<Hit 2357 of 2965

>

p1
Eerweerde Heer en Hoog Geachte Vriend!
"Uren, dagen, maanden, jaren,
Vliegen als een schaduw heen.
Ach! wij vinden, waar wij staren,
Niets bestendig hier beneên!"

Zoo luidt het begin van een onzer kerkliederen, die te Oudejaars-avond gezongen worden. En in der daad, zóó is het - ook wat onze briefwisseling, ons letterkundig en vriendschappelijk verkeer aangaat. Wat is er vroeger niet menig brief heen en weêr gezonden, tusschen de Leye en het Spaarne - en thans is er weer een heel jaar verloopen, zonder dat dit geschied is. Intusschen - de tijd vliegt voort, en het is ons, verouderenden, als of hij jaar op jaar snel-p2ler voortspoedt, naar de Eeuwigheid.

Ware 't nu niet, dat ik nu en dan eens van eenen derde (bij voorbeeld van onzen braven Vriend Eerw. Jul. Claerhout) mochte vernemen, dat het U wel gaat, en dat Gij gezond zijt en wel te pas - en ware 't niet, dat ik van tijd tot tijd in de Biekorf, Belfort en elders een van uwe heerlijk schoone gedichtjens aantrof, die mij steeds zoo 't herte verkwikken, 'k en zoude niet weten, dat ik eenen vriend te Kortrijk had wonen.

Nu - dit zij dan zoo, als Gij wilt, ofschoon ik het liever anders hadde. Ik van mijn kant blijve U in trouwe vriendschap gedenken. En de laatste dagen des jaars, die wij nu weer beleven, geven tot zulke herdenkingen van 't gene eertijds geweestp3is, gereede aanleiding. Dies wil ik ook nog eens, vóór het jaar ten einde is geloopen, U eenen brief doen toekomen, en U eenen blijden Kerstdag en een zalig Nieuwejaar wenschen - gelijk ik bij dezen doe. Geve de heer U blijdschap in het herte, en in der ziele zaligheid in Christo onzen Heiland; U en mij, en ons allen.

Ik heb het genoegen U, gelijktijdig met dezen brief, eenen ex. toe te zenden van den Frieschen Volksalmanak voor 1897, en U dat werkje uit vriendschap aan te bieden. Moge 't U niet onwelkom wezen, en moge 't een en 't ander, dat daarin staat (ook twee opstellekens[1] van mij-zelven), naar uw genoegen zijn.

En wat zegt Gij wel van ons Friesch Woordenboek,[2] en van mijnep4Friesche Naamlijst? Ik heb daarvan zeer wel werk - maar voor de namenkundigen kan mijne naamlijst ook van veel nut wezen. Jammer maar, dat Dr Buitenrust Hettema zoo vele verfrieschte basterdwoorden opneemt. Hettema en ik zijn, in taalkundig opzicht, lijnrecht tegenstanders.

Het gaat mij en de mijnen zeer wel. Ik zelf heb in het voorjaar hevig aan heupwee (Ischias) geleden, en gruwelijke pijnen doorstaan. Dien ten gevolge kon ik dezen zomer ook niet eens op reis gaan, zoo als ik anders zoo geerne doe. Thans echter is het, ofschoon niet volkomen genezen, toch zeer dragelijk. God helpt verder!

- Mijnen zoon Andries gaat het zeer wel. Hij verzoekt mij, U ten vriendelijksten van hem te groeten.

Ontvang, ten slotte, eenen hartelijken groet en eenen trouwen handdruk
Van Uwen Vriend
Johan Winkler.

Annotations

[1] ’Friesch namen’ en ’Het verdronkene Wartena’ verschenen in de Friesche Volksalmanak, Leeuwarden, A. Meijer, jaargang 1897. (Zie Dries Gevaert, De Briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler, deel 3, p. 530 (Licentiaatsverhandeling RU Gent, 1984).

Register

Correspondents - persons

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Sender

NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088

Recipient

NameGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Dates° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Place

NameHaarlem

Name - person

NameClaerhout, Juliaan
Dates° Wielsbeke, 09/12/1859 - ✝ Kaster, 12 /02/1929
SexMannelijk
Occupationpriester; leraar; onderpastoor; bestuurder scholen; pastoor; auteur
BioJuliaan Claerhout, zoon van Constant Claerhout, landbouwer, en Amelia De Volder, werd op 22/12/1883 tot priester gewijd te Brugge. Hij werd leraar aan het college te Tielt (18/09/1884) en aan de normaalschool te Torhout (10/09/1887). Vervolgens was hij onderpastoor te Sint-Denijs (23/09/1889), bestuurder van de scholen te Pittem (24/11/1894) en pastoor te Kaster (17/02/1911). Claerhout werd bekend door zijn archeologische opgravingen in Pittem en Dentergem. Hij schreef o.m. verschillende artikels in het tijdschrift Belfort en was nauw betrokken bij Gezelles tijdschrift Biekorf.
Links[odis], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; Biekorf
NameWinkler, Andries J.
Dates° Leeuwarden, 03/02/1866 - ✝ Haarlem, 06/08/1914
SexMannelijk
Occupationsecretaris-penningmeester
ResidenceNederland (Friesland)
BioAndries Winkler werd geboren als de zoon van arts en dialectoloog Johan Winkler en Andrieske Tjallings Römer. Zijn moeder stierf enkele dagen na zijn geboorte op 10 februari 1866 op 27-jarige leeftijd. Andries Winkler was Secretaris-Penningmeester te Haarlem. Hij trouwde met Alida van Blaarden op 19 juli 1897 en ze kregen samen vier kinderen: Johan Winkler (6 oktober 1898), Hendrik Winkler, (13 mei 1903), Andries Laurens Winkler (18 januari 1905) en Gerrit Willem Winkler (27 mei 1907). Andries Winkler beroofde zichzelf van het leven in 1914.
Relation to Gezellecorrespondent
Sources https://www.openarch.nl/frl:922bef2f-2441-7167-4a1e-a72d41550152
NameWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Dates° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
SexMannelijk
Occupationarts; taalkundige; auteur
ResidenceNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relation to Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
SourcesEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
NameBuitenrust Hettema, Foeke
Dates° Harlingen, 06/06/1862 - ✝ Zwolle, 05/10/1922
SexMannelijk
Occupationleraar; hoogleraar; redacteur; taalgeleerde
ResidenceNederland
BioFoeke Buitenrust Hettema was aanvankelijk leraar te Zwolle waar hij ijverde voor de vernieuwing van het onderwijs. In 1897 werd hij docent Friesche Taal- en letterkunde aan de universiteit te Utrecht. Hij was later ook hoogleraar aan de universiteit te Gent (1917-1918). Hij publiceerde in het Fries en ijverde voor de emancipatie van de Friese taal. Hij zou oorspronkelijk meewerken aan het Friesch Woordenboek, maar een interne onenigheid deed hem uit het project stappen. Verder was hij redacteur van Taal en letteren (1891-1907). Als voorstander van een vereenvoudigde Nederlandse spelling publiceerde hij de letterkundige schooluitgaven Zwolsche Herdrukken. Verder is hij vooral bekend voor zijn Bloemlezing uit Oud-, Middel- en Nieuwfriesche geschriften (1887-1990) en zijn Friesche plaatsnamen (1899).
Links[dbnl]
SourcesDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler, deel 3, Dries Gevaert, 1984

Name - place

NameKortrijk
SettlementKortrijk
NameHaarlem

Title - work by Guido Gezelle

TitleBiekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.
Links[gezelle.be]

Title - other work

TitleFriesche volksalmanak
Date[1886-1898]
PlaceLeeuwarden
PublisherMeyer & Schaafsma
TitleHet Belfort. Tijdschrift toegewijd aan letteren, wetenschap en kunst (periodical)
AuthorClaerhout, Juliaan (redacteur)
Date1886-1899
PlaceGent
PublisherS. leliaert, A. Siffer en Co
Links[dbnl], [odis]
TitleFriesche naamlijst (Onomasticon Friscium)
AuthorWinkler, Johan; Dykstra, Waling
Date1898
PlaceLeeuwarden
PublisherMeijer & Schaafsma
TitleFriesch woordenboek (Lexicon frisicum)
AuthorDijkstra, Waling Gerrits; Buitenrust Hettema, Foeke; Feitsma, S K; Halbertsma, Tjalling; Hornstra, J J
Date[1896-1911]
PlaceLeeuwarden
PublisherMeijer & Schaafsma

Title17/12/1896, Haarlem, Johan Winkler aan [Guido Gezelle]
EditorLouise Snauwaert; Universiteit Antwerpen
PrincipalEls Depuydt
Funder Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
PublisherGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Publication PlaceBrugge, Gent
Publication Date2023
Availability Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CitingLouise Snauwaert; Universiteit Antwerpen, Winkler Johan aan Gezelle Guido, Haarlem, 17/12/1896. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2023 Available from World Wide Web: link .
SenderWinkler, Johan
Recipient[Gezelle, Guido]
Date Sent17/12/1896
Place SentHaarlem
AnnotationBriefversie van datering: den 17d dag in Wintermaand des jaars 1896 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Published inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Johan Winkler. Deel 2: Brieven (1884-1899) / door Dries Gevaert. - Gent : onuitgegeven licentieverhandeling, (academiejaar 1983-1984), p.400-401
Physical Description
Support Material 1 dubbel vel, 212 mm x 136 mm
papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Condition volledig
Additions op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Manuscript Identification
CountryBelgië
PlaceBrugge
RepositoryGuido Gezellearchief
ID Gezelle Archive6832
Library recordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13194
Content Description
IncipitUren, dagen, maanden, jaren,
Text Typebrief
LanguagesNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.