<Resultaat 1116 van 2965

>

p1+
Ami,

Je vous adresse, par l’obligeante entremise de Mr Eugène Van Damme:

1) Quatre Obligations de la Société générale, Fr. 500.00, dont les coupons sont payables en Mai-Novembre. C’est-là, je le répète, de l’or en barre.[1]

2) Votre n° du Muséon, contenant le commencement de votre étude sur la philologie néerlandaise; la lecture de ces pages m’a beaucoup intéressé.[2]

N’oubliez pas de m’accuser réception de mon envoi de ce jour.

Vous voilà à la veille d’achever votre excellent petit travail sur Marc d’Aviano, au sujet duquel je ne puis assez vous féliciter. Votre imprimeur compte-t-il réunir en brochure vos intéressants articles?[3] Un mot de réponse, s.v.p.

Mr Claeys, vicaire à Leffinghe, doit vous avoir fait hommage d’un exemplaire de son Sint-Gillis, composé à l’aide surtout de mon travail; on m’assure qu’il a fait tirer cet opuscule à 6000 exemplaires.

Ne possédez-vous pas de détails sur le cultep2de St Charles-Borromée?[4]

Tout à vous,
Ernest Rembry

P.S. Existe-t-il un catalogue du musée archéologique de Courtrai? Si oui, où peut-on se le procurer?

Qui donc peut avoir écrit, dans la Gazette van Kortryk, cet ébouriffant éloge du dernier livre de Mr Sevens?[5] Trouvez-vous cette oeuvre si remarquable?

Noten

[1] Gezelle belegde zijn spaargeld via Ernest Rembry en Joseph Soenens. Eugène Vandamme, die pendelde tussen Brugge en Kortrijk, was tussenpersoon voor het transport van de waardepapieren. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.264-265).
[2] Franstalige artikel van Guido Gezelle, Etude de philologie néerlandaise. Les Flaminguistes. In: Le Muséon. Revue internationale publiée par la Société des Lettres et des Sciences et l'Athénée Oriental: 4 (1885), p. 114-116.

Kort na de opstart van Loquela kreeg Gezelle de kans om zijn filologische werk toe te lichten voor het Franstalige wetenschappelijke publiek van het Leuvense tijdschrift Le Muséon. Zijn artikel is een sleuteltekst voor wie Gezelles latere taalpolitieke houding beter wil begrijpen. De uiteindelijke Muséontekst zorgde voor controverse, vanwege zijn opstelling tegenover het standaardtaal. Voor functies die de volkstaal niet kan opnemen, verkiest hij het Frans boven het 'fatsoenelijk Hollandsch', om beïnvloeding te vermijden. Het Standaardnederlands noemt hij een linguïstische invasie.” E. Depuydt, La science flaminguiste, een onbekende tekst van Gezelle voor Le Muséon. In: Biekorf. West-Vlaams Archief voor Geschiedenis, Archeologie, Taal- en Volkskunde: 112 (2012) p. 60.

[3] In zijn briefkaart van 07/12/1884 aan Guido Gezelle vraagt Rembry om de figuur van Marcus d’Aviano en zijn studie onder de aandacht te brengen in de Gazette van Kortrijk. Gezelle zal ingaan op deze vraag en hij start op 14 februari 1885 naar aanleiding van de publicatie een artikelenreeks over Marcus d’Aviano in de Gazette van Kortrijk. Dit nadat Rembry zijn verzoek diverse keren herhaalde in een zijn nieuwjaarskaartje aan Guido Gezelle van 01/1885, in een brief van 08/01/1885 en in een brief van 04/02/1885.

In zijn brieven zal Ernest Rembry herhaaldelijk aandringen op de publicatie van deze artikelenreeks in boekvorm: brieven van 08/03/1885, 23/03/1885, 06/04/1885, 10/04/1885, 05/05/1885, 17/06/1885, 18/06/1885, 16/08/1885, 15/09/1885, 09/10/1885, 02/03/1886. Dit boekje zal er echter niet komen.

[4] Ernest Rembry vraagt geregeld aan Gezelle informatie over deze heilige. Hij zal pas in 1901 over hem een werk publiceren: Le Culte de Saint Charles Borromée à Bruges : une contribution à la gloria posthuma du Saint.
[5] Letternieuws. Vlaamsche Dichters en Prozaschrijvers van Kortrijk 1545-1885 door Th. Sevens. In: Gazette van Kortrijk: 10 (09/05/1885) 19, p.2.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamClaeys, Hektor; Arnold
Datums° Oedelem, 30/05/1855 - ✝ Kanegem, 03/089/1925
GeslachtMannelijk
Beroepcoadjutor, onderpastoor, pastoor, godsdienstleraar
BioHector Claeys werd geboren te Oedelem op 30 mei 1855 als zoon van Jacobus Claeys, landbouwer, en Anne-Marie Meuleman. Hij was een strijdmakker van Albrecht Rodenbach en werkte mee aan de "Vlaamsche Vlagge", maar koos voor het seminarie. Hij werd op 19 december 1880 priester gewijd te Brugge. Nadien was hij werkzaam als coadjutor in Oudenburg (1881) en onderpastoor in Leffinge (1882) en Nieuwpoort (1890), waar hij tevens godsdienstleraar was aan de rijksmiddelbare school. In 1904 werd hij pastoor in Brielen, en vanaf 1910 in Kanegem (Sint-Baafskerk), waar hij tot zijn overlijden in 1925 bleef. Hector Claeys was een productief schrijver van volkse heiligenlevens, onder meer van de H. Godelieve van Gistel, Sint-Arnoldus van Tieghem, Karel de Goede, Idesbald van der Gracht en Sint-Luitgaarde. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" en " Het Belfort". Hij stond in contact met Gezelle. Hij was betrokken bij "Loquela" en consulteerde hem voor zijn publicaties.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamDe Meester, Jules
Datums° Roeselare, 04/01/1857 - ✝ Wetteren, 06/02/1933
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioJules De Meester was de zoon van een schoenmaker. Hij vestigde zich in 1877 als boekhandelaar en later ook als uitgever in de Zuidstraat te Roeselare, vlakbij het kleinseminarie. Katholiek en Vlaams was zijn handelsmerk. Hij werd een belangrijke drukker van Guido Gezelle. Samen met de Leuvense boekhandelaar en drukker Karel Fonteyn gaf hij in 1878-1880 vier delen uit van het Verzameld Dichtwerk van Gezelle, en een tweede uitgave van het verzameld werk in 1892-1893. Hij was ook de uitgever van het taalkundige tijdschrift Loquela.
Relatie tot Gezellecorrespondent; drukker werk Gezelle
Bronnen http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm ;
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamSevens, Theodoor; Pieter-Theodoor; 'het Leeuw'
Datums° Kinrooi, 16/05/1848 - ✝ Kortrijk, 10/04/1927
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; directeur; auteur
BioTheodoor Sevens studeerde voor onderwijzer aan de Normaalschool te Lier en verhuisde daarna in 1869 naar West-Vlaanderen. Te Dudzele trouwde hij op 11/12/1872 met Louisa Bastoen, met wie hij vijf kinderen kreeg. Hij was opeenvolgend leraar te Lissewege (1869-1870), Dudzele (1870-1872), Lapscheure (1872-1881) en Kortrijk (1881-1925), waar hij algauw directeur werd. Hij stichtte er in 1881 een afdeling van het Davidsfonds en werd in 1882 lid van het hoofdbestuur van het Davidsfonds West-Vlaanderen. Hij was goed bevriend met Guido Gezelle en gaf dan ook een redevoering op zijn lijkdienst te Kortrijk (06/12/1899). Ook was hij secretaris van het 27ste Nederlandse Taal- en Letterkundig Congres (1902, Kortrijk). Daarnaast schreef hij vele gedichten, kinderliederen, koralen en levensschetsen, waaronder ‘Hulde aan Conscience’ (1883). Gedichten en artikels van zijn hand verschenen in o.a. "Rond den Heerd" en "De gazet van Kortrijk" en hij werkte mee aan "De Banier" en "Jong Vlaanderen".
Links[odis], [dbnl]
NaamVan Damme, Eugeen
Datums° Brugge, 22/12/1831 - ✝ Brugge, 07/05/1915
GeslachtMannelijk
Beroepgoudsmid
BioEugeen Van Damme was de jongste zoon van goudsmid Jan Baptiste Van Damme (1798-1869) en Marie De Badrihaye (1790-1868) die sinds hun huwelijk in 1826 het Huis Van Damme in de Steenstraat 8 te Brugge runden. Eugeen was een studiegenoot van Gezelle aan het Duinencollege te Brugge. Hij ging in de leer bij zijn vader en volgde lessen aan de Academie. Hij behoorde net als zijn vader tot de stichters van de Katholieke kiesvereniging Concordia (1852). In 1853 werd hij lid en ondervoorzitter van het Genootschap van de Heilige Vincentius a Paulo. Nog ongehuwd trok Eugeen in 1858 met zijn ongetrouwde zus Elisabeth naar Kortrijk, waar hij in de Leiestraat 3 een bijhuis van het Huis Van Damme opende. Twee jaar later trad hij in het huwelijk met brouwersdochter Nathalie Francisca Serruys (1836-1911) uit Heule-Watermolen. Ze kregen zes kinderen. Na de dood van zijn vader in 1869 kwam Eugeen aan het hoofd van zowel het hoofdhuis als het filiaal te Kortrijk. Nadat Gezelle naar Kortrijk overgeplaatst was in 1872, maakte hij opnieuw kennis met Eugeen Van Damme. Gezelle was goed bevriend met de familie en schreef heel wat gelegenheidsgedichten voor hen, o.m. voor het zilveren huwelijk van het echtpaar Van Damme-Serruys in 1885. Omdat Eugeen in functie van de winkel wekelijks met de trein op en af ging naar Brugge (op zaterdag en soms ook op woensdag) was hij vaak tussenpersoon met Adolf Duclos, Ernest Rembry en Adolf Lootens. In 1895 keerde Van Damme terug naar Brugge met zijn echtgenote en ging in de Oude Zak 43 wonen. Van Damme wordt beschouwd als een van de belangrijkste Brugse edelsmeden uit het laatste kwart van de 19de eeuw en een van de voornaamste bewerkers van de heropleving van de Brugse edelsmeedkunst tijdens deze periode. Zo restaureerde hij bv. het gouden vat waarin het Heilig Bloed bewaard wordt. Van Damme was in bezit van het manuscript 'Constige Refereyen' van Anna Bijns en bewaarde het handschrift vermoedelijk in zijn hoofdhuis in de Steenstraat te Brugge. In 1900 werd Van Damme bestuurslid van de Academie en in 1902 werd hij als een van de nog levende stichters van Concordia gevierd.
BronnenMarc Carlier, Een uniek poëziehandschrift van Anna Bijns in Brugs bezit tijdens de 19de eeuw. In: Boeken uit Brugge, Brugge. Uitgeverij Van de Wiele, 2021, p.188-193.
NaamCarolus Borromeus
Datums° Arona, 02/10/1538 - ✝ Milaan, 04/11/1584
GeslachtMannelijk
Beroepaartsbisschop
VerblijfplaatsItalië
BioCarolus Borromeus (Carlo Borromeo) was een 16e-eeuwse kerkhervormer uit Milaan en werd in 1610 door paus Paulus V heilig verklaard. Borromeus was verwant aan hoge adellijke families uit Milaan, o.a. de Medici, Gonzaga en Caïmo. Als tweede zoon van de familie de Borromei was hij voorbestemd voor een kerkelijke carrière. Daardoor werd hij reeds op zijn twaalfde ‘abt zonder verplichtingen’ van de abdij van Santi Felino e Graziano in Arona. In 1559 vervolledigde hij zijn studies kerkelijk en burgerlijk recht en werd zijn oom Giovanni Angelo Medici verkozen tot paus Pius IV. Onder zijn pontificaat was Carlo kardinaal, pauselijk secretaris en administrator van het aartsbisdom Milaan. Enkele jaren later, in 1562, stierf zijn oudste broer, waarna de familie wilde dat Carlo het geslacht verder zou zetten. Hij deed dit niet, maar legde zich met grotere ernst toe op zijn religieuze ambt. Zo ontving hij achtereenvolgens zijn priester- en bisschopswijding, maar ook maakte hij er werk van om de mistoestanden in de Kerk aan te pakken. Hij stichtte weeshuizen, hospitalen, liefdadigheidsinstellingen, alsook een van de eerste priesterseminaries. Tijdens de pestepidemie van 1576 verplichtte hij alle religieuzen om de zieken te helpen, waarbij hij zelf het voorbeeld gaf. Dit bezorgde hem veel steun van de bevolking, terwijl hij vanuit de Kerk zelf tegenstand kende omwille van zijn hervormingsplannen en kritiek. In 1584, tijdens zijn jaarlijkse verblijf op Monte Varallo, werd hij ziek. Koortsig keerde hij terug naar Milaan, maar onderweg stierf hij.
Links[wikipedia]
NaamCristofori, Carlo Domenico; Marcus van Aviano; Marcus d'Aviano
Datums° Aviano, 17/11/1631 - ✝ Wenen, 13/08/1699
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; prediker
VerblijfplaatsItalië; Oostenrijk
BioMarcus van Aviano was de geestelijke naam van Carlo Domenico Cristofori, een Italiaanse kapucijnerbroeder uit de 17e eeuw. In 1676 voerde hij een mirakelgenezing uit, waarna zijn faam groeide. Zo werd hij adviseur van keizer Leopold I van het Heilig Roomse Rijk. Voorts oefende hij grote invloed uit als begeesterend prediker, maar ook op politiek vlak door te bemiddelen bij conflicten. In 2003 werd hij zalig verklaard.
Links[wikipedia]
BronnenNieuw Nederlands Biografisch Woordenboek, deel 9, p. 35 (https://resources.huygens.knaw.nl/retroboeken/nnbw/#source=9&page=25&view=imagePane)

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamLeffinge
GemeenteMiddelkerke

Naam - instituut/vereniging

NaamGenerale Maatschappij van België (Société Générale de Belgique)
BeschrijvingDe Generale Maatschappij van België werd opgericht in december 1822 door koning Willem I onder het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden als de Algemeene Nederlandsche Maatschappij ter Begunstiging van de Volksvlijt. Na de onafhankelijkheid van België, werd het bedrijf Belgisch. Het was een van de eerste grote investeringsmaatschappijen van het land. In de 19de eeuw speelde zij een centrale rol in de industrialisering van België door financiële steun te bieden aan spoorwegen, mijnbouw, textielindustrie en andere infrastructuurprojecten. Deze investeringen droegen bij aan de snelle economische groei van het land. De Generale Maatschappij onderging in de loop van de 20ste eeuw verschillende herstructureringen en fusies. Haar naam verdween uiteindelijk als zelfstandige entiteit.
Datering1822
NaamArcheologisch museum, Kortrijk
BeschrijvingOp 1 maart 1885 opende het Archeologisch Museum of Oudheidskamer in de Speietoren, één van de Broeltorens te Kortrijk onder impuls van Joseph de Bethune en Guido Gezelle. De voortdurende inspanningen van de Bethune om de collectie en de werking uit te breiden leidden uiteindelijk tot de integratie van het Museum voor Nijverheids- en Versierkunst in 1906, waardoor het archeologisch museum aanzienlijk aan betekenis won. Bethune werd in 1888 opgenomen in de Bijzondere Museumcommissie, nam in 1891 de functie van penningmeester op en werd op 17 maart 1906 benoemd tot secretaris-conservator. De collectie wordt momenteel bewaard bij Trezoor.
Datering1885-?
Links[odis]

Titel - ander werk

TitelGazette van Kortrijk (periodiek)
AuteurGezelle, G; Soenen, E.
Datum1876-1918
PlaatsKortrijk
UitgeverBeyaert
Links[odis]
TitelSaint Gilles, Sa vie, ses reliques, son culte en Belgique et dans le Nord de la France. Essai d'hagiographie
AuteurRembry, Ernest
Datum1881-1882
PlaatsBrugge
UitgeverEdward Gailliard
TitelLe Muséon: Revue d'Études Orientales (periodiek)
AuteurAssociation sans But Lucratif Le Muséon ; Société des Lettres et des Sciences (Louvain)
Datum1881-
PlaatsPeeters
UitgeverLeuven
TitelVlaamsche dichters en prozaschrijvers van Kortrijk (1545-1885) : naar tijdsorde gerangschikt met biographische en bibliographische aanteekeningen en proeven uit hunne werken
AuteurSevens, Theodoor
Datum1885
PlaatsKortrijk
UitgeverBeyaert
TitelLe Culte de Saint Charles Borromée à Bruges : une contribution à la gloria posthuma du Saint
AuteurRembry, Ernest
Datum1901
PlaatsBrugge
UitgeverL. De Plancke
TitelSint Gillis
AuteurClaeys, Hector
Datum1885
PlaatsKortrijk
UitgeverDuboccage-Provoost

Titel02/06/1885, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenRik Van Gorp; Els Depuydt; Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 02/06/1885. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderRembry, Ernest
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum02/06/1885
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.76-77
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 211 mm x 136 mm
papier, wit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5489
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11802
Inhoud
IncipitJe vous adresse, par l'obligeante entremise
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.