Iseghem, Kerstemesdag, 1889.
Eerweerde Heer ende Meester,
‘t Was den Donderdag vóór onze wijdinge[1] dat ik van M. VandeVyvere dit briefken hier ontving, en Vrijdag was’t als wij de proef[2] te verbeteren kregen, bij gevolge te late om ze U nog te laten geworden. Der zijn weinig missen ingelascht,[3] peize ‘k.
‘k Zende U volgens uw redelijk verzoek eenige beeldekens,[4] en danke U hertelijk om uwe wel-p2gepaste dichtreken. Kon ik U ooit eenigerwijze dienst bewijzen, ‘t ware gedaan met de meeste liefde van de wereld.







