<Resultaat 1836 van 2965

>

p1+
Ami,

J’ai bien reçu vos deux bonnes lettres et le paquet de livres, que vous me destiniez. Il y a parmi ceux-ci divers ouvrages curieux, que je suis heureux de posséder. Merci, de grand cœur!

J’ai reçu ce matin la visite de Mlle Adelaïde Berghman, fort heureuse de l’accueil que lui a fait la Supérieure des Soeurs de l’Enfant Jésus.[1] On lui a dit de repasser Dimanche, la chose ne pouvant se conclure en votre absence. Comme votre acquiescement ne forme pas l’ombre d’un doute, je regarde l’affaire comme terminée. Les chambres et les conditions d’acceptation sont fort du goût de Mlle Berghman, que je me permets de vous recommander spécialement; vous avez parfaitement connu ses deux frères, Alexandre, mon ancien collègue à St Gilles, décédé Rédemptoriste à l’île de St Thomas, et Henri, Rédemptoriste en Australie.[2]

Envoyez-moi, si vous le voulez, en billets de banque, par Mr Eugène Vandamme, la somme dont vous disposez; mon collèguep2Mr Soenens, la placera au mieux de vos intérêts; je vous retournerai, par la même voie, les valeurs acquises.[3]

Je possède Pater Auxilius vň Moorslede[4] et les Brieven van Keureminne; j’y chercherai les passages relatifs à O’Hearn. Procurez-moi seulement, si possible, un tiré à part de l’étude de Mr Van Even.[5]

Merci, encore une fois, Ami, de toutes vos bontés et croyez-moi bien
Tout vôtre,
Ernest Rembry

Noten

[1] Adelaïde Berghman werd omwille van haar mentale problemen te Kortrijk ondergebracht bij de zusters van het Kind Jezus, waarvan Gezelle directeur was.
[2] Adelaide was de zus van twee priesters die Guido Gezelle en Ernest Rembry kenden: Alexander en Hendrik Berghman. Alexander was onderpastoor geweest van Sint-Gillis te Brugge, waar Ernest Rembry actief was. Gezelle kende beide broers als oud-leerlingen van het kleinseminarie van Roeselare.
[3] Gezelle belegde zijn spaargeld via Ernest Rembry en Joseph Soenens. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.264-265).
[4] Rembry vermeldt het werk in zijn De bekende Pastors van Sint-Gillis, p. 227-228 waar hij het heeft over Melchior Gailliard (1778-1803). Deze pastoor van Sint-Gillis predikte in de patriottentijd tegen het régime van Jozef II en werd als zodanig bespot door keizersgezinden o.m. 'de gewezen en al te vermaarde pater capucijn Auxilius van Moorslede viel ook Gailliard deerlijk op het lijf‘ (p. 227). (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.305-306).
[5] E. Van Even, Een Ierlander, Francis O'Hearn, leermeester van Daniel O'Connell, die in België de Vlaamse dichtkunst beoefende op het einde der 18de eeuw (rede op zitting 16 oktober 1889). In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde: (1889), p. 257-288.

Ernest Rembry had die lezing in zijn brief van 15/11/1889 opgevraagd bij Gezelle. In zijn briefkaart van 22/11/1889 laat Rembry Gezelle weten dat de studie gisterenavond in de bus viel: ”En rentrant hier soir chez moi, j’ai trouvé l’exemplaire de la curieuse notice biographique sur le Chanoine O’Hearn”.

“In Van Evens artikel wordt O’Hearn vooral geprezen omdat zijn verzen getuigen van de hoogschatting van onze moedertaal. Bovendien belicht hij een vrij actueel probleem aan de hand van O'Hearns poëzie. De Ier wou aantonen dat het aanleren van onze taal voor vreemdelingen geen buitengewone moeilijkheden oplevert. Rembry zou deze gegevens verwerken in zijn boekje over Carolus Borromeus waarin hij uitweidt over een van de kapellen gewijd aan Sint-Carolus in de kathedraal van Sint-Donatus. O'Hearn maakte deel uit van een der bloeiende confrérieën aldaar die toen - aldus Rembry - honderden leden telden.” (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.304-305).

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamBerghman, Hendrik
Datums° Ieper, 29/04/1841 - ✝ Dundalk, 22/04/1920
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; missionaris; redemptorist
VerblijfplaatsEngeland; Schotland; Ierland; Australië: o.a. Singleton, Warabah, Ballarat
BioHendrik Louis Albert Alphonsus Berghman werd geboren te Ieper op 29 april 1841 als zoon van advocaat Louis Augustin Berghman (Ieper, 1796-1863) en Marie Joséphine Malou (Ieper, 1808-1873), nicht van de Brugse bisschop Malou. Hij groeide op in een gezin van dertien kinderen, waaronder zijn broer Alexander Berghman, onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge, waar ook Ernest Rembry actief was, en zijn zus Adelaide. Hendrik was oud-leerling van het kleinseminarie te Roeselare (1858-1860). Op 2 oktober 1860 startte hij zijn studies aan het Engels Seminarie te Brugge maar verliet het Seminarie op 13 augustus 181 om binnen te treden bij de redemptoristen te Bishop Eton (Liverpool, Engeland) op 25 oktober 1861. Hij ontving het habijt op 8 december 1861 en zijn professie volgde op 8 december 1862. Vervolgens studeerde hij theologie in Wittem (Nederland) en werd er tot priester gewijd op 22 oktober 1865. In 1866 keerde hij terug naar Engeland en was er werkzaam in Bishop Eton van 1866 tot 1869 als prefect van de studenten en vanaf 8 november 1867 als docent in dogmatische theologie en kerkgeschiedenis. Van 1869 tot 1872 was hij werkzaam in St. Mary’s Church in Clapham, Londen, waar hij zich bezighield met parochiewerk en missionering. Daarna keerde hij terug naar Liverpool, waar hij van 1872 tot 1874 opnieuw doceerde aan Bishop Eton en vanaf 23 september 1872 lesgaf in de moraaltheologie. Perth (Schotland) en Limmerick (Ierland). Berghman was van 1874 tot 1875 werkzaam in Kinnoull, Perthshire, en vervolgens van 8 september 1875 tot 1880 in Mount Alphonsus, Limerick, waar hij de Mannenconfraterniteit van de Heilige Familie leidde en openbare processies organiseerde. Daarna keerde hij op 31 augustus 1880 terug naar Kinnoull, waar hij tot 1884 verbleef, en vervolgens opnieuw in Limerick van 1884 tot 1885. Op 30 oktober 1885 vertrok hij vanuit Plymouth naar Australië aan boord van de S.S. Potosi. Hij verbleef o.a. te Singleton (Maitland) en hij diende van 1887 tot 1890 in Newcastle, New South Wales, en van 1890 tot 1895 in Ballarat (Victoria). In 1895 keerde hij terug naar Limerick. Toen de Anglo-Ierse provincie in 1898 werd opgesplitst in twee afzonderlijke jurisdicties, koos hij ervoor om in de Ierse provincie te blijven. Hij was vervolgens actief in Limerick en Esker (Athenry, County Galway), waar hij de zijaltaren en altaarleuningen ontwierp. Later werkte hij in Clonard, Belfast, waar hij verantwoordelijk was voor het ontwerp van het hoogaltaar en de zijkapellen van het Heilig Hart en Onze Lieve Vrouw, en in Dundalk. Zijn handschrift is bewaard gebleven in manuscripten en wordt gekenmerkt door een artistieke stijl. Daarnaast bestudeerde hij de geschiedenis van de Mariaverering in Ierland. In zijn latere jaren ging zijn gezondheid achteruit. Hij overleed op 22 april 1920 in St. Joseph’s in Dundalk en werd bijgezet in de crypte van de kloosterkerk.
Relatie tot Gezellecorrespondent; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Engels Seminarie
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4, p.8; Stewart Foster, The English Seminary Bruges : 1858-1873: a biographical register of priests. Brentwood: Brentwood Diocesan Archives, 2018, p.5-6; Eric Derluyn, Betrekkingen tussen het Brugse Bisdom en de Engelse in de 19de eeuw, Leuven, 1966, Deel I, p.320.
NaamDeschryver, Marie Sophie; Marie Nathalie (Zuster)
Datums° Wervik, 18/11/1829 - ✝ Rijsel, 26/01/1906
GeslachtVrouwelijk
Beroepkloosterzuster; lerares; generaal-overste
VerblijfplaatsFrankrijk (Rijsel)
BioMarie Sophie Deschryver was de dochter van François en Flavie Dumont. Ze trad toe tot de congregatie van de Dochters van het Kind Jezus te Rijsel op 28 augustus 1849. Ze ontving haar habijt op 28 januari 1850 en kreeg de naam Marie Nathalie. Ze legde haar kloostergeloften af op 29 januari 1851 en onderwees de novicen van 1 oktober 1849 tot 1 november 1855. Vervolgens was ze generaal-overste van 1 oktober 1856 tot 9 september 1862, van 8 september 1864 tot 4 september 1876, van 3 september 1877 tot 28 augustus 1885 en van 31 augustus 1888 tot aan haar dood op 26 januari 1906. Op 23/05/1889 werd Guido Gezelle directeur van het bijhuis van de Franse zusters Les Filles de l'Enfant Jésus te Kortrijk.
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamSoenens, Joseph Alphonse Marie
Datums° Brugge, 26/02/1853 - ✝ Brugge, 10/05/1912
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; ondersecretaris; kanunnik
BioJoseph Soenens werd geboren te Brugge op 26 februari 1853 als zoon van Gustavus Soenens, advocaat, en Justine-Antoinette Bosschaert. Hij werd tot priester gewijd op 10 juni 1876 en begon op 20 september 1877 zijn loopbaan als leraar aan het kleinseminarie van Roeselare, waar hij vanaf oktober 1880 ook gregoriaanse zang doceerde. Op 26 augustus 1884 werd hij collega van Ernest Rembry op het bisdom Brugge eerst als ondersecretaris, later op 26 november 1889 hulpsecretaris. Hij werd benoemd tot erekanunnik op 14 maart 1892 en titulair kanunnik op 26 april 1905. Soenens was lid van de kerkfabriek en het Bureau des Marguilliers et Trésoriers en werkte samen met Ernest Rembry aan de administratie van Gezelles geldbeleggingen. Joseph Soenens overleed te Brugge op 10 mei 1912.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamVan Even, Gerard Edward; Van Even, Edward
Datums° Leuven, 06/12/1821 - ✝ Leuven, 11/02/1905
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; historicus; stadsarchivaris
BioEdward van Even werd in 1846 hulpbibliothecaris van de Leuvense universiteit. In 1853 werd hij benoemd tot stadsbediende, verantwoordelijk voor de zorg voor de stedelijke archieven. Dit vertaalde zich vooral in het doorzoeken van en publiceren over deze archieven, wat resulteerde in een eindeloze reeks publicaties. Hij had vooral interesse in de geschiedenis van de kunsten en de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden. Hij gaf oude kronieken uit en bracht documenten aan het licht over o.a. de schilders Van der Weyden, Bouts, Metsys... Bij dit alles speelde zijn gebrek aan wetenschappelijke opleiding hem soms wel parten. Hij schreef zelf literatuur en stond mee aan de wieg van de heropleving van de Leuvense rederijkerskamer. Zijn verzameling oudheden en schilderijen vormen de kern van het huidige museum M in Leuven. Hij was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 07/01/1889 tot 11/02/1905.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamVan Damme, Eugeen
Datums° Brugge, 22/12/1831 - ✝ Brugge, 07/05/1915
GeslachtMannelijk
Beroepgoudsmid
BioEugeen Van Damme was de jongste zoon van goudsmid Jan Baptiste Van Damme (1798-1869) en Marie De Badrihaye (1790-1868) die sinds hun huwelijk in 1826 het Huis Van Damme in de Steenstraat 8 te Brugge runden. Eugeen was een studiegenoot van Gezelle aan het Duinencollege te Brugge. Hij ging in de leer bij zijn vader en volgde lessen aan de Academie. Hij behoorde net als zijn vader tot de stichters van de Katholieke kiesvereniging Concordia (1852). In 1853 werd hij lid en ondervoorzitter van het Genootschap van de Heilige Vincentius a Paulo. Nog ongehuwd trok Eugeen in 1858 met zijn ongetrouwde zus Elisabeth naar Kortrijk, waar hij in de Leiestraat 3 een bijhuis van het Huis Van Damme opende. Twee jaar later trad hij in het huwelijk met brouwersdochter Nathalie Francisca Serruys (1836-1911) uit Heule-Watermolen. Ze kregen zes kinderen. Na de dood van zijn vader in 1869 kwam Eugeen aan het hoofd van zowel het hoofdhuis als het filiaal te Kortrijk. Nadat Gezelle naar Kortrijk overgeplaatst was in 1872, maakte hij opnieuw kennis met Eugeen Van Damme. Gezelle was goed bevriend met de familie en schreef heel wat gelegenheidsgedichten voor hen, o.m. voor het zilveren huwelijk van het echtpaar Van Damme-Serruys in 1885. Omdat Eugeen in functie van de winkel wekelijks met de trein op en af ging naar Brugge (op zaterdag en soms ook op woensdag) was hij vaak tussenpersoon met Adolf Duclos, Ernest Rembry en Adolf Lootens. In 1895 keerde Van Damme terug naar Brugge met zijn echtgenote en ging in de Oude Zak 43 wonen. Van Damme wordt beschouwd als een van de belangrijkste Brugse edelsmeden uit het laatste kwart van de 19de eeuw en een van de voornaamste bewerkers van de heropleving van de Brugse edelsmeedkunst tijdens deze periode. Zo restaureerde hij bv. het gouden vat waarin het Heilig Bloed bewaard wordt. Van Damme was in bezit van het manuscript 'Constige Refereyen' van Anna Bijns en bewaarde het handschrift vermoedelijk in zijn hoofdhuis in de Steenstraat te Brugge. In 1900 werd Van Damme bestuurslid van de Academie en in 1902 werd hij als een van de nog levende stichters van Concordia gevierd.
BronnenMarc Carlier, Een uniek poëziehandschrift van Anna Bijns in Brugs bezit tijdens de 19de eeuw. In: Boeken uit Brugge, Brugge. Uitgeverij Van de Wiele, 2021, p.188-193.
NaamBerghman, Adelaide Isabelle
Datums° Ieper, 26/01/1834 - ✝ Ieper, 16/10/1909
GeslachtVrouwelijk
BioAdelaide Isabelle Berghman werd geboren te Ieper op 26 januari 1834 als dochter van advocaat Louis Augustin Berghman (Ieper, 1796-1863) en Marie Joséphine Malou (Ieper, 1808-1873). Adelaide was de zus van twee priesters die Guido Gezelle en Ernest Rembry kenden: Alexander en Hendrik Berghman. Alexander was onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge, waar Ernest Rembry actief was en Hendrik was leerling aan het kleinseminarie van Roeselare toen Gezelle er les gaf. Het contact tussen Adelaide en Gezelle verliep via Rembry. In een brief van 15 november 1889 vroeg Ernest Rembry aan Gezelle of Les Filles de L’Enfant Jésus te Kortrijk, waarvan Gezelle de directeur was, logement zouden willen geven aan een juffrouw van boven de vijftig uit een respectabele familie. Door bemiddeling van Gezelle kon Adelaide Berghman in het klooster verblijven. Alles verliep goed tot ze voor opschudding zorgde (brief van 15 mei 1891). Ze bleek aan achtervolgingswaanzin te leiden. Rembry vroeg Gezelle haar met troostende woorden te kalmeren, wat hij ook deed. Het verblijf bij Les Filles de L’Enfant Jésus werd stopgezet (brief van 15 juli 1891). Ernest Rembry verplichtte Adelaide om haar onterechte kritiek op de zusters voor zich te houden. Adelaide Berghman stierf te Ieper op 16 oktober 1909.
BronnenCaroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987; https://search.arch.be/nl/
NaamBerghman, Alexander
Datums° Ieper, 21/05/1836 - ✝ St. Thomas (Maagdeneilanden), 02/12/1866
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; redemptorist: missionaris
BioAlexander Berghman werd geboren te Ieper op 21 mei 1836 als zoon van advocaat Louis Augustin Berghman (Ieper, 1796-1863) en Marie Joséphine Malou (Ieper, 1808-1873). Alexander was de broer van Adelaide en Hendrik Berghman, leerling aan het kleinseminarie van Roeselare toen Gezelle er les gaf. Hij werd priester gewijd op 17 december 1859 en aangesteld tot onderpastoor op Sint-Gillis in Brugge waar Rembry actief was (11 januari 1860). Hij trad op 2 februari 1864 binnen bij de Redemptoristen en vertrok op 16 oktober 1866 als missionaris naar Sint-Thomas waar hij anderhalve maand later overleed.
Links[odis]
NaamO'Hearn, Francis
Datums° Lismore, 04/10/1753 - ✝ Waterford, 21/10/1801
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; hoogleraar; kanunnik; rector; pastoor
VerblijfplaatsIerland
BioFrancis O’Hearn werd geboren in Lismore, Waterford (Ierland) op 4 oktober 1753. Hij volgde zijn opleiding aan het Collegium pastorale Hibernorum te Leuven, een seminarie voor jonge Ierse mannen. Later werd hij er werd docent en hoogleraar van syntax en rhetorica. Hij bekleedde functies als kanunnik en rector van het Ierse Pastoraal College. In 1785 werd hij benoemd tot deken van de Vlaamse natie aan de universiteit van Leuven. O’Hearn was bekend om zijn Vlaamse verzen en maakte deel uit van een confrérie in de kathedraal van Sint-Donatus te Leuven. Tijdens de Brabantse Omwenteling stond hij eerst aan de zijde van de liberale Jan Frans Vonck, later aan de katholieke kant van Henri Van der Noot. Na de Franse inval in 1797 keerde hij naar Ierland terug en werd pastoor van St. Thomas’ in Waterford, waar hij op 21 oktober 1801 overleed.
BronnenC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.304-305 ; Maynooth University Repository. O’Hearn, Francis (1747‑1801), Irish Catholic Theologian and Flemish-Language Author; https://www.dib.ie/index.php/biography/ohearn-francis-a6793

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - instituut/vereniging

NaamLes Filles de l'Enfant Jésus, Lille
BeschrijvingFranse zustercongregatie in 1825 in Rijsel gesticht door Nathalie Doignies (1778-1858) en Louis Détrez (1769-1832). Op 23 mei 1889 werd Gezelle benoemd tot directeur van een pas opgerichte afdeling in Kortrijk. Het betrof een kleine communauteit met drie zusters. De religieuzen van het Kind Jezus vestigden zich ook in Charleroi, Dottenijs, Abele, Watou, Naast, Kortrijk, Moorsele, Sleidinge (1896), Warneton, Bellegem, Haine-St-Paul, le Tuquet, Moeskroen, Villers-St-Ghislain, Ellezelles en Herseaux.
Datering1825-heden
Links[odis], [wikipedia]

Titel - ander werk

TitelDe bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge (1311-1896)
AuteurRembry, Ernest
Datum1890-96
PlaatsBrugge
UitgeverDe Scheemaecker-Van Windekens
TitelWonderbaer en rugtbaer leven van den ex-pater Auxilius van Moorslede, alias Pieter Francis-Dominiq Vervisch ... alles volgens de naekte waerheyd. (3dln.)
AuteurVervisch, Pieter Francis Dominiq
Datum1749-1793
PlaatsMaastricht
UitgeverWauters Donckers
TitelLe culte de Saint Charles Borromée à Bruges
AuteurRembry, Ernest
Datum1901
PlaatsBruges
UitgeverLouis de Plancke
TitelVersamelinge der Brieven van den heere Keuremenne. Aen de Heeren Theologanten van de Seminarien van Gend, Brugge, Ipren & c. over het soogenaemt Seminarie-Generael, waer in ontdeckt worden alle heymelycke geschiedenisse voorgevallen ten dien opzigte
AuteurErnestus Keuremenne (pseudoniem van Johannes Jozef Vanden Elsken )
Datum1788-89
PlaatsTrier
Uitgeverby Pluckhaen van Lier

Titel21/11/1889, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 21/11/1889. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderRembry, Ernest
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum21/11/1889
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.125-126
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 204 mm x 127 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: C.G. & S., afbeelding, Nr 176, London
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6229
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12572
Inhoud
IncipitJ'ai bien reçu vos deux bonnes lettres et
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.