<Resultaat 1852 van 2965

>

p1+
Eerweerde Heer ende Meester,

‘t Was den Donderdag vóór onze wijdinge[1] dat ik van M. VandeVyvere dit briefken hier ontving, en Vrijdag was’t als wij de proef[2] te verbeteren kregen, bij gevolge te late om ze U nog te laten geworden. Der zijn weinig missen ingelascht,[3] peize ‘k.

‘k Zende U volgens uw redelijk verzoek eenige beeldekens,[4] en danke U hertelijk om uwe wel-p2gepaste dichtreken. Kon ik U ooit eenigerwijze dienst bewijzen, ‘t ware gedaan met de meeste liefde van de wereld.

Daarmede, Weerde Heer, groete ik U vriendelijk en met eerbied.
Tuus inChristo[5]
Am Dierick
Brugstrate Iseghem
Of[6]
H. Geestcollegie Leuven

Noten

[1] De wijding vond plaats op 21 december 1889, de donderdag ervoor was 19 december 1889.
[2] Proefdruk van het bidprentje voor de priesterwijding van Amatus Dierick met gedicht van Guido Gezelle.
[3] Weinig fouten ingeslopen.
[4] Bidprentjes voor de priesterwijding van Amatus Dierick (Guido Gezellearchief, nr.646).
[5] Vertaling (Latijn): De jouwe in Christus.
[6] Accolade verbindt boven- en onderstaande adressen.
plakweeg “PLAKWEEG, m. Een muur van latten met moortel bepleisterd. Een arm huis in plakweeg. De panjuilen van eenen plakweeg.” In: L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon (Gent: A.Siffer, 1892), p.752.Fr. Vl. Fransch Vlaanderen. “PLAKWEEG, m. Een muur van latten met moortel bepleisterd. Een arm huis in plakweeg. De panjuilen van eenen plakweeg.” In: L.L. De Bo, Westvlaamsch idioticon (Gent: A.Siffer, 1892), p.752. Fransch Vlaanderen.

Register

Correspondenten - personen

NaamDierick, Adolf Amaat; Dierick, Amatus
Datums° Izegem, 10/03/1865 - ✝ Harelbeke, 09/12/1933
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; dichter; pastoor
BioAdolf Amaat Dierick werd geboren te Izegem op 10 maart 1865. Hij volgde zijn secundair onderwijs aan het kleinseminarie in Roeselare. Op 21 december 1889 werd hij tot priester gewijd in Brugge door bisschop Jean Joseph Faict. Voor deze gelegenheid schreef Guido Gezelle, waarmee hij ook correspondeerde, een gedicht aan Dierick. In september 1891 werd hij naar de KU Leuven gestuurd en behaalde er een licentie in de wijsbegeerte en letteren. Hij werd op 15 september 1891 benoemd tot leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Op 19 april 1909 volgde zijn benoeming tot directeur van de Zusters van Liefde in Heule. Enkele jaren later, op 17 november 1913, werd hij aangesteld als pastoor in Moorslede. Na de Eerste Wereldoorlog, op 22 december 1918, werd hij overgeplaatst naar Harelbeke, waar hij eveneens als pastoor dienstdeed. Hij bleef daar actief tot zijn overlijden op 9 december 1933. Dierick was ook dichter en publiceerde zelf ook werken, waaronder Tillo’s Lied en gedichten in Biekorf en De Nieuwe Tijd. Hij schreef ook het ‘Eeuwlied’ van het kleinseminarie Roeselare (1906).
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Briefschrijver

NaamDierick, Adolf Amaat; Dierick, Amatus
Datums° Izegem, 10/03/1865 - ✝ Harelbeke, 09/12/1933
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; dichter; pastoor
BioAdolf Amaat Dierick werd geboren te Izegem op 10 maart 1865. Hij volgde zijn secundair onderwijs aan het kleinseminarie in Roeselare. Op 21 december 1889 werd hij tot priester gewijd in Brugge door bisschop Jean Joseph Faict. Voor deze gelegenheid schreef Guido Gezelle, waarmee hij ook correspondeerde, een gedicht aan Dierick. In september 1891 werd hij naar de KU Leuven gestuurd en behaalde er een licentie in de wijsbegeerte en letteren. Hij werd op 15 september 1891 benoemd tot leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Op 19 april 1909 volgde zijn benoeming tot directeur van de Zusters van Liefde in Heule. Enkele jaren later, op 17 november 1913, werd hij aangesteld als pastoor in Moorslede. Na de Eerste Wereldoorlog, op 22 december 1918, werd hij overgeplaatst naar Harelbeke, waar hij eveneens als pastoor dienstdeed. Hij bleef daar actief tot zijn overlijden op 9 december 1933. Dierick was ook dichter en publiceerde zelf ook werken, waaronder Tillo’s Lied en gedichten in Biekorf en De Nieuwe Tijd. Hij schreef ook het ‘Eeuwlied’ van het kleinseminarie Roeselare (1906).
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamIzegem
GemeenteIzegem

Naam - persoon

NaamDierick, Adolf Amaat; Dierick, Amatus
Datums° Izegem, 10/03/1865 - ✝ Harelbeke, 09/12/1933
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; dichter; pastoor
BioAdolf Amaat Dierick werd geboren te Izegem op 10 maart 1865. Hij volgde zijn secundair onderwijs aan het kleinseminarie in Roeselare. Op 21 december 1889 werd hij tot priester gewijd in Brugge door bisschop Jean Joseph Faict. Voor deze gelegenheid schreef Guido Gezelle, waarmee hij ook correspondeerde, een gedicht aan Dierick. In september 1891 werd hij naar de KU Leuven gestuurd en behaalde er een licentie in de wijsbegeerte en letteren. Hij werd op 15 september 1891 benoemd tot leraar aan het kleinseminarie van Roeselare. Op 19 april 1909 volgde zijn benoeming tot directeur van de Zusters van Liefde in Heule. Enkele jaren later, op 17 november 1913, werd hij aangesteld als pastoor in Moorslede. Na de Eerste Wereldoorlog, op 22 december 1918, werd hij overgeplaatst naar Harelbeke, waar hij eveneens als pastoor dienstdeed. Hij bleef daar actief tot zijn overlijden op 9 december 1933. Dierick was ook dichter en publiceerde zelf ook werken, waaronder Tillo’s Lied en gedichten in Biekorf en De Nieuwe Tijd. Hij schreef ook het ‘Eeuwlied’ van het kleinseminarie Roeselare (1906).
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedicht
NaamVan De Vyvere-Petyt, Karel
Datums° Tielt, 24/05/1852 - ✝ Brugge, 25/10/1922
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker
BioKarel Van De Vyvere huwde met Octavie, dochter van de Brugse drukker Jacob Petyt. In 1879 richtten ze een tweede drukkerij op onder de naam Van De Vyvere-Petyt. Ze zetten het bedrijf op de internationale kaart. Als middelgroot bedrijf gaven ze in 1882 werk aan een dertigtal werklieden en bedienden. Ze ontwierpen en drukten heiligenprentjes, gedachtenisprentjes, diploma's, publiciteitskaarten en bedevaartvaantjes in de neogotische stijl. Van De Vyvere-Petyt was de drukker van gelegenheidsdrukwerk van Gezelle.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; drukker Gezelle

Naam - plaats

NaamIzegem
GemeenteIzegem
NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - instituut/vereniging

NaamHeilige Geestcollege, Leuven
BeschrijvingHet Heilige Geestcollege Leuven werd in 1445 opgericht, nadat Lodewijk de Rycke en zijn echtgenote Judoca van den Putte een schenking deden aan de theologische faculteit van de universiteit die toen pas 20 jaar bestond. Sinds de 15e eeuw breidde het college zich uit, totdat een nieuw gebouw noodzakelijk was. Dit complex uit de 18e eeuw dat zich bevindt in de Naamsestraat is tot de dag van vandaag de vestiging van het college. Tussen 1804 en 1835 deed het gebouw dienst als middelbare school. Dit gebeurde onder de naam Collège Communal, wat onder Nederlands bewind het Stedelijk College van Leuven werd. Nadien werd het opnieuw als universiteitscollege voor theologiestudenten in gebruik genomen. Het richtte zich daarbij op priesters die aan de Leuvense universiteit studeerden. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de instelling ernstig beschadigd door bombardementen. In de jaren 1950 werd het college heropgebouwd.
Datering1445-heden
Links[wikipedia]

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Titelt Geen Noë deed en Haron plag
PublicatieTijdkrans (Verzameld dichtwerk, deel III), p. 546

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Dierick, Adolf Amaat

Correspondenten - personen

Dierick, Adolf Amaat
Gezelle, Guido

Naam - instituut/vereniging

Heilige Geestcollege, Leuven

Naam - persoon

Dierick, Adolf Amaat
Van De Vyvere-Petyt, Karel

Naam - plaats

Izegem
Leuven

Plaats van verzending

Izegem

Titel - gedicht van Guido Gezelle

t Geen Noë deed en Haron plag

Titel25/12/1889, Izegem, Adolf Amaat Dierick aan [Guido Gezelle]
EditeurJoppe Werbrouck
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenJoppe Werbrouck, Dierick Adolf Amaat aan Gezelle Guido, Izegem (Izegem), 25/12/1889. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderDierick, Adolf Amaat
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum25/12/1889
VerzendingsplaatsIzegem (Izegem)
AnnotatieBriefversie van datering: Kerstemesdag, 1889 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 135 mm x 107 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.); op zijde 2 rechts in de benedenrand: taalkundige notitie: plakweeg // Fr. Vl. (inkt, omgekeerd, hand G.G.); alle zijden met blauw potlood doorgehaald
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6243
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12586
Inhoud
Incipit't Was den donderdag vóór onze
Samenvatting gelegenheidsgedicht voor bidprentje van priesterwijding van Amatus Dierick, Brugge 21/12/1889 (nr.646): ''t Geen Noë deed en Haron plag,' (Verz. dichtw. dl.III, p.546)
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.