Zeer eerweerde Heer en vriend,[1]
De kladde[2] van mynen De Bo artikel is my geworden ik heb ze verbeterd naar Desuttere terug gezonden verzoekende hem om een tweede kladde. Ik en heb nog niets ontvangen.
Ik was van gedacht, met Deken van Thielt, P. Baes en anderen[3] dezen artikel, nog ongedrukt en merkelyk vermeerderd te Thielt af te lezen en hem dan weer te leveren aan R. d. H. om er eenen De Bo numero meê samen te stellen.
Gaat u dat?
Zoo ja, laat my dan de reste van mynen artikel zenden, zet hem geheel en gansch, ik leze de gedrukte kladbladeren af en 's zondags daarna verschynt hy in R. d. H.
Karel de Gheldere heeft een gedicht gereed dat den zelfsten weg zou volgen,[4] alles mits uwe goedkeuringe die ik in een woord schryven van u verwachtende ben.p2Ik heb den drukker van R. d. H. twee stukken gezonden, die misschien zouden te passe komen om de nos te helpen vullen van hier tot den De Bo n°.
Laat my als 't u belieft een woord hebben om te weten hoe en wat
Blyve ulieden toegenegen







