<Resultaat 1835 van 2965

>

p1+
Ami,

La présente est pour vous demander un triple service; vous voyez que je n’y vais pas de main morte.

I. On m’assure que les Filles de l’Enfant Jésus, vos voisines, dont vous êtes Directeur, reçoivent chez elles, comme pensionnaires, des Dames et des Demoiselles d’âge. Dans l’affirmative, consentiraient-elles à fournir la table et le logement à une demoiselle de famille fort respectable, ayant dépassé la cinquantaine?[1] A quelles conditions, pécuniaires et autres, subordonneraient-elles leur acceptation? La demoiselle en question désire occuper deux chambres, qu’elle meublerait-elle même.

II. On me prie de faire retoucher, pour autant que de besoin, les vers suivants:

Hoe zijt gij, Vloekers, zoo verblind?
Die door uw vloeken niet en wint,
En Jesus, voor zoveel gij kont,
zeer bloedig geesselt en doorwondt;
Bekeert u spoedig, ‘t is nog tijd,
Eer gij sterft en eeuwig lijdt.

Corrigas, quaeso, corrigenda.[2]p2III. Un de vos collègues de l’Académie flamande, Mr Edward Van Even, archiviste de Louvain, a lu, si j’ai bonne mémoire, à votre dernière réunion, une notice biographique sur le professeur O’Hearn,[3] de l’ancienne Université de Louvain. Cette notice a-t-elle été publiée et en existe-t-il des tirés-à-part? Où peut-on se procurer ceux-ci? O’Hearn m’intéresse beaucoup, parce que ce fut un des derniers Chanoines du Chapitre de St Donatien, à Bruges. Etant lié d’amitié, comme je le suppose, avec Mr Van Even, vous pourriez, peut-être, me procurer un exemplaire de la brochure en question.[4]

Pardonnez-moi mes importunités, mille fois merci d’avance et croyez-moi bien
Tout vôtre,
Ernest Rembry.

Noten

[1] Adelaïde Berghman werd omwille van haar mentale problemen te Kortrijk ondergebracht bij de zusters van het Kind Jezus, waarvan Gezelle directeur was.
[2] Vertaling (Latijn): Verbeter, alstublieft, wat verbeterd moet worden.
[3] E. Van Even, Een Ierlander, Francis O'Hearn, leermeester van Daniel O'Connell, die in België de Vlaamse dichtkunst beoefende op het einde der 18de eeuw (rede op zitting 16 oktober 1889). In: Verslagen en Mededelingen van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde: (1889), p. 257-288.

“In Van Evens artikel wordt O’Hearn vooral geprezen omdat zijn verzen getuigen van de hoogschatting van onze moedertaal. Bovendien belicht hij een vrij actueel probleem aan de hand van O'Hearns poëzie. De Ier wou aantonen dat het aanleren van onze taal voor vreemdelingen geen buitengewone moeilijkheden oplevert. Rembry zou deze gegevens verwerken in zijn boekje over Carolus Borromeus waarin hij uitweidt over een van de kapellen gewijd aan Sint-Carolus in de kathedraal van Sint-Donatus. O'Hearn maakte deel uit van een der bloeiende confrérieën aldaar die toen - aldus Rembry - honderden leden telden.” (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.304-305).

[4] In zijn brief van 21/11/1889 aan Gezelle vraagt Rembry er nog eens naar: ”Procurez-moi seulement, si possible, un tiré à part de l’étude de Mr Van Even.” In zijn briefkaart van 22/11/1889 laat Rembry Gezelle weten dat de studie gisterenavond in de bus viel: ”En rentrant hier soir chez moi, j’ai trouvé l’exemplaire de la curieuse notice biographique sur le Chanoine O’Hearn”.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamVan Even, Gerard Edward; Van Even, Edward
Datums° Leuven, 06/12/1821 - ✝ Leuven, 11/02/1905
GeslachtMannelijk
Beroepletterkundige; historicus; stadsarchivaris
BioEdward van Even werd in 1846 hulpbibliothecaris van de Leuvense universiteit. In 1853 werd hij benoemd tot stadsbediende, verantwoordelijk voor de zorg voor de stedelijke archieven. Dit vertaalde zich vooral in het doorzoeken van en publiceren over deze archieven, wat resulteerde in een eindeloze reeks publicaties. Hij had vooral interesse in de geschiedenis van de kunsten en de literatuur van de Zuidelijke Nederlanden. Hij gaf oude kronieken uit en bracht documenten aan het licht over o.a. de schilders Van der Weyden, Bouts, Metsys... Bij dit alles speelde zijn gebrek aan wetenschappelijke opleiding hem soms wel parten. Hij schreef zelf literatuur en stond mee aan de wieg van de heropleving van de Leuvense rederijkerskamer. Zijn verzameling oudheden en schilderijen vormen de kern van het huidige museum M in Leuven. Hij was lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde van 07/01/1889 tot 11/02/1905.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
NaamBerghman, Adelaide Isabelle
Datums° Ieper, 26/01/1834 - ✝ Ieper, 16/10/1909
GeslachtVrouwelijk
BioAdelaide Isabelle Berghman werd geboren te Ieper op 26 januari 1834 als dochter van advocaat Louis Augustin Berghman (Ieper, 1796-1863) en Marie Joséphine Malou (Ieper, 1808-1873). Adelaide was de zus van twee priesters die Guido Gezelle en Ernest Rembry kenden: Alexander en Hendrik Berghman. Alexander was onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge, waar Ernest Rembry actief was en Hendrik was leerling aan het kleinseminarie van Roeselare toen Gezelle er les gaf. Het contact tussen Adelaide en Gezelle verliep via Rembry. In een brief van 15 november 1889 vroeg Ernest Rembry aan Gezelle of Les Filles de L’Enfant Jésus te Kortrijk, waarvan Gezelle de directeur was, logement zouden willen geven aan een juffrouw van boven de vijftig uit een respectabele familie. Door bemiddeling van Gezelle kon Adelaide Berghman in het klooster verblijven. Alles verliep goed tot ze voor opschudding zorgde (brief van 15 mei 1891). Ze bleek aan achtervolgingswaanzin te leiden. Rembry vroeg Gezelle haar met troostende woorden te kalmeren, wat hij ook deed. Het verblijf bij Les Filles de L’Enfant Jésus werd stopgezet (brief van 15 juli 1891). Ernest Rembry verplichtte Adelaide om haar onterechte kritiek op de zusters voor zich te houden. Adelaide Berghman stierf te Ieper op 16 oktober 1909.
BronnenCaroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987; https://search.arch.be/nl/
NaamO'Hearn, Francis
Datums° Lismore, 04/10/1753 - ✝ Waterford, 21/10/1801
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; hoogleraar; kanunnik; rector; pastoor
VerblijfplaatsIerland
BioFrancis O’Hearn werd geboren in Lismore, Waterford (Ierland) op 4 oktober 1753. Hij volgde zijn opleiding aan het Collegium pastorale Hibernorum te Leuven, een seminarie voor jonge Ierse mannen. Later werd hij er werd docent en hoogleraar van syntax en rhetorica. Hij bekleedde functies als kanunnik en rector van het Ierse Pastoraal College. In 1785 werd hij benoemd tot deken van de Vlaamse natie aan de universiteit van Leuven. O’Hearn was bekend om zijn Vlaamse verzen en maakte deel uit van een confrérie in de kathedraal van Sint-Donatus te Leuven. Tijdens de Brabantse Omwenteling stond hij eerst aan de zijde van de liberale Jan Frans Vonck, later aan de katholieke kant van Henri Van der Noot. Na de Franse inval in 1797 keerde hij naar Ierland terug en werd pastoor van St. Thomas’ in Waterford, waar hij op 21 oktober 1801 overleed.
BronnenC. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.304-305 ; Maynooth University Repository. O’Hearn, Francis (1747‑1801), Irish Catholic Theologian and Flemish-Language Author; https://www.dib.ie/index.php/biography/ohearn-francis-a6793

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamLeuven
GemeenteLeuven

Naam - instituut/vereniging

NaamDe Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal en Letterkunde
BeschrijvingDit wetenschappelijk genootschap bestudeert en stimuleert de Nederlandse taal- en literatuur. Na een lange voorgeschiedenis werd het opgericht bij Koninklijk Besluit van 8 juli 1886 als Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde. De activiteiten omvatten onder meer maandelijkse bijeenkomsten met wetenschappelijke en letterkundige besprekingen, prijsvragen en publicaties. Guido Gezelle was één van de stichtende leden. Dit was een belangrijke erkenning van zijn werk. Hij was betrokken bij verschillende prijsvragen en schonk ook een deel van zijn boeken aan de academie.
Datering1886-heden
Links[wikipedia]
NaamUniversiteit Leuven
BeschrijvingDe Universiteit van Leuven werd gesticht in 1425 en opgeheven in 1797. Na een onderbreking werd ze heringericht vanaf 1834. Gezelle had er talrijke contacten zowel onder de professoren als bij de studenten. In 1887 werd hij Doctor honoris causa van de Leuvense universiteit.
Datering1425
Links[wikipedia]
NaamLes Filles de l'Enfant Jésus, Lille
BeschrijvingFranse zustercongregatie in 1825 in Rijsel gesticht door Nathalie Doignies (1778-1858) en Louis Détrez (1769-1832). Op 23 mei 1889 werd Gezelle benoemd tot directeur van een pas opgerichte afdeling in Kortrijk. Het betrof een kleine communauteit met drie zusters. De religieuzen van het Kind Jezus vestigden zich ook in Charleroi, Dottenijs, Abele, Watou, Naast, Kortrijk, Moorsele, Sleidinge (1896), Warneton, Bellegem, Haine-St-Paul, le Tuquet, Moeskroen, Villers-St-Ghislain, Ellezelles en Herseaux.
Datering1825-heden
Links[odis], [wikipedia]

Titel - ander werk

TitelLe culte de Saint Charles Borromée à Bruges
AuteurRembry, Ernest
Datum1901
PlaatsBruges
UitgeverLouis de Plancke

Titel15/11/1889, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 15/11/1889. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderRembry, Ernest
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum15/11/1889
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.124-125
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 203 mm x 126 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden watermerk: C.G. & S., afbeelding, Nr 176, London
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief6227
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.12570
Inhoud
IncipitLa présente est pour vous demander un
Tekstsoortbrief
TalenFrans; Latijn
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.