p1
Zeer eerweerde Heer & goede vriend,
Ben uw eerweerde zeer dankbaar en hoogst vereerd wegens uwe zeer vriendelijke wenschen!
Men heeft mij, eilaas te late, doen verstaan dat de gewaanden Heer Coulon, priester in Vrankrijk, die mij twee drie maal te reke lastig gevallen was, en die mij een herhaalde maal, zoo 'k meende, rikzagen,[1] en geloofde, kwam uw eerweerde was, die mij vereerde met een bezoek! Bidde onschuld, in 't geval dat 't zoo geschied is. Het spijt mij, maar hadde ik u wetens en willens onbeleefd geweest 't zou mij nog erger spijten.
Ben ulieden zeer toegenegen
Guido Gezelle
nog onschuld wegens gekrabbel







