<Resultaat 2060 van 2965

>

p1
Eerweerde Heer en Vriend,

Ik ben voornemens mijne gedichten te laten drukken.[1] De Eerweerde HH. Craeynest Van Robaeys en andere raden het mij aan. Het ware mij alderaangenaamst, mocht ik uw gedacht vernemen over mijne gedichten waarvan eenige in den Biekorf verschenen hebben.[2]

Wildet gij mij de toelating geven van uwe antwoorde[3] gebruik te maken in de voorboodschap, gij zoudet mij eenen grooten dienst bewijzen en mij grootelijks aanmoedigen om voort te dichten.

Ik hebbe gemeend, als de tijd het mij toelaat een gedicht te maken (iets in den zin van Evangeline dat voor hoofdinge zou dragen "Godelieve" en waarvan ik de geschiedenisse zou zoeken in de jaren '90.[4] Wat denkt gij daarvan?

Eerweerde Heer en Vriend, aanveerd op voorhand mijnen welgemeenden dank,
Uw toegenegen
Jer. Noterdaeme

Noten

[1] Zijn bundel Gedichten verscheen inderdaad in de zomer van 1892.
[2] J. Noterdaeme, Lieve kind. In: Biekorf: 1 (1890), p.143-144; Marietje. In: Biekorf: 1 (1890), p.349-350;

Aan R.L.. In: Biekorf: 2 (1891), p.55-57; Zijn eerste stap. In: Biekorf: 2 (1891), p.76-77; Het sneeuwt. In: Biekorf: 2 (1891),p.139-140; Ach! mijn blommeke. In: Biekorf: 2 (1891), p.218-219; Octobermaand. In: Biekorf: 2 (1891), p.311; O mocht ik. In: Biekorf: 2 (1891), p.344.

[3] De brief van G. Gezelle aan J. Noterdaeme van 24/02/1892 werd gepubliceerd in de voorboodschap van de bundel gedichten van Noterdaeme, p.7. De brief verscheen ook in Biekorf, ter aanbeveling van de publicatie: Mingelmaren. In: Biekorf: 3 (Lentemaand 1892) 6, p.96.
[4] In 1898 verscheen van J. Noterdaeme: Govaert en Godelieve, verhaal uit den Beloken Tijd.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Briefschrijver

NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamCraeynest, Jan; Craeye
Datums° Oostrozebeke, 01/03/1858 - ✝ Sint-Michiels, 23/04/1929
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; pastoor; auteur
BioJan Craeynest liep lagere school in Oostrozebeke, waarna hij naar het Sint-Jozefscollege in Tielt trok. Hij werd er beïnvloed door de Blauwvoeterie die vanuit Roeselare was overgeslagen. Als poësis-leerling werd Craeynest lid van de in 1875 opgerichte afdeling van het Davidsfonds in Tielt. Vervolgens trok hij naar het kleinseminarie voor één jaar, en in oktober 1878 begon hij aan het grootseminarie in Brugge. In 1881 startte hij aan de universiteit van Leuven, waar hij in twee academiejaren het diploma in de filologische en taalkundige wetenschappen behaalde. In augustus 1882 ontving hij zijn priesterwijding. In september 1883 werd hij retoricaleraar in het Sint-Lodewijkscollege van Brugge. Hij bleef er leraar tot 12 augustus 1892. Ondertussen publiceerde hij in De Vlaamsche Vlagge (onder de schuilnaam ‘Craye’) en in Rond den Heerd. Hij was betrokken bij de oprichting van het tijdschrift Het Belfort (1886) waarin hij taalkundige bijdragen leverde. Ook voor Loquela bezorgde hij uitdrukkingen en woorden. In 1887 was Craeynest medestichter van de Biehalle. Craeynest nam deel aan de eerste literaire prijsvraag van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De wedstrijd kwam er op 18 februari 1887 en betrof het opstellen van een alfabetische lijst van bastaardwoorden. In de redactie van Biekorf zette hij zich in vanaf het eerste nummer in 1890. Hij bleef een ijverige medewerker en publiceerde er heel wat artikels. Vanaf 1898 hielp Craeynest Gezelle bij de vertaling van Goddelijke Beschouwingen. Eén jaar na de dood van Gezelle werd hij benoemd tot aalmoezenier van de gevangenis in Brugge. Hij werd aangepord om de vertaling van die Meditationes Theologicae af te werken. Hij zette dit werk verder waar Gezelle gestopt was. De vertaling bleef echter onvoltooid. In 1904 werd Craeynest benoemd tot pastoor van de Sint-Michielsparochie in Brugge. Dat jaar publiceerde hij ook Woordkunst van Guido Gezelle. In 1907 verscheen het woordenboek Loquela, alfabetisch geordend door de karmeliet Hyacinthus. Caesar Gezelle hielp hem daarbij. Jan Craeynest werd gevraagd om het ‘voorbericht’ te schrijven waardoor hij ook verder het woordenboek ging samenstellen.
Links[odis], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter (WDT); adressenlijst Cordelia Van De Wiele; medewerker Rond den Heerd en Loquela; medestichter van Biekorf
NaamNoterdaeme, Jerome; Noterdaeme, Hieronymus; Noterdaeme, Jeroom
Datums° Lo, 03/07/1862 - ✝ Sint-Andries, Brugge, 01/01/1933
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; ambtenaar; directeur; dichter
BioJerome Noterdaeme werd geboren te Lo op 3 juli 1862 als zoon van Philippus Jacobus Noterdame (landbouwer) en Amelia Virginia Dewitte (dienstbode). Hij liep eerst school aan het bisschoppelijk college te Veurne. Als student bezocht hij in 1881 Guido Gezelle bij hem thuis in Kortrijk, die hem vroeg om woorden uit zijn streek te verzamelen. Vanaf dan begonnen ze te corresponderen, waarbij Noterdaeme Gezelle naast taalmateriaal ook zijn eigen gedichten bezorgde. Op 16 augustus 1882 zwaaide hij af als rhetoricaleerling. Nog dat zelfde jaar startte hij met zijn studies rechten aan de Katholieke Universiteit Leuven. Op 21 december 1886 was hij nog student rechten te Leuven waar hij deelnam aan de pensionering van professor Van Biervliet. Op 1 september 1887 werd Jerome Noterdaeme benoemd tot avoué bij de rechtbank van eerste aanleg te Veurne. Tijdens die periode ontving hij de Guido Gezelle in zijn huis. Op 12 april 1888 legde hij dit ambt neer. Hij verhuisde naar Brugge en werd op 13 februari 1888 benoemd is tot bureauchef bij het provinciebestuur in Brugge. Later werd hij directeur bij het provinciebestuur. Op 10 april 1888 trad hij te Brugge in het huwelijk met Marie Louise Augusta Catharina Roger (1865-1899). Het echtpaar kreeg zes kinderen. Het gezin verbleef in Collard Mansionstraat, 10 te Brugge. Na 1900 luidt het adres Langerei 30. Als auteur publiceerde hij juridische werken, proza en gedichten waaronder heel wat gelegenheidsgedichten die vaak op muziek werden gezet. Hij publiceerde ook artikels in het tijdschrift "Biekorf". Hij was bijzonder actief in het Davidsfonds zowel lokaal als bovenlokaal. In 1924 was hij medestichter van de vereniging die de oprichting van het Gezellemuseum organiseerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent
Bronnen http://www.historischekranten.be
NaamVan Robays, Edward; Van Roobeke, Edward
Datums° Egem, 2 of 3/02/1855 - ✝ Barhamur, 30/05/1906
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; priester; missionaris; pater jezuïet
VerblijfplaatsIndië
BioEdward Van Robays, zoon van Leonardus, timmerman, en Rosalia Fraeye, werd tot priester gewijd te Brugge op 22/05/1880. Hij studeerde pedagogie te Leuven. Hij werd leraar wiskunde aan het Sint-Lodewijkscollege op 04/10/1881. Hij zette zich in voor de vernederlandsing van wiskundige termen en schreef diverse bijdragen hierover in Rond den Heerd. Hij was één van de stichters van het tijdschrift Biekorf. Op 24/09/1892 trad hij toe tot de jezuïeten en hij vertrok op 31/10/1894 naar West-Bengalen.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrrespondent; medewerker Rond den heerd; medestichter van Biekorf
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III

Naam - plaats

NaamLo
GemeenteLo-Reninge

Titel - ander werk

TitelEvangeline van Longfellow
AuteurLongfellow, Henry Wadsworth
Datum1901
PlaatsRousselare
UitgeverDe Meester
TitelGedichten
AuteurNoterdaeme, Jerome
Datum1892
PlaatsBrugge
UitgeverVan Mullem
TitelGovaert en Godelieve, verhaal uit den Beloken Tijd
AuteurNoterdaeme, Jerome
Datum1898
PlaatsBrugge
UitgeverG. Claeys-Weghsteen

Titel20/02/1892, Brugge, Jerome Noterdaeme aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Universiteit Antwerpen, Noterdaeme Jerome aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 20/02/1892. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderNoterdaeme, Jerome
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum20/02/1892
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 209 mm x 135 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 1 zijde beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6504
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12783
Inhoud
IncipitIk ben voornemens mijne gedichten te
Samenvatting Over Gedichten / door J. Noterdaeme. - Brugge: Van Mullem, 1892
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.