p1
Kortrijk 19/3 97.
Zeer eerweerde Heer,
Vereerd met het bezoek
van eenen neteldoek,[1]
waarvan de netels zijn zorgvuldig afgeschoren;
ik die nu reeds volgroeid,
en, te enden uitgebloeid,
al lang den lieven lust naar dichten heb verloren;
van eenen neteldoek,[1]
waarvan de netels zijn zorgvuldig afgeschoren;
ik die nu reeds volgroeid,
en, te enden uitgebloeid,
al lang den lieven lust naar dichten heb verloren;
mij dunk' et dat ik mag
op dezen lentedag,
al is 't met armen tooi van rijmen & van klanken,
nog eens de mate slaan,
en eenen dicht begaan,
om u, voor uwen brief, rechtzinnig te bedanken.
op dezen lentedag,
al is 't met armen tooi van rijmen & van klanken,
nog eens de mate slaan,
en eenen dicht begaan,
om u, voor uwen brief, rechtzinnig te bedanken.
Dr Lauwers







