p2
I. Zoo gij pleegt te eten, zoo zult gij plegen te arbeiden.[1]
Een arbeider die niet genoeg en eet verleeft
het zijn hoofdgeld insteê van zijn kroozen te verleven.
Een arbeider die niet genoeg en eet verleeft
het zijn hoofdgeld insteê van zijn kroozen te verleven.
Goede magen
kunnen vele dragen;
doch, ware een’ mage nog zoo goed,
onwijs bedrijf helpt ze kranken doet.
kunnen vele dragen;
doch, ware een’ mage nog zoo goed,
onwijs bedrijf helpt ze kranken doet.
II. Het bloed is de metser, de metssteenen zijn
het eiwitvoedsel, deswegen:
het eiwitvoedsel, deswegen:
Zuivel, melk en boongekooksel
zijn de grond van zuiver bloed,
maken roodgeverfde kaken,
krachtig lijf en kloeken moed.
zijn de grond van zuiver bloed,
maken roodgeverfde kaken,
krachtig lijf en kloeken moed.
III. ‘t Groot geld en geeft de groote voedzaamheid niet want,
Havermeel en zuivel miek onze ouders
stalen arm- en heldenmoed behouders.
stalen arm- en heldenmoed behouders.
IV. Ge ‘n leeft niet bij ‘t gene dat gij eet, maar bij ‘t gene dat gij van uw eten verteert; daarom:
Kookt te mate; en knabbelt kleen,
wilt gij mark in pijp en been;
mond en kweern[2]
Zijn half ‘t verteren.
p3V. Noch te koud noch te heet aan zult gij eten of drinken, want,
wilt gij mark in pijp en been;
mond en kweern[2]
Zijn half ‘t verteren.
p3V. Noch te koud noch te heet aan zult gij eten of drinken, want,
Heete drank en heete brokken
hebben menig tand getrokken;
Al te koud entwat genieten
is ’t vergif in ‘t lichaam gieten.
hebben menig tand getrokken;
Al te koud entwat genieten
is ’t vergif in ‘t lichaam gieten.
VI. Houdt eenen wisselgang in uwe eetmalen, want,
Altijd een en ‘t zelve knagen
doet in ‘t end de magen tragen;
weze ‘t wild of weze ‘t visch,
altijd ‘t zelve ondeugend is.
doet in ‘t end de magen tragen;
weze ‘t wild of weze ‘t visch,
altijd ‘t zelve ondeugend is.
VII. Vermijdt al ‘t geen te sterk gezouten, gepeperd of anderszins gekruid is:
Wilt gij teren lange en wel
kruidt en zout, maar nooit te fel.
kruidt en zout, maar nooit te fel.
VIII. Het eten slacht het bouwen; het morgenmaal moet als grondlag[3] vast en kloek, het avondmaal[4] in tegendeel, als bovenkappe, licht en gering zijn, dus:
‘s Morgens, vol en kleen gelag,
meer te midden van den dag;
‘s avonds minst van al vermag.
p4IX. Voedzame hoofdgetijen doen
dat men de tusschengetijen kan missen,
immers,
meer te midden van den dag;
‘s avonds minst van al vermag.
p4IX. Voedzame hoofdgetijen doen
dat men de tusschengetijen kan missen,
immers,
de mage slacht een knecht vol vlijt,
die rusten moet , is ’t rustens tijd.
die rusten moet , is ’t rustens tijd.
X. Kaffee, wijn en bier en zijn geen zaken die voedsel maar die wellust en
genoegte geven, daarom,
genoegte geven, daarom,
Laat brandgeest, bier en[5] wijn vrij staan:
‘t zal zonder deze drie wel gaan;
maar koopt al dat tot vleesch beklijft,
en ‘t bloed gezond deur ‘t herte drijft;
daarbij, wanneer gij eten gaat,
den Heer te bidden nooit en laat!
‘t zal zonder deze drie wel gaan;
maar koopt al dat tot vleesch beklijft,
en ‘t bloed gezond deur ‘t herte drijft;
daarbij, wanneer gij eten gaat,
den Heer te bidden nooit en laat!
Heer & vriend,
'k zou 't moeten uitschrijven maar ‘k en hebbe den tijd niet; ‘K en hebbe geen afschrift, dus verzoeke afschrift of afdruk[6] terug, als ‘t u belieft
Ben ulieden zeer toegenegen
Guido Gezelle







