Danke over uwen brief en zante,[1] nog veel meer over het goed nieuws dat gij u wel verzet[2] hebt binst[3] het verlof en dat gij gezind[4] zijt om, waar ‘t vlaamsch geldt den goeden rechten weg in te slaan. Die meest roepen tieren en schelden zijn ‘t die minst doen en die van als ze een jaar of twee in de geld wereld al hun vlaamsch voor goed in ‘t dak steken, met nog kostelijker items daarbij.
Verschillige uwer gezantte woorden en spreuken zijn kostelijk graan en zullen met tijd en stond door mij en mijne hulpen in den gemeenen tas[5] gedaan worden, gevolgentlijk bewaard blijven en benuttigd als ‘t past, in Loq. Wilt gij mij de gevonden boeken en pergamenten ne keer laten zien ‘k zal u dankbaar zijn.[6] Gij schrijft schoon vlaamsch en dat metp2eene keurige penne, dat goed is. Tracht hier en daar meewerkende hulpe te krijgen, het goed gedacht voort te planten; alle ruzie en oneenigheid te schuwen, vlaming te zijn in een woord zoo wel in latijn en in ‘t als in ‘t vlaamsch, zoo wel in ‘t herte en den zin als in den mond.







