<Resultaat 2012 van 2965

>

p1
Eerweerde Heer,

Hebbe uwen brief van gisteren met een waar genoegen ontvangen. Mijne verzameling die voor de 9 eerste jaren van Loquela 255 bladjes bevat, ligt ter beschikking der Heeren van den Biekorf; zij wordt volledigd voor wat het 10de jaar aangaat naarmate Loquela uitkomt.

Gij vraagt mij of ik geene voorbeelden heb van den stafwissel w = b. Zekerlijk. Derde jaargang n° 1 meimaand 1883. halfzijde 2. hraken (w)raken braken.[1]

Zesde jaargang n° 5 pietmaand 1886, halfzijde 33. Benden = wenden, bel = wel, boe = woe = hoe.[2]

Groete u hoogachtend en toegenegen
J. Noterdaeme
p2 p1

Noten

[1] G. Gezelle, Dietsch Fransch. In: Loquela: 3 (Meimaand 1883) 1, p.2: (...) Ik vermoede dat er tusschen 't oud w. hraken = vomere en 't hedendaagsch w. braken = vomere, buiten den gekenden stafwissel (h=w, w= b), geen verschil en bestaat. (...)”.
[2] G. Gezelle, Zantekoorn. Benden. In: Loquela: 6(Pietmaand 1886) 5, p.33: ”BENDEN, bendde, gebend. = Wenden. — Hij staat daar altijd te draaien en te benden lijk 'n hinne die moe' leggen.

Geh. Avelghem. Stafwissel (w — b), vrglk bel = wel, boe = woe = hoe, enz.”

inspecteur oogmanDeBoein taube atterHans Sachs V. 47 c ’Ein taube atter‘ met de referentie werd overgenomen uit Grimm, lemma ’atter‘, p.595. ’Ein taube atter‘ met de referentie werd overgenomen uit Grimm, lemma ’atter‘, p.595.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Briefschrijver

NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be
NaamSachs, Hans
Datums° Neurenberg, 05/11/1494 - ✝ Neurenberg, 19/01/1576
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; toneelschrijver; schoenmaker. meesterzanger
VerblijfplaatsDuitsland
BioHans Sachs was een invloedrijke Neurenbergse meesterzanger, dichter en toneelschrijver die de Reformatie actief steunde met zijn literatuur. Hij verspreidde Lutherse ideeën door middel van volkstaal, zoals in zijn bekende pamflet 'Die Wittenbergisch Nachtigall' (1523) en talrijke dialogen, waarmee hij de reformatie toegankelijk maakte voor het gewone volk. Hij werd geboren als zoon van een schoenmaker en bezocht de Latijnse school. Hij voltooide een opleiding tot schoenmaker en maakte vervolgens als gezel een meerjarige rondreis door Duitsland. Sachs ontwikkelde zich als meistersinger, een beoefenaar van het meistersang-genre, een door regels geformaliseerde zang- en dichttraditie van de gilden. Gedurende zijn lange leven produceerde hij een uitzonderlijk omvangrijk oeuvre van duizenden werken, waaronder meer dan 4 400 Meisterlieder, ca. 1 800 spreuken in korte rijmparen, talrijke toneelstukken en kluchten (Fastnachtsspiele), fabels en prozawerk. Zijn lyrische en dramatische werken behielden kenmerken van de late middeleeuwse traditie, maar vormden ook een belangrijk onderdeel van de Duitse renaissanceliteratuur. Zijn toneelstukken en komische werken bevatten vaak karikaturale personages en tekeningen van het dagelijkse burgerleven. Sachs’ werk raakte in de zeventiende eeuw enigszins in de vergetelheid, maar werd in de achttiende eeuw herontdekt door Johann Wolfgang von Goethe en later door Richard Wagner, die hem vereeuwigde als protagonist in zijn opera "Die Meistersinger von Nürnberg".
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]
TitelBiekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelWestvlaamsch idioticon
AuteurDe Bo, Leonard Lodewijk
Datum1873
PlaatsBrugge
UitgeverGailliard
TitelDeutsches Wörterbuch
AuteurGrimm, Jacob; Grimm, Wilhelm
Datum1854
PlaatsLeipzig
UitgeverHirzel
Links[wikipedia]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Noterdaeme, Jerome

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Noterdaeme, Jerome

Naam - persoon

Noterdaeme, Jerome
Sachs, Hans

Naam - plaats

Brugge

Plaats van verzending

Brugge

Titel - ander werk

Westvlaamsch idioticon
Deutsches Wörterbuch

Titel - werk van Guido Gezelle

Loquela
Biekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.

Titel05/08/1891, Brugge, Jerome Noterdaeme aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau, Noterdaeme Jerome aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 05/08/1891. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderNoterdaeme, Jerome
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum05/08/1891
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieBriefversie van datering: den 5 oest 1891 ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 2 enkele vellen, enkel vel 1: 105 mm x 136 mm; enkel vel 2: 106 mm x 136 mm
papier, wit, gelijnd
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig: brief verknipt tot twee taalkundige fiches en gereconstrueerd
Toevoegingen op zijde 2 rechts: taalkundige notities: inspecteur oogman // DeBo (inkt, verticaal, hand G.G.); op blanco zijde 4 midden en rechtsboven in de zijrand: taalkundige notities: ein taube atter // Hans Sachs V. 47 c [komt uit Grimm, Deutsches Wörterbuch, p.595] (inkt, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief3322, I fiche 11 + 8204
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.14635
Inhoud
IncipitHebbe uwen brief van gisteren met een
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.