<Resultaat 2938 van 2965

>

p1+

‘t Is opperbest!

Hertelijk bedankt [1]

vanwege

+

Kanonik A.G. Vandeputte
Leeraar in ‘t Groot Seminarie

Misschien dat ik de hoofdinge zal moeten korten:[2] t moet trouwens ál op éénen kant staan.

Brugge.

Noten

[1] Dit gaat over het communieprentje van Jules Vandeputte, waarvoor Gustave een gedicht van Guido Gezelle had aangevraagd. Zie ook brief van G. Vandeputte aan G. Gezelle van 12/01/1899. Jules Vandeputte deed zijn communie op 21/03/1899 (prentje in Guido Gezellearchief nr.1909).
[2] Guido Gezelle schreef meestal de tekst van het volledige prentje ook de intro. Zie ook brief van G. Vandeputte aan G. Gezelle van 12/01/1899.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVandeputte, Gustaaf; Aloysius Gustavus
Datums° Izegem, 20/03/1853 - ✝ Ardooie, 13/03/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; pastoor; professor
BioGustaaf Vandeputte werd geboren in Izegem op 20 maart 1853 als zoon van landbouwer Carolus Vandeputte en Nathalia Devos. Aan het kleinseminarie te Roeselare kreeg hij van 1868 tot 1874 les van Vlaamsgezinde leraars als Hugo Verriest, Alexis de Carne, Victor Lanssen en Emiel Demonie. Hij was lid van de lettergilde van Hugo Verriest (samen met Albrecht Rodenbach) en van de Izegemse studentenvereniging Vlaamsch. Hij zette zijn engagement verder tijdens zijn studies aan het grootseminarie te Brugge. Hij sloot zich aan bij de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders en de Vlaggegilde. Hij was lid van de redactie van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en van De Vlaamsche Vlagge. Eind 1876 nam hij ontslag op bevel van de directie van het grootseminarie. Na zijn priesterwijding studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd onderpastoor te Ieper (1881) en professor Heilige Schrift aan het grootseminarie te Brugge (1882). Er bleef een verontwaardigde reactie van hem bewaard over het Ruitenbrekersincident in 1885. Verder had hij contact met Guido Gezelle over zijn neef Caesar, die daar seminarist was. Hij was ook betrokken bij de verspreiding van de Goddelijke Beschouwingen en werkte mee aan Biekorf. In 1895 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. In 1901 werd hij pastoor te Ardooie. Hij overleed er op 13 maart 1913.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gedicht
Bronnen https://nevb.be/index.php?title=Van_de_Putte,_Gustaaf_(eigenlijk_Alo%C3%AFs_G.)

Briefschrijver

NaamVandeputte, Gustaaf; Aloysius Gustavus
Datums° Izegem, 20/03/1853 - ✝ Ardooie, 13/03/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; pastoor; professor
BioGustaaf Vandeputte werd geboren in Izegem op 20 maart 1853 als zoon van landbouwer Carolus Vandeputte en Nathalia Devos. Aan het kleinseminarie te Roeselare kreeg hij van 1868 tot 1874 les van Vlaamsgezinde leraars als Hugo Verriest, Alexis de Carne, Victor Lanssen en Emiel Demonie. Hij was lid van de lettergilde van Hugo Verriest (samen met Albrecht Rodenbach) en van de Izegemse studentenvereniging Vlaamsch. Hij zette zijn engagement verder tijdens zijn studies aan het grootseminarie te Brugge. Hij sloot zich aan bij de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders en de Vlaggegilde. Hij was lid van de redactie van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en van De Vlaamsche Vlagge. Eind 1876 nam hij ontslag op bevel van de directie van het grootseminarie. Na zijn priesterwijding studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd onderpastoor te Ieper (1881) en professor Heilige Schrift aan het grootseminarie te Brugge (1882). Er bleef een verontwaardigde reactie van hem bewaard over het Ruitenbrekersincident in 1885. Verder had hij contact met Guido Gezelle over zijn neef Caesar, die daar seminarist was. Hij was ook betrokken bij de verspreiding van de Goddelijke Beschouwingen en werkte mee aan Biekorf. In 1895 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. In 1901 werd hij pastoor te Ardooie. Hij overleed er op 13 maart 1913.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gedicht
Bronnen https://nevb.be/index.php?title=Van_de_Putte,_Gustaaf_(eigenlijk_Alo%C3%AFs_G.)

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamVandeputte, Gustaaf; Aloysius Gustavus
Datums° Izegem, 20/03/1853 - ✝ Ardooie, 13/03/1913
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; professor; pastoor; professor
BioGustaaf Vandeputte werd geboren in Izegem op 20 maart 1853 als zoon van landbouwer Carolus Vandeputte en Nathalia Devos. Aan het kleinseminarie te Roeselare kreeg hij van 1868 tot 1874 les van Vlaamsgezinde leraars als Hugo Verriest, Alexis de Carne, Victor Lanssen en Emiel Demonie. Hij was lid van de lettergilde van Hugo Verriest (samen met Albrecht Rodenbach) en van de Izegemse studentenvereniging Vlaamsch. Hij zette zijn engagement verder tijdens zijn studies aan het grootseminarie te Brugge. Hij sloot zich aan bij de Gilde der Westvlaamsche Gebroeders en de Vlaggegilde. Hij was lid van de redactie van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen en van De Vlaamsche Vlagge. Eind 1876 nam hij ontslag op bevel van de directie van het grootseminarie. Na zijn priesterwijding studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij werd onderpastoor te Ieper (1881) en professor Heilige Schrift aan het grootseminarie te Brugge (1882). Er bleef een verontwaardigde reactie van hem bewaard over het Ruitenbrekersincident in 1885. Verder had hij contact met Guido Gezelle over zijn neef Caesar, die daar seminarist was. Hij was ook betrokken bij de verspreiding van de Goddelijke Beschouwingen en werkte mee aan Biekorf. In 1895 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal. In 1901 werd hij pastoor te Ardooie. Hij overleed er op 13 maart 1913.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gedicht
Bronnen https://nevb.be/index.php?title=Van_de_Putte,_Gustaaf_(eigenlijk_Alo%C3%AFs_G.)

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Brugge
BeschrijvingHet Grootseminarie van Brugge was het seminarie voor priesterkandidaten van het bisdom Brugge. Het bevindt zich aan de Potterierei in Brugge, waar de gemeenschap van de cisterciënzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ten Duinen in Koksijde in 1627 naartoe verhuisd was en in 1628 was begonnen met de bouw van een nieuwe abdij binnen Brugge. In 1796 confisqueerden de Franse bezetters de abdij en richtten haar in als Ecole centrale (1798-1803) van het Leiedepartement, met een bibliotheek bestaande uit in beslag genomen West-Vlaamse abdijbibliotheken. In 1804 werd de Ecole Centrale opgeheven en de bibliotheek overgemaakt aan de stad Brugge, meteen de kiem van de huidige Openbare Bibliotheek. Nadien fungeerde de abdij nog als Lycée impérial (1808-1814), militair ziekenhuis en atheneum. In 1833 stelde het Brugse stadsbestuur de gebouwen ter beschikking van het heropgerichte bisdom Brugge. Op 1 oktober van dat jaar startte het eerste academiejaar voor de priesteropleidingen, die daar sindsdien bijna onafgebroken plaats vonden tot 2018. Ook Guido Gezelle was er seminarist (oktober 1850-juni 1854). Gezelle had er vele contacten met oud-leerlingen en leerkrachten.
Datering1833
Links[odis], [wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelKan er iets op aarde wezen
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VI, p. 349

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Vandeputte, Gustaaf

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Vandeputte, Gustaaf

Naam - instituut/vereniging

Grootseminarie Brugge

Naam - persoon

Vandeputte, Gustaaf

Naam - plaats

Brugge

Plaats van verzending

Brugge

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Kan er iets op aarde wezen

Titel[12/01/1899 t.p.q. - 21/03/1899 t.a.q.], Brugge, Gustaaf Vandeputte aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Vandeputte Gustaaf aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), [12/01/1899 t.p.q. - 21/03/1899 t.a.q.]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVandeputte, Gustaaf
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum[12/01/1899 t.p.q. - 21/03/1899 t.a.q.]
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieT.p.q. gereconstrueerd op basis van de aanvraagbrief van G. Vandeputte van 12/01/1899 (nr.7077); t.a.q. gereconstrueerd op basis van de brieftekst: 21/03/1899 = de communie van Jules Vandeputte ; adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 55 mm x 96 mm
papier, wit
papiersoort: recto horizontaal beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden op recto: naam en titel in het midden: Kanonik A.G. Vandeputte // Leeraar in 't Groot Seminarie
plaatsnaam in de rechterbenedenhoek: Brugge.
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief7692
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13782
Inhoud
Incipit't Is opperbest!
Samenvatting gelegenheidsgedicht 'Kan er iets op aarde wezen' voor communieprentje Jules Vandeputte (Verzameld dichtwerk: dl. VI, p.349-350)
Tekstsoortnaamkaart
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.