<Hit 2381 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer

Hetgene Kanonik Luyssen [1]UL. gevraagd heeft & gy zoo vriendelyk toegestaan hebt, bestaat uit drie dingen: a) spreuken – b) rymgebedekes – c) rymverhaalkes

a) spreuken

Gy hebt over een jaar of tien op myn vragen 20 à 30 duitsche[2] spreuken vertaald uit die Oestereier van Kanonik Schmid[3] – ‘k Hebbe ze misleid; indien gy ze nog hebt, zy kunnen voorzeker ten grooten deele dienen – ’t Zyn der al van twee verzekes. over deugden of ondeugden der kinders. Het duitsch kan ik u bezorgen.

Indien gy er andere liggen hebt, ’t ware goed ze te toogen; Kan. Luyssen kan dan kiezenp2b) Rymgebedekes.

Om u geen nutteloos werk te vragen, heb ik het ontwerp van die gebedekes naar M. Luyssen gezonden – zoo haast mogelyk dus, zend ik u dat, te weten: wat en waarover & in hoeveel verzekes.

‘k Vermoede dat gy in 1879 met M Demonie & M. Vyncke aan de kleine Kerkeboekskes van Karel Beyaert gewrocht hebt.

Gy hebt iets of wat veranderd in den tekst van die oude rymgebedekens.

Hadde ’t niet beter geweest of ware ’t niet beter, nieuwe te maken?

c) Rymverhaalkes.

De Zuster der bewaarschool[4] geeft les van heilige Geschiedenis – zy toogt de prente, legt ze uit, vertelt, ondervraagt enz.

Nu, ons gedacht is voor eenige deelen uit het leven ons’ Heeren, dat gy een dichtje van 8 tot 10 verzekes zoudt maken met het kort begryp van ieder lesse & het verhaal in ’t korte & wel eene zedeles ertusschen gelascht of op ’t eindep3Stoffe voor de rymverhalen

(voor ieder numero 8 à 10 verzekes)

1. Geboorte van Christus – herders –

2. 3 Koningen

3. Vlucht naar Egypten – kindermoord

4. Nazareth – H. Familie – deugden van Jesus.

5. Jesus zegent de kinderen

6. Bruiloft van Cana.

7. Vermenigvuldiging der brooden

8. Verwekking van den jongeling van Naïm

9. Verwekking van de dochter van Jairus

10. Jesus in het hofken

11. De geeseling

12. De krooning

13. De kruisdraging

14. de dood & begraving

15. Verryzenis

16. Hemelvaart

Eerw.

Mag ik UL. vragen dat gy eenvoudige en en gemakkelyke dichtjes zoudt maken, zoodanig dat er aan die kinders van 3 tot 6 jaar weinig moet uitgeleid worden?

My dunkt ten andere dat gy p4maar moet meesterstukskes maken, zoodanig dat zy voor ’t Bisdom gemaakt, honderde jaren als onverbeterlyk door iedereen aanzien worden.

Met eerbied ten uwen dienste blyvend om verdere inlichtingen te geven
P Baes
prebyter

Annotations

[1] Op 30/12/1895 werden 3 diocesane inspecteurs benoemd: 1) Theodoor Luyssen, (Brugge) – hoofdopziener lager onderwijs provincie 2) Pieter Baes, (Izegem) – opziener lager onderwijs Kortrijk 3) Leopold Goethals, (Tielt) – opziener lager onderwijs Brugge. De diocesane opzieners willen een handboekje maken, voor het onderricht van den Godsdienst in de bewaarscholen, voor kinders van 3 tot 6 jaar. Zij zouden er willen ”eenige rijmkens en spreuken" in brengen. Het jaar voordien publiceerden ze iets voor het lagere onderwijs: Onderrichtingen wegens het onderwijs van Godsdienst en Zedenleer in de lagere scholen uitgegeven door de diocesane opzieners ten dienste van onderwijzers en onderwijzeressen (1 mei 1896). Voorwoord: Luyssen, Th. Brugge : De Haene, 1896, 39p. Waarschijnlijk was het een soort vervolg erop maar voor jongere leerlingen van de kleuterklas. Zie ook brief van Pieter Baes aan Guido Gezelle van 11/04/1897.
[2] Zie: P. Couttenier, Duitse kinderliteratuur Gezelle vertaald. In: Tekens voor Thomas. Opstellen aangeboden aan Prof. Dr. Piet Thomas naar aanleiding van zijn emeritaat. Tielt: Lannoo, 1994, p.48-54
[3] In Die Ostereyer worden tijdens een paasfeest 30 paaseieren met spreuken aan kinderen uitgedeeld. Gezelle vertaalde op vraag van Baes in 1882 deze spreuken voor een ander schoolboekje dat hij toen wellicht voor ogen had. Meer hierover: P. Couttenier, Duitse kinderliteratuur door Gezelle vertaald. In: F. Baert e.a. (red.), Tekens voor Thomas. Opstellen aangeboden aan prof. dr. Piet Thomas naar aanleiding van zijn emeritaat. Tielt, Lannoo, 1994, p.48-54.
[4] kleuterschool

Register

Correspondents - persons

NameBaes, Pieter Petrus
Dates° Elverdinge, 29/04/1848 - ✝ Izegem, 21/07/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar, schooldirecteur; schoolopziener; auteur
BioPieter Baes was de zoon van Boudewijn Baes, herbergier, en Joanna Ligneel. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en kreeg zijn priesterwijding op 21 december 1872, maar hij was al leraar vanaf september 1872 aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, voor de lessen in koophandel en wiskunde. In november 1873 riep Adolf Duclos Pieter Baes en andere bekenden bijeen om een ‘opstelraad’ voor Rond den Heerd samen te stellen. Baes maakte de stichting mee van de Gilde van Sint-Luitgaarde op 13 februari 1874 en hij bleef tot 1883 secretaris. Op 23 april 1879 kreeg hij een opdracht als docent aan de Staatsnormaalschool voor jongens in Brugge, maar hij werd hetzelfde jaar nog geschorst ingevolge de wet Van Humbeek. Vanaf 17 september 1879 werd hij principaal van het Izegemse Sint-Jozefsgesticht alsook van de vrije lagere school. In 1895 werd hij diocesaan inspecteur. Baes zette zich in voor goede schoolboeken en publicaties voor het onderwijs waaronder "De Taalsleutel of Vlaamsche Spraakregels, Tafelwijze geschikt" en het onderwijskundige tijdschrift "Sint-Canisiusblad".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Sender

NameBaes, Pieter Petrus
Dates° Elverdinge, 29/04/1848 - ✝ Izegem, 21/07/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar, schooldirecteur; schoolopziener; auteur
BioPieter Baes was de zoon van Boudewijn Baes, herbergier, en Joanna Ligneel. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en kreeg zijn priesterwijding op 21 december 1872, maar hij was al leraar vanaf september 1872 aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, voor de lessen in koophandel en wiskunde. In november 1873 riep Adolf Duclos Pieter Baes en andere bekenden bijeen om een ‘opstelraad’ voor Rond den Heerd samen te stellen. Baes maakte de stichting mee van de Gilde van Sint-Luitgaarde op 13 februari 1874 en hij bleef tot 1883 secretaris. Op 23 april 1879 kreeg hij een opdracht als docent aan de Staatsnormaalschool voor jongens in Brugge, maar hij werd hetzelfde jaar nog geschorst ingevolge de wet Van Humbeek. Vanaf 17 september 1879 werd hij principaal van het Izegemse Sint-Jozefsgesticht alsook van de vrije lagere school. In 1895 werd hij diocesaan inspecteur. Baes zette zich in voor goede schoolboeken en publicaties voor het onderwijs waaronder "De Taalsleutel of Vlaamsche Spraakregels, Tafelwijze geschikt" en het onderwijskundige tijdschrift "Sint-Canisiusblad".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameIzegem
SettlementIzegem

Name - person

NameBaes, Pieter Petrus
Dates° Elverdinge, 29/04/1848 - ✝ Izegem, 21/07/1907
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar, schooldirecteur; schoolopziener; auteur
BioPieter Baes was de zoon van Boudewijn Baes, herbergier, en Joanna Ligneel. Hij studeerde aan het Sint-Vincentiuscollege te Ieper en kreeg zijn priesterwijding op 21 december 1872, maar hij was al leraar vanaf september 1872 aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge, voor de lessen in koophandel en wiskunde. In november 1873 riep Adolf Duclos Pieter Baes en andere bekenden bijeen om een ‘opstelraad’ voor Rond den Heerd samen te stellen. Baes maakte de stichting mee van de Gilde van Sint-Luitgaarde op 13 februari 1874 en hij bleef tot 1883 secretaris. Op 23 april 1879 kreeg hij een opdracht als docent aan de Staatsnormaalschool voor jongens in Brugge, maar hij werd hetzelfde jaar nog geschorst ingevolge de wet Van Humbeek. Vanaf 17 september 1879 werd hij principaal van het Izegemse Sint-Jozefsgesticht alsook van de vrije lagere school. In 1895 werd hij diocesaan inspecteur. Baes zette zich in voor goede schoolboeken en publicaties voor het onderwijs waaronder "De Taalsleutel of Vlaamsche Spraakregels, Tafelwijze geschikt" en het onderwijskundige tijdschrift "Sint-Canisiusblad".
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
NameBeyaert-Storie, Karel
Dates° Brugge, 19/08/1848 - ✝ Brugge, 22/02/1922
SexMannelijk
Occupationboekhandelaar; uitgever
BioKarel Beyaert was de zoon van Louis Beyaert-Defoort, een Brugse boekhandelaar en boekbinder. Hij studeerde aan het Sint-Lodewijkscollege van Brugge waar hij les kreeg van L.L. De Bo. Karel volgde zijn vader op en woonde in de Mariastraat in Brugge. Hij gaf veel werk uit van West-Vlaamse prominenten als De Bo, Huys, Duclos, enz. Hij was gehuwd met Marie Virginie Storie. Hij was een van de stichters van de Brugse Eigenaars- en Landbouwersbond en lid van de Confrérie de Saint-Michel die tot doel had de secularisatie terug te dringen.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent
NameDemonie, Emiel; skald; Wilfried; Logicus; De Monie
Dates° Roeselare, 28/07/1846 - ✝ Brugge, 03/01/1890
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; hoofdredacteur; auteur
BioEmiel Demonie, zoon van Desiderius Demonie, koopman, en Justina Verhaeghe, was leerling aan het kleinseminarie te Roeselare en hij werd er op 1 oktober 1869 zelf ook leraar. Hij was er lid van Gezelles confraternity. Hij was de neef van Polydoor Demonie. Zijn priesterwijding ontving hij te Brugge op 7 november 1869. In 1874-1875 was hij poësistitularis van Albrecht Rodenbach in de Groote Stooringe. De studenten van Demonie weigerden tijdens een feest van de superior een Frans lied te zingen. Mede hierdoor werd hij ontslagen. Rodenbach schreef voor hem het gedicht De Meester. In Brugge werd hij onderpastoor van de Sint-Gilliskerk (22/08/1879) en godsdienstleraar aan de rijksnormaalschool voor meisjes (29/12/1884). Hij schreef artikels voor Loquela en was één van de medestichters van het tijdschrift Biekorf. In opvolging van Amaat Vyncke was hij een tijdje hoofdredacteur van De Vlaamsche Vlagge en hij schreef er artikels onder de schuilnamen Skald, Logicus en Wilfried. Hij was ook medewerker van de Almanak voor de leerende jeugd van Vlaanderen (1875-1876). Gezelle droeg het gedicht Ach, hoe dikmaals was 't mijn lot niet aan hem op. Bij zijn overlijden in 1890 schreef Gezelle het gedicht Wij bouwden op uw leven een getemmer.
Links[odis], [wikipedia]
Relation to Gezelleoud-leerling kleinseminarie; zanter (WDT); medestichter van Biekorf; medewerker Loquela; correspondent; gelegenheidsgedicht
Sources https://nevb.be/wiki/Demonie,_Emiel
NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameLuyssen, Theodoor
Dates° Veurne, 25/12/1842 - ✝ Brugge, 09/10/1910
SexMannelijk
Occupationpriester; geestelijk directeur; inspecteur onderwijs; leraar; onderpastoor
BioTheodoor Luyssen, zoon van Philippus-Renatus Luyssen, bakker, en Henrica Baraître, werd in 1864 leraar aan het college te Veurne. Zijn priesterwijding volgde op 26/05/1866 te Brugge. Hij werd op 22/07/1868 lid van het katholieke broederschap de Sodaliteit van de gekruiste Zaligmaker te Veurne. Hij werd onderpastoor te Ieper (23/02/1875), diocesaan inspecteur van het lager onderwijs (04/01/1876) en ook geestelijk directeur van de religieuzen van St.-Andreas te Brugge (1878). In 1885 werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal en in 1895 diocesaan hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij publiceerde ook pedagogische werken waarin hij gedichten van Gezelle opnam. Gezelle schreef voor hem het gedicht: Kanonik welbemind.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NameVyncke, Edward
Dates° Beveren (Roeselare), 23/10/1822 - ✝ 05/03/1894
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; pastoor
BioEdward Vyncke werd in 1846 leraar aan het college van Torhout. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 19/12/1846. Hij werd pastoor te Sint-Baafs-Vijve (22/04/1865) en pastoor te Ingelmunster (09/12/1869). Hij werd op 18/09/1874 pastoor van de O.L.Vrouwekerk te Kortrijk, waar hij Guido Gezelle als onderpastoor had. Voor Vyncke schreef Gezelle het gelegenheidsgedicht '0 blijde feestdag lang verbeid'.
Links[odis]
Relation to Gezellecorrespondent; collega

Name - place

NameIzegem
SettlementIzegem

Title - poem by Guido Gezelle

TitleRijmspreuken
PublicationVerzameld dichtwerk, deel VIII, p. 156

Title - other work

TitleDie Ostereyer: Eine Erzählung zum Ostergeschenke für Kinder
Authorvon Schmid, Christoph
Date1816
PlaceLandshut
PublisherKrüll
TitleJesus de Kindervriend, een gebedenboekske voor katholijke schoolkinderen.
AuthorVyncke, A; Demonie, E.; Gezelle, G
Date1880
PlaceBrugge
PublisherKarel Beyaert-Storie

Title09/04/1897, Izegem, Pieter Baes aan [Guido Gezelle]
EditorKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Baes Pieter Petrus aan Gezelle Guido, Izegem (Izegem), 09/04/1897. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderBaes, Pieter Petrus
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent09/04/1897
Place SentIzegem (Izegem)
AnnotationAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en enkele leden van de Dietsche Biehalle en Biekorf. Deel 2: Brieven / door P. Deboever. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1984-1985), p.419-420
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 215 mm x 134 mm
papier, wit, rechthoekig geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6870
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13232
Content Description
IncipitHetgene Kanonik Luyssen UL. ge-
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.