…
konkuilvoussen = kronsen = kleene werkjes doen
opmaken, iemand - = trouwen
iemand schoppen of slaan dat d' H. Olie te late komt
snoer = van 't eerste snoer = eerste klasse
spaarwegeltje = gelegen bachten de korte-keers t' Oostvleteren, en aldus genaamd omdat er al dien kant geene herbergen staan en al den anderen kant verschillige.
uitvlooge = wandeling
opleggen = de tunne opleggen - doen stuipen[1]
kadijzen = verkrijgen, daar is niet te kadijzen
eenen slag doen lijk met eene perse[2] in 't water = iemand trouwen die u niet en dient
Raphael = een jongen die alles verteert
spijkeren = sparen, met sparen en spijkeren wij zijn er deure gescharteld.[3]
uitslaan = uiteendoen, hij sloeg daar een'twat uiteen
reus = verwonderd, hij stond er reus in.
pajeule = eene heele bresse[4] moortel of plak die afvalt van den muur.p2…
xxxnnen = verkennen; men kon ze niet kennen in hunne burgerskleers.
stijde = stijf, stijde van de koude
pekkelen - zeere gaan,
begrepen zijn in iets = er in gedaan zijn.
vallen dat men tillebeent(?)[5]
schachelen = in orde stellen
fut[6] = vier, vele fut hebben.
steken = van nichte steken = nichte zeggen[7]
Daar heeft hier een keer kwestie geweest van voorname en toename. Men zei mij dat de voorname eigentlijk de familiename is, omdat men die name bezit vóór zijne doopname, die eigentlik de toename is of zou moeten zijn. Daarenboven in alle publieke acten staat de familiename vóóren. Wat denkt gij ervan Mijnheer? Voor mij, geloove waarlijk dat 't alzoo is.







