't legende nooit gehoord. Misschien zal 't een mis verstaan zyn van myne conferentie,[1] waarin ik Breidel, tegenstrydig met Conscience, voorenstelde als waarschynelyker bêevaardende naar O. L. V. van Groeninghe, etc. als scherende, met zyn byle het hair van zynen arm, etc. Ik heb gezeid dat hy een grafkapelle had in O. L. V. Kerk te Brugge; men zal misschien "te Brugge" niet gehoord hebben, en O. L. V. te Kortryk verstaan. Ik was te wege uwe dankbaar ontvangen bladeren over J. B. & P. C.,[2] met bemerkingen, terug te zenden, maar H. Baelen van S. Anne heeft ze meê om te lezen. Het spyt my dat de Heer Griffier[3] de nuttelooze moeite gedaan heeft van te schryven; al de beletsels van de twee voorgaande keeren bestaan nog dezen keer Zyt zoo goed hem te bedanken en allen goeden uitslag te wenschen. Ik heb een zegel noodig en men zal my een maken voor de patronage van S. Kathrine, de grootte van een stuk van 2 centimen; kan ik geen teekeninge krygen in den ouden styl met het wiel daarop en + S. Kath. B. V. O.?[4] Ik zou den stempel doen steken te gent, en 't ware om op papier te drukken in 't natte.
Blyve ulieden toegenegen in Christo
Deken houdt staan dat Breidel en De Coninck edel waren voor den slag van Groeninge en dat een stuk bestaat van hun in die hoedanigheid onderteekend op den autaar O. L. V. Kortryk. Zie notice van Mussely op den schilderwerk hier in 't stadhuis[5]







