi>.<note place="foot">
                        <p> Vertaling Paul Thoen (Latijn): voor of na Pasen, noch ook op de Gallicaanse wijze, gelijk elders overal, maar: op de wijze van schrijven van de kerkprovincie van Reims.</p>
                    </note> Dit zal verder in dezen mijnen brief blijken uit hetgene ik aanhale uit gemelde acten. -</p>
                <p>Laat mij nu, eerweerde Heer ende Vriend, wederkeeren naar <name type="persoon" key="persoon3849" n="de Hauwere, Guillaume">Bisschop de Hauwere</name>, waarvan ik begonnen heb te spreken, op sinte Rosalia laatstleden, bladz. 338.<note place="foot">
                        <p> Zie <!--REGISTER: no entry found for brief26936-->
                            <ref type="brief" target="brief:gg.26936">lezersbrief van Adolf Duclos van 04/09/1870</ref> gepubliceerd in: Rond den Heerd: 5 (17 september 1870) 43, p.338-339.</p>
                    </note>
                </p>
                <p>Maar eerst moet ik u vragen dat gij zoudt de woorden <hi rend="italic">Bisschop van Tererburg</hi> dood doen, achter den name van <name type="persoon" key="persoon3854" n="van Terwaan, Drogo">Drogo</name>; alsook de <hi rend="italic">o</hi> van <hi rend="italic">Meeussono</hi> veranderen in eene <hi rend="italic">e</hi>. ' k Zou u ook nog moeten vragen waarom gij gedrukt hebt Hugo Doens, in plaatse van <name type="persoon" key="persoon3875" n="Coene, Hugo">Hugo Coens</name>, en waarom gij achter Meeussone, <hi rend="italic">Meeuwsseune</hi> stelt met een?, alsof het zou eene questie zijn of Meeussone en Meeuwsseune hetzelfste is. Misschien omdat gij twijfeldet of ik het woord wel geschreven hadde, maar ik verzekere u dat, in het stuk dat in 1380 geschreven is, de name gespeld staat zoo ik hem geschreven hebbe. <name type="persoon" key="persoon3861" n="du Sollier, Jean Baptist">Pater Soller</name> en heeft dit stuk niet nauwkeurig afgeschreven, zoo ik gezien hebbe, wanneer ik zijne uitgave vergeleek met het oorspronklijk pergament.</p>
                <p>Nu, een kruisken en een vaantjen over de missen die gij mij hebt doen begaan, aangezien dat ze toch niet onverbeterd en zullen geboekt blijven.</p>
                <p>Voor <hi rend="underline">de Hauwere,</hi> zet <name type="persoon" key="persoon3850" n="Sanderus, Antonius">Sanderus</name> en, na hem, <name type="persoon" key="persoon3877" n="Ocket, Arnoldus Laurentius">Pastor Ocket</name>, in zijn <name type="werk.ander" key="werk.ander1956" n="Uittreksel uit het handschrift rakende de parochiale kerk van S. Salvator te Brugge opgesteld door Arnoldus Laurentius Joannes Ocket">handschrift</name>, <hi rend="italic">De Harwere</hi>; elders, in zijne handschriften en vinde ik deze laatste spellinge niet, maar <hi rend="italic">de houwere, dhauwere, ab houerio</hi>, of kort af <hi rend="italic">Houerius</hi>.</p>
                <p>Hoort hoe Wilhelm de Hauwere Deken wierd van sint Salvators.</p>
                <p>Heere ende Meester <name type="persoon" key="persoon3881" n="de le Carreest, Pieter">Pieter de le Carreest</name>, <hi rend="underline">alias</hi> Carreest of de le Kerrest, Deken van sint Salvators, was dezer wereld overleden den 18 Junij 1552, en, op den zelfsten dag had het Capitel, in zijne vergaderinge, Meester <name type="persoon" key="persoon3880" n="Dierkens, Aarnout">Aarnout Dierckens,</name> Pastor van de Gouden Portie, aangesteld om 't gezag te oefenen tijdens de vacantie van de Dekenije.</p>
                <p>Eenige dagen later, te weten op den 21 van de zelfste maand, hielden de Kaneuniken kiezinge, en de meerderheid van stemmen viel op Meester <name type="persoon" key="persoon3970" n="Baheyt, Jan">Jan Baheyt</name>, hunnen confrater, en Commissaris van het Hof van Doornijk.</p>
                <p>Heer Baheyt was wel te vreden over zijne kiezinge, ook, den 27 Junij bedankte hij plechtiglijk de Kaneuniken, zoo de capitelacten het ons doen weten. En, al is het dat de capitelacten het zwijgen, zoo peize ik, zonder vermetel oordeel, te mogen erbij voegen, dat de bedankinge zal het leven gekost hebben aan meer als een kopstuk uit Meester Baheyt zijnen kelder.</p>
                <p>'t Ging Baheyt gedenken zoo vroegtijdig bedankt te hebben. Immers <name type="persoon" key="persoon3864" n="Karel V">Keizer Karel</name> had zijnen Deken gereed, en die Deken was Bisschop Wilhelm De Hauwere. Het sleepte nogtans een tijdeken aan, en de Kaneuniken van sint Salvators en roerden niet, ten minsten voor zoovele het te vernemen is uit de capitelacten.</p>
                <p>Het was bij Pauselijke gunste, dat de benoeminge tot geestelijke weerdigheden en tot al de kerken van 't Rijk, den Keizer toekwam. De keizerlijke brieven van benoeminge van De Hauwere tot de Dekenije van sint Salvators zijn gegeven te Bergen, den 16 Julij 1552.</p>
                <p>Maar, wilde De Hauwere Deken gekozen worden door 't capitel, hij moest eerst Kaneunik zijn.</p>
                <p>Hij vroeg gevolgentlijk om zijne cantorije in de Capellekerke te Brussel, aan sint Jooris autaar, te verwisselen tegen de canonicale prebende aan sinte Kathelinen autaar in de collegiale van sint Salvators, welke prebende alsdan bezat Meester <name type="persoon" key="persoon3971" n="Brondhon, Pieter">Pieter Brondhon,</name> Priester van 't bisdom van Kamerijk. De verwisselinge geschiedde, en, den 30 Oest 1552, presenteerde Heere en de Meester De Hauwere zijne brieven van collatie van den Bisschop van Doornijk, zijner Hoogweerdigheid <name type="persoon" key="persoon3863" n="van Croÿ, Karel">Karel de Croy</name>. Den zelfsten dag nam hij bezit en wierd geinstalleerd, door Meester Aarnout Dierkins, die, om reden van het openstaan der Dekenije, het voorzitterschap bekleedde.</p>
                <p>Daarna, altijd op den zelfsten 30 Augusti, na den inhoud van de keizerlijke brieven, die de Capitelheeren verzochten hem te willen kiezen of vragen, wierd hij Deken gekozen.</p>
                <p>De brieven van den Bisschop van Doornijk aangaande zijn canonicaat staan uitgeschreven in den <hi rend="italic">Registrum</hi> III, folio 150 <hi rend="italic">verso</hi>, en deze van den Keizer nopens de Dekenije, <hi rend="italic">ibidem</hi>, <hi rend="italic">folio</hi> 152, <hi rend="italic">recto</hi>.</p>
                <p>De prebende aan sinte Kathelinenautaar was gevestigd in de nog bestaande sinte Kathelinen capelle, het capelleken voorbij dat van <name type="persoon" key="persoon3449" n="van Denemarken, Karel">Karel den Goede</name>, dat alsdan sint Lieven capelle was, en waar de Schrijnwerkers hunnen dienst deden.<note place="foot">
                        <p> Op 23 april 1827 waren de relieken van Karel de Goede overgebracht van de Sint-Donaaskerk naar de Sint-Livinuskapel in de Sint-Salvatorkathedraal. (K. Verschelde, <hi rend="italic">De kathedrale van S. Salvator te Brugge. Geschiedkundige beschryving</hi>. Brugge: Edw. Gailliard, 1865, p.279).</p>
                    </note>
                </p>
                <p>In de capelle waar Heere ende meester de Hauwere zijne prebende had, vierden de Wagenmakers hunne diensten sedert den 28 julij 1516. Het is in dit capelleken dat het geschilderd glasraam van den zeer eerweerden Heere Kaneunik Andries te zien is. Sinte Katheline is er nog te aanschouwen, in beelde, boven op den autaar, en haar wiel speelt in de versieringen van den tuin.</p>
                <p>De Hauwere draagt in al deze acten den titel van Bisschop van Sarrepta. Het is geweten dat de Bisschoppen van Doornijk, om reden van de uitgestrektheid van hun bisdom, alsdan, even als nu de Aartsbisschop van Mechelen, wijbisschoppen hadden. Vele onder dezen waren Bisschoppen van Sarrepta <hi rend="italic">in partibus</hi>, en resideerden te Brugge. Meester de Hauweres voorzaat, <name type="persoon" key="persoon3938" n="Destraux, Johannes">Johannes Destraux</name>, was Bisschop van Sarrepta sedert 1543. Wanneer de Hauwere gewijd wierd, waar en door wien, is mij tot nu toe onbekend gebleven.</p>
                <p>Ondertusschen terwijlen dat de Hauwer Deken was van sint Salvators, kwam de pastorije van sinte Walburge open te vallen, die, als ook de pastorije van sint Jacobs, onder het patronaat van het capitel van sint Salvators stond. Immers Meester <name type="persoon" key="persoon3972" n="Vandenberghe, Jooris">Jooris Vandenberghe</name>, als <hi rend="italic">Procurator</hi> van Meester <name type="persoon" key="persoon3973" n="de la Couronne, Wilhelm">Wilhelm de la Couronne</name>, had de pastorije, namens dezen laatsten, opgezeid, ter cause van permutatie tegen de eeuwigdurende geestelijke kosterije, <hi rend="italic">custodiam siue matriculariam</hi>,<note place="foot">
                        <p> Vertaling Paul Thoen (Latijn): custodiam of matriculariam, de twee termen betekenen allebei ’kosterij’.</p>
                    </note> die gesticht was in de prochiekerke van Waerdamme.</p>
                <p>Volgens capitulaire acten, wierd de collectie tot de openstaande pastorije gedaan ten voordeele van Heere ende Meester de Hauwere, op den 27 Februarij, volgens de wijze van 't jaar te rekenen die in voegen was in 't Rhyemsche, <hi rend="italic">more scribendi prouincie Rhemensis</hi>,<note place="foot">
                        <p> Vertaling Paul Thoen (Latijn): op de wijze van schrijven van de kerkprovincie van Reims.  </p>
                    </note> van 't jaar 1557. Dat is, volgens de nieuwe tijdrekeninge, op den 27 Februarij 1558. Immers wij beginnen het jaar met den 1<hi rend="sup">sten</hi> Januarij, daar in de provincie van Rhyemen het jaar met Paaschen begon, en 't capitel van sint Salvators stond onder Doornijk, 't welke bisdom van eersten af deel gemaakt had van de aartsbisschoppelijke provincie van Rhyemen.</p>
                <p>De act van bezitneminge van de Hauwere, als Pastor van sinte Walburge, is van den 4 Maarte, 't zelfste jaar 1558.</p>
                <p>Maar wanneer stierf Bisschop De Hauwere? Sanderus antwoordt: Omtrent 1560. Er is middel van dit nader te bepalen.</p>
                <p>Hij was misschien reeds ziek op den laatsten October 1558, immers in capitelacte van dezen dag, wanneer kaneuniken <name type="persoon" key="persoon3957" n="Strekelinc, Pieter">Pieter Strekelinc</name> en <name type="persoon" key="persoon3958" n="Cocquel, Pieter">Pieter Cocquel</name> bezit namen van hunne prebenden, wierd het capitel voorgezeten door Meester <name type="persoon" key="persoon3882" n="Verdonck, Petrus">Pieter Verdonck</name>, de oudste van de drie Pastors van sint Salvators, in de afwezigheid van den Deken.</p>
                <p>Daarmede nogtans en komen wij niet verre; want er zou kunnen gemeend worden, en 't heeft ook zijne waarschijnelijkheid, dat Bisschop De Hauwere ten tijde misschien op vorminge was, wijbisschop zijnde van Doornijk.</p>
                <p>In de capitelacten van sint Salvators vind ik diesaangaande op den 24 Februarij, feestdag van sint Matthijs, van 't jaer 1558, volgens den styl van Rhyemen, 1559 volgens onze tijdrekening: “Aangezien zaliger gedachtenisse, de eerbiedweerdige Heere ende Vader in <hi rend="italic">Christo</hi>, Meester Wilhelm De Hauwere, Doctor in de Godheid, laatste Deken van de collegiale kerke van sint Salvators te Brugge, daags te vooren, 's nachts, 't gene zonder bittere droefheid niet en kan vermeld worden, den tol aan de nature betalende, zijnen geest aan den oppersten schepper, zijnen Heere, wedergegeven heeft, de Heeren van 't capitel, vergaderd......”</p>
                <p>Wij hebben daar gevolgentlijk de date van Heere ende Meester De Hauwere zijn overlijden, te weten hij stierf op den 23 Februarij 1559, volgens den nieuwen styl.</p>
                <p>Zijn opvolger, den zelfsten dag gekozen, en goedgekeurd door keizerlijke brieven van <name type="persoon" key="persoon3865" n="Filips II">Philips II</name>, van 28 Julij 1559, was Heere ende Meester <name type="persoon" key="persoon3883" n="Paulin, Dionysius">Dionysius Paulin</name>, Kanonik van sint Salvators, die, den 23 October van 't zelfste jaar bezit nam van zijne dekenije.</p>
                <p>Daar is 't al dat ik tot nu toe vernomen hebbe, aangaande Bisschop De Hauwere.</p>
                <p>Ten naasten keer eenige woorden over de andere persoonen die te voorschijn komen in den act van verheffinge van sinte Godelieven Reliquien, die door De Hauwere gedaan wierd.</p>
                <closer>
                    <salute>Uw toegenegen </salute>
                    <signed>
                        <name type="persoon" key="persoon0803" n="Duclos, Adolf Juliaan">Ad. Duclos, Priester.</name>
                    </signed>
                </closer>
            </div>
        </body>
    </text>
</TEI>