Al dikwijls heeft men gevraagd om eenen tafel[1] te hebben van Loquela. Eenige vrienden hebben mij aangeraden van dat werk aan te gaan. Gij, ge zijt overlast van 't werk en ge kunt uwen kostbaren tijd nuttiger besteden dan in het afschrijven van eenige duizende woorden. Maar vooraleer ik de hand aan 't werk sla, zou ik daartoe natuurlijk uwe toestemming moeten hebben. 'T is de reden waarom ik u schrijve, - misschien ook is iemand al reeds bezig met dat werk.
Hoe zou die tafel moeten verveerdigd worden? De eene zeggen, 't is genoeg van de woorden die in hoofdletters gedrukt staan abcwijsde af te schrijven (bij. vb 1e n° aarsle, aassle, afliggen, afwaken enz) en naar het jaar en de halfzijde van Loquela te verzenden; andere zouden willen dat al de woorden die in Loquela voorkomen opgeschreven staan. (b.v. 1e n°, banklokke, steêklokke, landsklokke, rijksklokke, bancloque, banforeestp2banhout, baneeke, banoven, banmeulen mits voor ieder dezer woorden naar banklokke I, 1, te verzenden;
andere zeggen nog; eene beteekenisse is genoeg (b.v. banklokke verzendt[2] naar steeklokke en niet naar steeklokke, landsklokke, rijksklokke, en de woorden die maar als voorbeeld opgegeven zijn zooals banforeest, banhout, die in andere woordenboeken vindbaar zijn, en moeten in den tafel niet voorkomen.
Ik vrage mij af of het genoeg zou zijn van eenen tafel te maken. Zouden de studien over woorden en uitdrukkingen daarachter niet moeten opgegeven zijn in eenen afzonderlijken tafel? Hoe zou hij moeten opgesteld zijn? Niemand kan daarover beter oordeelen dan gij.







