<Resultaat 769 van 2965

>

p1

Pollepels = handen Loo; Preê,[1] prije,[2] prijne = gierig wijf Loo; snabberabetse[3] = vrouwe die vele klapt, Loo; lepeleten = loopende voedsel, Loo; pudder[4] trunte - puntewerkje, Loo; ‘t is al bucht en binde,[5] Loo; hoop over soop? vallen, Loo; kloppertanden Loo; verhuizen met de lanteern aan den dijssel: ‘s nachts Loo; kijven handige uit de mande? = stijf kijven Loo; Een hanske van alle spelen = die op alle feesten is, Loo; zijne foefen maken = eenen pot vergaren, Loo; vlassen = vlaschaarden[6] Alveringhem; intrest = schaâ Loo; wijdeeren = leeden Isenberghe; een deierom[7]= eene daad met opzicht gedaan Loo; tafel is bard = een blad (kaarte) gesmeten moet blijven liggen Loo; vertellement Loo; greppen = kleene greptes maken in de ween[8] om t water te laten afloopen Loo; knijspente = die altijd knijst[9] Loo; korte veurends maken= gauw gedaan maken met iets Loop2

eene gaxxx enz.

ne vein med e geldbeen,[10] t is dikwijls nen bedelaere zegt men, ’en zoo wint hij geld.

Loq. N IV.[11] Daar wonen nu nog Ganze’n te Pollinchove. Loopt naar de ganzen. Zou dat niet kunnen beteekenen loopt de ganzen gaan wachten, = eene slechte bediening (eene enkele gissing)

heelezins = alleszins (Westvleteren), hond of ont[12] = afgeloopen tunne bier Loo. Vermete vrouwe = orkaan Loo.; kortewagen boer = die geen peerden heeft Loo; dozijnegoed = slecht goed Loo; St Jans peerd is in de boomen = de boomen gaan dood; Loo; hamersteert voor klinkeband verstaan. Houthem. Dat is al beschreven en belezen.[13] Veurne; ‘t is al zakken en bazadze = ‘t zelfde Loo; stringgracht = spletdijk of spletgracht[14] Loo; eenen slag doen = goed huwelijk Loo; op meinacht[15] plaatst men nen strooien vent op de baalje van eene hofsteê of voor de deure van een huis voor de slechte jonge dochters (ter eere van Vrija[16] zeker)

p3

= de kamer waar dat de gemeenteraadsleden vergaren Nieuwcappelle een peerd = een beetje vleesch op een beetje brood (voor de kinders) Loo; ingoed = stijf goed Westvleteren; als de wind valt voor nacht, water in de gracht Loo; Laatste koe 't hekken toe[17] Loo; strooipeerd of snijpeerd getuig om strooi te snijen, schroopeerd bij D.B. Loo; noch koe noch steert hebben Loo; kellen = koud zijn Loo; Boogaardvinke = kersevinke,[18] Arnijke Frankrijk krakeling = soorte van zwijnenvleesch Loo; busschen maken = naar schle niet gaan Loo; heefde = land zonder grond bijv. de broeken Loo; krotte poes[19] = chicoreie Loo; toerloere = dronke Loo; windauwauwtjes die langs de struiken hangen en slaan met den wind Loo; smijnslaags[20] = half en half Loo; krul = toebakplante die krult Loo; waterplante, ijzer- eierplante = van den toebak Loo; byllou[21] = scheel Loo; eerdende[22] = tak die uit den grond komt zonder struik Loo; verhazelen = winddroogen Loo;p4

bewijzen, het is mij altijd ten uitersten aangename.

Ik hoop Mijnheer van u er nog wat te kunnen zenden, indien het u aangenaam is, voor het einde van 't verlof.

Indien gij iets van mijnen dienst begeert ik blijf altijd gereed voor God en 't vlaamsch

Uw dienstbereide dienaar
Hier.us Noterdaeme
student Loo

Noten

J. Noterdaeme zal hier antwoord op geven in zijn volgende brief van 06/09/1881.
[1] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[2] G. Gezelle, Zantekoorn. Prije. In: Loquela: 11 (Kerstmaand 1891) 8, p.61: ”PRIJE, de = Deerlijk, teerzeerig, ziekelijk mensen. - “'t En is maar 'n prije van e jongentje, dat Jantje.” Geh. Noorden van Brugge.”
[3] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[4] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[5] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[6] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[7] Hij deed erom.
[8] Weiden.
[9] Klaagt.
[10] G. Gezelle, Vraag in Loquela: 1 (Wiedmaand 1881) 2, p.17: ”N.° 17. Waarom heet men, te Kortrijk, het been van iemand die mank of met e of spakke gaat een geldbeen? - Ne vein med e gelbeen?”

Antwoord o.m.: G. Gezelle, Zantekoorn. Geldbeen. In: Loquela: 1 (Allerheiligen 1881) 7: GELDBEEN, het = 1°, Eigentlijk, een been dat zoo verminkt, veretterd of anderszins verkrenkt is, dat het dienen kon om geld erover te bedelen, immers zittende en toogende dat been langs den openbaren weg, omtrent den ingang van eene kerke, op eene beêvaart, enz. 2°, Oneigenlijk en lachender wijze, 't is gelijk welk mank, krom, aardig; been. Z. L. n° 2, 14, vrage 17.”

[11] Artikel G. Gezelle, Gans Gens Gins. In: Loquela: 1(Oestmaand 1881) 4, p.25-32.
[12] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[13] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[14] Onderstrepingen van Guido Gezelle in rood potlood.
[15] Gezelle verwerkte deze uitleg tot taalkundige fiche met lemma: Mei/nacht.
[16] Freya is de Noordse godin van de vruchtbaarheid, liefde, huwelijk, schoonheid en wellust. Volgens de Germanen was ze de mooiste van alle vrouwen.
Mei/nacht
[17] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[18] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[19] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[20] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[21] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
[22] Onderstreping van Guido Gezelle in rood potlood.
auwe, z. Zie. winden Zie.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Briefschrijver

NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamLo
GemeenteLo-Reninge

Naam - persoon

NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Naam - plaats

NaamAlveringem
GemeenteAlveringem
NaamArneke (Arnèke)
NaamHoutem
GemeenteVeurne
NaamIzenberge
GemeenteAlveringem
NaamLo
GemeenteLo-Reninge
NaamNieuwkapelle
GemeenteDiksmuide
NaamPollinkhove
GemeenteLo-Reninge
NaamVeurne
GemeenteVeurne
NaamWestvleteren
GemeenteVleteren

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Noterdaeme, Jerome

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Noterdaeme, Jerome

Naam - persoon

Noterdaeme, Jerome

Naam - plaats

Alveringem
Arneke (Arnèke)
Houtem
Izenberge
Lo
Nieuwkapelle
Pollinkhove
Veurne
Westvleteren

Plaats van verzending

Lo

Titel - ander werk

Westvlaamsch idioticon

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela

Titelxx/[08/1881], Lo, Jerome Noterdaeme aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Noterdaeme Jerome aan Gezelle Guido, Lo (Lo-Reninge), xx/[08/1881]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderNoterdaeme, Jerome
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[08/1881]
VerzendingsplaatsLo (Lo-Reninge)
AnnotatieMaand en jaartal gereconstrueerd op basis van de brieftekst en brief van Luppens aan G. gezelle van 06/09/1881 (nr. 3322, B fiche 63): de brief van 06/09/1881 is een reactie op vragen die Gezelle had over deze brief, de brief bevat ook reacties op Loquela, augustus 1881; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 102 mm x 132 mm; enkel vel 2: 103 mm x 132 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat onvolledig: bovenkanten van vellen ontbreken
Toevoegingen op blanco zijden 2 en 4 links: taalkundige notities: Mei/nacht; auwe, z. winden (purperen inkt, verticaal, beide hand G.G.) ; op alle zijden talrijke aanvullingen in rood potlood; alle zijden met purperen inkt doorgehaald door G. Gezelle (waar hij vragen had en verduidelijking wenste van J. Noterdaeme)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3586, Meinacht + 8202
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.16312
Inhoud
IncipitPollepels = handen Loo; Pree, prije, prijne =
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.