Brugge, 1 December 1885.
Beste Vriend,
Na de zaek wel overwogen te hebben, ben ik tot dit besluit gekomen, dat het beter was geene doekskens hieraen te winden en Z.H. alles eenvoudig voor oogen te leggen. Ik heb dan ex praesumpta licentia[1] Z.H. lezing gegeven van uwen brief, en hiermede zal alles effen zyn. De feest zal geene plaets hebben,[2] om de goede reden dat zy, van hoogere hand doch buiten iemands wete, zal verboden worden. Nooit zal Mr V. kunnen achterhalen wie het embargo op de zaek geleid heeft. Z.H. bedankt u voor uwe wyze daed, die vele nuttelooze woorden zal voorkomen en de tegenstrevers beletten van zizania uit te strooien.







