<Resultaat 2319 van 2965

>

p1+
Ami,

Encore moi! La faute en est à vous, puisque toujours vous avez réponse à tout. Donc:

1) Où trouverai-je des détails de dévotion locale sur S. Brandaris (S. Brendan), invoqué contre l’incendie? Je connais le reliquaire de la gilde de St Brandaris, conservé à la Potterie, à Bruges, et la curieuse plaque, même provenance, que vous avez fait reproduire dans R.d.H., tom. V.[1] Je crois que vous avez publié quelque part, un très intéressant article sur ce Saint. Mais, où?[2]

2) Connaissez-vous un S. Nivin, en flamand S. Niviaen?[3]p2L’église de St Gilles possédait un autel dédié à S. Nivin. J’ai fait d’incroyables recherches pour découvrir un saint de ce nom; peine perdue! Nivin est-il une contraction, une abréviation? Vous tirerez bien la chose au clair. Mille fois merci d’avance.

L’article de M. Craeynest sur les incorrections de style des ouvrages de MM. Van Zieleghem et Claeys, a fait ici sur tout le monde une très fâcheuse impression;[4] c’est une note aigre et discordante, qui vient troubler le concert d’éloges donnés au Bienheureux, et cela à la veille de ses fêtes.[5] Personnellement j’ai été froissé et peiné dep3cette charge à fond de train, intempestive s’il en fut, contre les livres de deux ecclésiastiques si respectables, que cette attaque attristera et peut-être découragera.

Bien à vous en Notre Seigneur
Ernest Rembry

Noten

[1] Rond den Heerd: 5 (Februari 1870) 12, p.93.
[2] Het artikel werd niet teruggevonden. Ernest Rembry lijkt zich te vergissen.
[3] Gezelle vond de heilige niet terug, maar bezorgde op 5 juli 1896 wel drie naamkundige hypothesen. Rembry nam er twee van op in zijn werk De bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge, p. xvii-xviii. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.342-343).
[4] Jan Craeynest had in de juninummers van het tijdschrift Biekorf scherpe kritiek gegeven op de gebrekkige taal in twee recente levensbeschrijvingen van Idesbald van der Gracht door Constant van Zielegehem en Hector Claeys. (Biekorf: 7 (1896), 11, p.167-172; 12, p.179-186 en 13, p. 198-202. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.344-345).
[5] Van zaterdag 11 juli tot en met zondag 19 juli 1896 werden in Brugge feesten gehouden ter gelegenheid van de in 1894 zalig verklaarde idesbald van der Gracht, derde abt van de Abdij Ter Duinen.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamClaeys, Hektor; Arnold
Datums° Oedelem, 30/05/1855 - ✝ Kanegem, 03/089/1925
GeslachtMannelijk
Beroepcoadjutor, onderpastoor, pastoor, godsdienstleraar
BioHector Claeys werd geboren te Oedelem op 30 mei 1855 als zoon van Jacobus Claeys, landbouwer, en Anne-Marie Meuleman. Hij was een strijdmakker van Albrecht Rodenbach en werkte mee aan de "Vlaamsche Vlagge", maar koos voor het seminarie. Hij werd op 19 december 1880 priester gewijd te Brugge. Nadien was hij werkzaam als coadjutor in Oudenburg (1881) en onderpastoor in Leffinge (1882) en Nieuwpoort (1890), waar hij tevens godsdienstleraar was aan de rijksmiddelbare school. In 1904 werd hij pastoor in Brielen, en vanaf 1910 in Kanegem (Sint-Baafskerk), waar hij tot zijn overlijden in 1925 bleef. Hector Claeys was een productief schrijver van volkse heiligenlevens, onder meer van de H. Godelieve van Gistel, Sint-Arnoldus van Tieghem, Karel de Goede, Idesbald van der Gracht en Sint-Luitgaarde. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" en " Het Belfort". Hij stond in contact met Gezelle. Hij was betrokken bij "Loquela" en consulteerde hem voor zijn publicaties.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamVan Zieleghem, Constant
Datums° Tielt, 01/12/1831 - ✝ Brugge, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioConstant Van Zieleghem, zoon van Leo Van Zieleghem, landsman, en Francisca Persyn, ontving zijn priesterwijding te Brugge op 19/12/1857. In 1858 was hij leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Hij werd onderpastoor te Pittem (22/10/1872), pastoor van de Potterie te Brugge (10/12/1875) en bestuurder van de Brugse zondagsscholen. Gezelle schreef op zijn aanvraag ter ere van de feesten voor de heilige Idisbald: Een Beevaartslied voor Idisbald. De zusters van de Potterie bewaren sedert 1831 de relikwieën van Sint-Idisbald.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht
Bronnen https://brugseverzen.wordpress.com/tag/constant-van-zieleghem/
Naamvan der Gracht, Idesbald; Idesbald Van der Gracht stamde uit de kleine landadel. Hij werd na de dood van zijn vrouw, in 1150 monnik en in 1155 de derde abt te Ter Duinen. In 1624 bleek zijn lichaam nog gaaf bij de opening van zjin kist. In 1627 werd het overgebracht naar Brugge. Sinds 1834 rust het in de Potterie-abdij. Idesbald werd zalig verklaard in 1894.
Datums° Veurne?, ca.1090 - ✝ Koksijde, 1167
GeslachtMannelijk
Beroepabt
BioVan der Gracht stamde uit de kleine landadel. Na de dood van zijn vrouw werd hij in 1150 monnik en in 1155 de derde abt van de cistercienzerabdij Onze-Lieve-Vrouw Ter Duinen in Koksijde, waar hij in 1167 overleed. Bij de opening van zijn kist in 1624 bleek zijn lichaam nog gaaf. In 1627 werd het overgebracht naar Brugge. Sinds 1834 rust het in de Potterie-abdij. Idesbald werd zalig verklaard in 1894.
Links[wikipedia]
NaamSint-Brandaan; Brandaan van Clonfert
GeslachtMannelijk
Beroepheilige
BioSint-Brandaan was een Ierse monnik en missionaris uit de zesde eeuw. Hij was een deels fictionele figuur, die bekend stond om zijn legendarische zeevaart, beschreven in de 9de-eeuwse Latijnse tekst Peregrinatio Sancti Brandani abbatis (De reis van Sint-Brandaan). Hij was ook de stichter van meerdere scholen en kloosters, waaronder het belangrijke klooster van Clonfert. De heilige werd vroeger bijzonder vereerd te Brugge, waar men hem aanriep als patroon tegen brand (vandaar de naam), o.m. in de kerken van de Potterie en Sint-Gillis. Guido Gezelle publiceerde in 1870 een zeventiende-eeuwse devotieprent van deze heilige in "Rond den Heerd" met een oproep om meer informatie. In 1896 bezorgde hij Ernest Rembry gegevens die hij gebruikte in zijn werk over de bekende pastors van Sint-Gillis.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]
TitelBiekorf. Dat is een leer- en leesblad voor alle verstandige Vlamingen.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDe bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge (1311-1896)
AuteurRembry, Ernest
Datum1890-96
PlaatsBrugge
UitgeverDe Scheemaecker-Van Windekens

Titel03/07/1896, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 03/07/1896. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderRembry, Ernest
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum03/07/1896
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.155-156
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 177 mm x 113 mm
papier, wit
papiersoort: 3 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: afbeelding, Original India Mill
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6798
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.13160
Inhoud
IncipitEncore moi! La faute en est à
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.