<Resultaat 1957 van 2965

>

p1
+

A Vous, cher et digne Confrère, je prends la liberté de demander des renseignements d’un autre genre.

Saint Gèry est invoque à Bierne

le rachitis et les affections physiques dont sont atteints les enfants et que beaucoup de mères regardent comme un sort jete sur eux par des sorciers.

Pourriez-vous me dire quelle est la signification exacte en notre langue flamande du mot carreau?

p2Sous quel nom le rachitis est il designé dans la même langue?

Qu’entendez-vous exactement par une autre maladie d’enfant appelée de blauwe-plaene?

Trouve-t-on aussi chez vous des prejuges (sort etc) comme ceux dont les mères de Bierne et d’ailleurs ont imbues à l’endroit des maladies de leurs enfants?

t de réponse qxxx plus sensible plaisir Monsieur et cher Confrère à

Votre très reconnaissant et affectueusement dévoué in Christo
R. Flahault

PS M. Craeynest vous a-t-il remis un travail sur la confrérie du Saint Scapulaire chez les Carmes de Dunkerque et dépose entre ses mains au mois d’aout?[1]

Que vous dois-je pour le Biekorf.

Laissez moi je vous prie l’espoir de vous lire bientot

Noten

zweerdeke Zie: Zantekoorn: zweerdeke. In: Loquela: 9 (Lente 1890) 11, p.87-88: ”ZWEERDEKE , het. = Schrootje zwijnsvel dat den eenen kant van eene schelle hespe begrenst. (...)”vel van d’hespeIper Zie: Zantekoorn: zweerdeke. In: Loquela: 9 (Lente 1890) 11, p.87-88: ”ZWEERDEKE , het. = Schrootje zwijnsvel dat den eenen kant van eene schelle hespe begrenst. (...)”ge/wormsel De Bo Zie lemma ’gewormte, gewormsel’ in L.L.. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.373.i.v. In verbo: in het woord. gewormte, Loq. Zie: Zantekoorn: gevliegsel. In: Loquela: 10 (Oestmaand 1890) 4, p.27-28: ”GEVLIEGSEL , het. = De vliegen. — 't Weere gaat veranderen; 'k zie 't aan de schapen: 't gevliegsel en 't gewormsel is te geweldig, en de schapen staan te stijf thoope. Geh. Oost-Roosbeke.”i.v. gevliegsel Zie lemma ’gewormte, gewormsel’ in L.L.. De Bo, Westvlaamsch idioticon. Brugge: Gailliard, 1873, p.373. In verbo: in het woord. Zie: Zantekoorn: gevliegsel. In: Loquela: 10 (Oestmaand 1890) 4, p.27-28: ”GEVLIEGSEL , het. = De vliegen. — 't Weere gaat veranderen; 'k zie 't aan de schapen: 't gevliegsel en 't gewormsel is te geweldig, en de schapen staan te stijf thoope. Geh. Oost-Roosbeke.”
[1] René Flahault publiceerde er zelf over in een uitgebreid artikel met bijlagen over de ongeschoeide karmelieten van Duinkerke: Notice sur le couvent des Carmes déchaussés de Dunkerque. In: Annales du Comité Flamand de France: 20 (1892), p.251-430.

Register

Correspondenten - personen

NaamFlahault, René-François
Datums° Bailleul, 12/08/1838 - ✝ Duinkerke, 03/03/1905
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; auteur
VerblijfplaatsFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioRené Flahault werd op 12 augustus 1838 geboren te Bailleul in een familie van handelaars. In 1864 werd hij tot priester gewijd. Hij werd leraar en later directeur van het Collège Notre Dames des Dunes te Dunkerque. Als vicepresident van het 'Comité Flamand de France' had hij rond 1845 een verzameling van 400 tekeningen van verdwenen Vlaamse kerken. In de annalen van dit genootschap publiceerde hij regelmatig over volksdevotie. Verder was hij lid van de 'Commission Historique du Nord' alsook vicepresident van de 'Société d’études de la province de Cambrai'. Hij stierf te Duinkerke op 3 maart 1905.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Comité Flamand de France
BronnenChristine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamFlahault, René-François
Datums° Bailleul, 12/08/1838 - ✝ Duinkerke, 03/03/1905
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; auteur
VerblijfplaatsFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioRené Flahault werd op 12 augustus 1838 geboren te Bailleul in een familie van handelaars. In 1864 werd hij tot priester gewijd. Hij werd leraar en later directeur van het Collège Notre Dames des Dunes te Dunkerque. Als vicepresident van het 'Comité Flamand de France' had hij rond 1845 een verzameling van 400 tekeningen van verdwenen Vlaamse kerken. In de annalen van dit genootschap publiceerde hij regelmatig over volksdevotie. Verder was hij lid van de 'Commission Historique du Nord' alsook vicepresident van de 'Société d’études de la province de Cambrai'. Hij stierf te Duinkerke op 3 maart 1905.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Comité Flamand de France
BronnenChristine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamDuinkerke

Naam - persoon

NaamCraeynest, Jan; Craeye
Datums° Oostrozebeke, 01/03/1858 - ✝ Sint-Michiels, 23/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor; auteur
BioJan Craeynest liep lagere school in Oostrozebeke, waarna hij naar het Sint-Jozefscollege in Tielt trok. Hij werd er beïnvloed door de Blauwvoeterie die vanuit Roeselare was overgeslagen. Als poësis-leerling werd Craeynest lid van de in 1875 opgerichte afdeling van het Davidsfonds in Tielt. Vervolgens trok hij naar het kleinseminarie voor één jaar, en in oktober 1878 begon hij aan het grootseminarie in Brugge. In 1881 startte hij aan de universiteit van Leuven, waar hij in twee academiejaren het diploma in de filologische en taalkundige wetenschappen behaalde. In augustus 1882 ontving hij zijn priesterwijding. In september 1883 werd hij retoricaleraar in het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij bleef er leraar tot 12 augustus 1892. Ondertussen publiceerde hij in De Vlaamsche Vlagge (onder de schuilnaam ‘Craye’) en in Rond den Heerd. Hij was betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort (1886) waarin hij taalkundige bijdragen leverde. Ook voor Loquela bezorgde hij uitdrukkingen en woorden. In 1887 was Craeynest medestichter van de Biehalle. Craeynest nam deel aan de eerste literaire prijsvraag van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De wedstrijd kwam er op 18 februari 1887 en betrof het opstellen van een alfabetische lijst van bastaardwoorden. In de redactie van Biekorf zette hij zich in vanaf het eerste nummer in 1890. Hij bleef een ijverige medewerker en publiceerde er heel wat artikels. Vanaf 1898 hielp Craeynest Gezelle bij de vertaling van Goddelijke Beschouwingen. Eén jaar na de dood van Gezelle werd hij benoemd tot aalmoezenier van de gevangenis in Brugge. Hij werd aangepord om de vertaling van die Meditationes Theologicae af te werken. Hij zette dit werk verder waar Gezelle gestopt was. De vertaling bleef echter onvoltooid. In 1904 werd Craeynest benoemd tot pastoor van de Sint-Michielsparochie in Brugge. Dat jaar publiceerde hij ook Woordkunst van Guido Gezelle. In 1907 verscheen het woordenboek Loquela, alfabetisch geordend door de karmeliet Hyacinthus. Caesar Gezelle hielp hem daarbij. Jan Craeynest werd gevraagd om het ‘voorbericht’ te schrijven waardoor hij ook verder het woordenboek ging samenstellen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; medewerker Rond den Heerd en Loquela; medestichter van Biekorf
NaamFlahault, René-François
Datums° Bailleul, 12/08/1838 - ✝ Duinkerke, 03/03/1905
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; directeur; auteur
VerblijfplaatsFrankrijk (Frans-Vlaanderen)
BioRené Flahault werd op 12 augustus 1838 geboren te Bailleul in een familie van handelaars. In 1864 werd hij tot priester gewijd. Hij werd leraar en later directeur van het Collège Notre Dames des Dunes te Dunkerque. Als vicepresident van het 'Comité Flamand de France' had hij rond 1845 een verzameling van 400 tekeningen van verdwenen Vlaamse kerken. In de annalen van dit genootschap publiceerde hij regelmatig over volksdevotie. Verder was hij lid van de 'Commission Historique du Nord' alsook vicepresident van de 'Société d’études de la province de Cambrai'. Hij stierf te Duinkerke op 3 maart 1905.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Comité Flamand de France
BronnenChristine Decoo, De brieven van elf vooraanstaande Frans-Vlamingen aan Guido Gezelle (1884-1899). Gent: RUG. Faculteit Letteren en Wijsbegeerte. Vakgroep Germaanse filologie, 1981
NaamGorik van Kamerijk; Saint Gèry; Sint-Gery
Datums° Carignan, ca. 550 - ✝ Kamerijk, 11/08 [ca.626]
GeslachtMannelijk
Beroepheilige; bisschop
VerblijfplaatsFrankrijk
BioGorik werd geboren in Eposium (nu Carignan in de Franse Ardennen) als een kind van Gaudentius en Austadiola. Hij werd diaken van Trier en rond 585 bisschop van Kamerijk-Atrecht. Hij streed tegen het heidendom en richtte meerdere kerken op. Hij had nauwe banden met koning Chlothar II en nam deel aan het concilie van Parijs in 614. Hij werd begraven in de door hem gestichte Sint-Medarduskerk in Kamerijk. Hij verrichtte vele wonderen waaronder het overwinnen van een draak die door druïden op zijn pad werd gezet. Later reisde hij naar Brussel, waar hij een tweede draak versloeg en een werkman genas van een stijve arm. Na zijn dood begon zijn verering snel. Zijn feestdag staat vermeld in het martyrologium van Hrabanus Maurus. Relieken van Gorik zijn bewaard in verschillende kerken en abdijen, waaronder in Liessies, Douai, Brugge, Carignan, Valenciennes, Kamerijk, Atrecht, Bieren en Brussel. In België werd hij vereerd als beschermheilige van kerken in onder andere Brussel, Kobbegem, Sint-Goriks-Oudenhove en Haaltert.
Links[wikipedia]
Bronnen https://www.volksverhalen.be/Brussel_Sint-Goriks

Naam - plaats

NaamBieren (Bierne)
NaamDuinkerke
NaamIeper
GemeenteIeper

Naam - instituut/vereniging

NaamArchiconfrérie de Notre-Dame du Saint Scapulaire et du Saint-Joseph, Duinkerke
BeschrijvingDe aartsbroederschap van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Scapulier en Sint-Jozef werd in 1683 opgericht bij de ongeschoeide karmelieten in Duinkerke. In 1775 werd ze samengevoegd met de Broederschap van de Berg Karmel. Het scapulier van Onze-Lieve-Vrouw van de Berg Karmel, ook wel karmelietenscapulier of bruin scapulier genoemd, is een religieus kledingstuk gedragen door de Karmelietenorde en in verkleinde vorm door leken. Deze devotie ontstond in de 13e eeuw en verspreidde zich onder leken vanaf de 15e eeuw. Vanaf de 16e eeuw werd het scapulier door de Katholieke Kerk erkend als een sacramentale en gekoppeld aan de liturgische feestdag van 16 juli.
Datering17/10/1683-?
Links[wikipedia]
NaamKlooster van de ongeschoeide karmelieten, Duinkerke
BeschrijvingIn 1653 stond de cisterciënzerabdij van Ravensberghe een terrein van ongeveer twee hectare af in Duinkerke voor de vestiging van een klooster van de Ongeschoeide Karmelieten. Dit voor een bedrag van zesduizend florijnen. In 1670 leidde de zaak tot een geschil tussen de twee religieuze instellingen, dat werd opgelost door het sluiten van een compromis op 26 mei 1670. Het klooster van de Ongeschoeide Karmelieten werd later opgeheven tijdens de Franse revolutie.

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]
TitelBiekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard

Titel19/11/1890, Duinkerke, René-François Flahault aan [Guido Gezelle]
EditeurGuido Spyns
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenGuido Spyns, Flahault René-François aan Gezelle Guido, Duinkerke , 19/11/1890. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderFlahault, René-François
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum19/11/1890
VerzendingsplaatsDuinkerke
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 101 mm x 132 mm; enkel vel 2: 100 mm x 132 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijden 2 en 4 horizontaal en verticaal beschreven, inkt, purper
Staat volledig: brief verknipt tot twee taalkundige fiches en gereconstrueerd met licht tekstverlies
Vormelijke bijzonderheden watermerk: afbeelding + Lion
Toevoegingen op zijde 1 rechtsboven: taalkundige notities: zweerdeke // vel van d'hespe // Iper ; op zijde 3 links in de zijrand: taalkundige notities: ge/wormsel De Bo // i.v. gewormte, Loq. // i.v. gevliegsel (inkt, verticaal, beide hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3586, zweerdeke + 3322, G fiche 31
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.15360
Inhoud
IncipitA vous, cher et digne Confrère,
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.