<Resultaat 2026 van 2965

>

p1
Mijn achtbare Heer
Dokter Heelkunde Depoorter Hendrik
n° 155, in de blijde-inkomst-str.
te Leuven
 
p2
I. Zoo gij pleegt te eten, zoo zult gij plegen te arbeiden.[1]
Een arbeider die niet genoeg en eet verleeft
het zijn hoofdgeld insteê van zijn kroozen te verleven.

Goede magen
kunnen vele dragen;
doch, ware een’ mage nog zoo goed,
onwijs bedrijf helpt ze kranken doet.

II. Het bloed is de metser, de metssteenen zijn
het eiwitvoedsel, deswegen:

Zuivel, melk en boongekooksel
zijn de grond van zuiver bloed,
maken roodgeverfde kaken,

krachtig lijf en kloeken moed.

III. ‘t Groot geld en geeft de groote voedzaamheid niet want,

Havermeel en zuivel miek onze ouders
stalen arm- en heldenmoed behouders.

IV. Ge ‘n leeft niet bij ‘t gene dat gij eet, maar bij ‘t gene dat gij van uw eten verteert; daarom:

Kookt te mate; en knabbelt kleen,
wilt gij mark in pijp en been;
mond en kweern[2]
Zijn half ‘t verteren.
p3V. Noch te koud noch te heet aan zult gij eten of drinken, want,

Heete drank en heete brokken
hebben menig tand getrokken;
Al te koud entwat genieten
is ’t vergif in ‘t lichaam gieten.

VI. Houdt eenen wisselgang in uwe eetmalen, want,

Altijd een en ‘t zelve knagen
doet in ‘t end de magen tragen;
weze ‘t wild of weze ‘t visch,
altijd ‘t zelve ondeugend is.

VII. Vermijdt al ‘t geen te sterk gezouten, gepeperd of anderszins gekruid is:

Wilt gij teren lange en wel
kruidt en zout, maar nooit te fel.

VIII. Het eten slacht het bouwen; het morgenmaal moet als grondlag[3] vast en kloek, het avondmaal[4] in tegendeel, als bovenkappe, licht en gering zijn, dus:

‘s Morgens, vol en kleen gelag,
meer te midden van den dag;
‘s avonds minst van al vermag.
p4IX. Voedzame hoofdgetijen doen
dat men de tusschengetijen kan missen,
immers,

de mage slacht een knecht vol vlijt,
die rusten moet , is ’t rustens tijd.

X. Kaffee, wijn en bier en zijn geen zaken die voedsel maar die wellust en
genoegte geven, daarom,

Laat brandgeest, bier en[5] wijn vrij staan:
‘t zal zonder deze drie wel gaan;
maar koopt al dat tot vleesch beklijft,
en ‘t bloed gezond deur ‘t herte drijft;
daarbij, wanneer gij eten gaat,
den Heer te bidden nooit en laat!

Heer & vriend,

'k zou 't moeten uitschrijven maar ‘k en hebbe den tijd niet; ‘K en hebbe geen afschrift, dus verzoeke afschrift of afdruk[6] terug, als ‘t u belieft

Ben ulieden zeer toegenegen
Guido Gezelle

Noten

[1] Hendrik Depoorter vroeg aan Guido Gezelle om de Duitse spreuken verzameld door Friedrich Ebersold te vertalen, wat resulteerde in De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding.
[2] L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, dl.2, p.1132: ”Kweerne is eene Handmolen“.
[3] In Verzameld dichtwerk: ’grondslag’
[4] In het Verzameld dichtwerk: ’ avendmaal’.
[5] Guido Gezelle voegt een schuine streep toe in de tekst om aan te tonen dat ’bier‘ en ’en’ niet aan elkaar geschreven zijn.
[6] De proefdruk volgt drie vier maanden later in een brief van H. Depoorter aan G. Gezelle.

Register

Correspondenten - personen

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefontvanger

NaamDepoorter, Hendrik
Datums° Emelgem, 22/12/1863 - ✝ Sint-Kruis (Brugge), 02/01/1947
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioHendrik Depoorter werd geboren te Emelgem 22 december 1863 als zoon van geneesheer Augustinus Depoorter (1830-1916) en Rosalia Verstraete (1829-1903). In 1883 was hij student te Emelgem. Vervolgens studeerde hij geneeskunde te Leuven. In het najaar van 1891 signeerde hij zijn brieven als dokter. Tijdens zijn studententijd woonde hij in de Blijde Inkomststraat 155, waar hij ook nog kort na zijn afstuderen verbleef (1891 en begin 1892). Later in 1892 vestigde hij zich als arts in de Brugstraat te Izegem. Depoorter huwde drie keer. Zijn eerste huwelijk was op 13 augustus 1891 met de Leuvense Maria Louisa Hendrickx (Leuven, 1857 - Izegem, 1895), met wie hij drie kinderen kreeg: Auguste, Joseph en Felicitas. Maria Louisa overleed in 1895 na de geboorte van hun derde kind. Op 22 juli 1896 trad hij in het huwelijk te Ardooie met Adeline Vuylsteke (1861-1925), met wie hij zoon Paul kreeg, later oorlogsburgemeester tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn derde huwelijk was op 5 september 1925 te Brugge met de Sidonie Volcke (1869-1949). In 1883 begon Depoorter te corresponderen met Guido Gezelle. Die briefwisseling beperkte zich niet tot zijn studiejaren: ook als praktiserend arts zette hij het contact met de dichter verder. Depoorter verzamelde woorden uit oude boeken voor Gezelle, vroeg taaladvies, en werkte mee aan een prijskamp over Vlaamse namen en ziekten in het Leuvense. In 1891 vertaalde Gezelle op zijn vraag Duitse gezondheidsspreuken van Friedrich Ebersold, wat resulteerde in de folder 'De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding'. Hendrik Depoorter overleed op 2 januari 1947 in Sint-Kruis (Brugge).
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsdrukwerk
Bronnen https://gezelle.be/guido-gezellearchief/gezellearchief-onderzoek-12-1-algemene-intro/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1/gezellearchief-onderzoek-12-4-extra-muros-1; Geneanet

Plaats van verzending

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk

Naam - persoon

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamEbersold, Friedrich; Ebersold, Fritz
Datums° Saanen, 11/03/1851 - ✝ Zürich, 11/06/1923
GeslachtMannelijk
Beroepredacteur; schrijver; toneelschrijver
VerblijfplaatsZwitserland
BioFriedrich Ebersold werd geboren op 11 maart 1851 in Saanen als zoon van Franz Ebersold. Hij begon zijn loopbaan als journalist bij de krant “Der Bund”. Van 1893 tot 1898 was hij uitgever en redacteur van het “Intelligenzblatt für die Stadt Bern”. Nadien werkte hij als redacteur bij de “Schweizerische Wirte-Zeitung”. In 1912 nam hij de uitgeverij en redactie van het satirische blad “Nebelspalter” over, naast de uitbating van een aanpalend café. Begin 1918 keerde hij terug naar de “Schweizerische Wirte-Zeitung”. Als auteur publiceerde Ebersold uiteenlopende werken: volkslectuur, historische romans, toneelstukken in Berner dialect en toeristische gidsen. Werken van hem zijn de roman “Pflicht und Liebe” (1882), de komedies “E strubi Wuche” (1889), “Wie Christen eine Frau gewinnt“ (1891), “E Radikalkur” (1892) en “D’s Puntenööri” (1904), evenals het wandelboek “Durch das Berner Oberland” (1893). Hij publiceerde ook over gezonde voeding, waaronder “Unser täglich Brot” (1893). Op verzoek van dokter Hendrik Depoorter vertaalde Guido Gezelle een aantal van zijn Duitse gezondheidsspreuken in het Nederlands. Naast zijn literaire en journalistieke activiteiten was Ebersold algemeen secretaris van de Zwitserse gastherenvereniging (Schweizerischer Wirteverein). Fritz Ebersold overleed op 11 juni 1923 in Zürich.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamLeuven
GemeenteLeuven

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelDe tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 302

Indextermen

Briefontvanger

Depoorter, Hendrik

Briefschrijver

Gezelle, Guido

Correspondenten - personen

Depoorter, Hendrik
Gezelle, Guido

Naam - persoon

Gezelle, Guido
Ebersold, Friedrich

Naam - plaats

Leuven

Plaats van verzending

Kortrijk

Titel - gedicht van Guido Gezelle

De tien geboden van eene gezonde en verstandige voeding

Titel[01/10/1891], Kortrijk, Guido Gezelle aan Hendrik Depoorter
EditeurStefaan Maes
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenStefaan Maes, Gezelle Guido aan Depoorter Hendrik, Kortrijk (Kortrijk), [01/10/1891]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderGezelle, Guido
OntvangerDepoorter, Hendrik
Verzendingsdatum[01/10/1891]
VerzendingsplaatsKortrijk (Kortrijk)
AnnotatieDatum en plaats gereconstrueerd op basis van de poststempel; fotokopie in Gezellearchief; locatie origineel: brief is in privé-bezit.
Gepubliceerd indl. VIII, p.302-304
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 207 mm x 134 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden briefomslag bewaard, met adres, postzegel afgestempeld
Bewaargegevens
BewaarplaatsPrivébezit
ID Gezellearchief12834-3; Privé-bezit
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.25435
Inhoud
Incipit'k zou 't moeten uitschrijven
Samenvatting bevat Duitse spreuken samengebracht door Friedrich Ebersold en vertaald in het Nederlands door Guido Gezelle op vraag van Hendrik Depoorter (aanvraag zie brief van 30/09/1891 nr.6463); Gezelle heeft geen kopie en vraagt afschrift of afdruk terug
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.