Ten zaliger
'k Geloove dat Hij leeft, die 't leven schiep[1]
en elk verwekken zal die ooit ontsliep
of scheen in 't graf te dalen.
'k Geloove dat de loon de werken dekt
en overmild vergeldt, ja, verder strekt
als 's levens wijdste palen.
'k Geloove dat gij, Moeder, moe gewrocht,
en moe geleden, (en)[2] eindlijk los gerocht
van 's werelds dienstbaarheden,
in Hem nu rust, in wien gij Christen wierdt
en, met Geloove en Liefde en Hoop versierd,
zijt in Gods rijk getreden.
'k Geloove dat, op de oude rots gestaan,
gij weerdig hebt dit leven doorgegaan
en zijt alsnu gerezen
waar, Moeder, gij uw' kindren, trouw en goed,
naartoe wenkt, en voortaan verlangen doet
om weêr bij U te wezen!
en elk verwekken zal die ooit ontsliep
of scheen in 't graf te dalen.
'k Geloove dat de loon de werken dekt
en overmild vergeldt, ja, verder strekt
als 's levens wijdste palen.
'k Geloove dat gij, Moeder, moe gewrocht,
en moe geleden, (en)[2] eindlijk los gerocht
van 's werelds dienstbaarheden,
in Hem nu rust, in wien gij Christen wierdt
en, met Geloove en Liefde en Hoop versierd,
zijt in Gods rijk getreden.
'k Geloove dat, op de oude rots gestaan,
gij weerdig hebt dit leven doorgegaan
en zijt alsnu gerezen
waar, Moeder, gij uw' kindren, trouw en goed,
naartoe wenkt, en voortaan verlangen doet
om weêr bij U te wezen!
8[3] oct. 81
Guido Gezelle







