<Resultaat 1006 van 2965

>

p1
Geloofd zij Jesus Christus
Hooggeachte Eerweerde Heer,

Hertelijken dank over de terug gekregene kladprente.[1]

Een afzonderlijke titel enz. daarvoor zal gezorgd worden: reeds was dit aan den drukker[2] opgelegd, doch ik geloof dat we 't nu nog beter zullen kunnen doen dan wij eerst gesteld hadden. Vindekoorn[3] meenden wij bij het algemeene stuk uit het volk[4] te voegen, hoewel op afzonderlijke plaats en met afgescheiden, goed afgescheiden titel. Maar zou 't misschien niet beter zijn het stuk heel en gansch van Uit het volk weg te nemen en op geheel eigene plaats te zetten?[5] Uit het volk is min ernstig en eenvoudig gezant goed van allen aard; maar Vindekoorn is taalkunde, is geleerd en heeft wel recht op uitstek! Mogen we het dus op zijn eigen zetten? Schrijf op de volgende kladprente den titel enz. juist zooals gij 't wilt en zooals gij wenscht dat het in 't vervolg aangeleid worde. Lijk gij het doet, is 't goed.p2We hebben den 1n drukker van de wereld niet, zoo gij wel ziet, alles moet hem met den neus er bij gewezen worden en hij spoedt zich zeer langzaam. Maar 'k zal hem schrijven dat hij de kladprente van Vindekoorn op een groot wit papier make dan moet ik er niets meer bij plekken om aanmerkingen bij te doen. -

Vindekoorn zal dus een heel eigen stuk zijn. Maar 't dunkt ons dat we daar zoo niet mee uit de lucht mogen gevallen komen. Daar zou een klein woord vooraf moeten gaan dat zoo wat uitlegt en het nut van dat werk toont.[6] Mogen wij verwachten, dat dit op de volgende kladprente zal staan? Ja, niet waar? Onzen besten dank op voorhand.[7]

Voor het beste nr van Loquela heb ik al wat bijeen: over kwelspreuken[8] en ook over de zèningen (mechelsch voor zenuwen.) 't Gaat komen binnen eenige dagen.

Ik heb geen weinig verschoten die drukproeve in 't Semin. te krijgen. Geluk dat EH. Subregent dat niet gezien heeft p3of 't zou mij een leven geweest zijn! Stuur a.u.b. in 't vervolg alles maar naar den smid; hij is verhuisd en woont nu: Peperstraat nr 13. Mechelen.

Nog nieuws: ne wakkere Gust Cuppens heeft geschreven naar hier over Mr Joh. Winkler, en ons gebeden gevraagd. Wij bidden hier vuriglijk en vandaag op St Thomas[9] vooral hebben wij hem aan den grooten patroon der geleerden aanbevolen. Och, mocht gij die ziel eens winnen! Wij zouden hier ook deelen in uw en in zijn geluk. De zanters[10] van 't Semin. doen hun best en ik hoop dat gij van de volgende zende zult tevreden zijn: ik zou er dubbel blij over worden dat de brave werkers lukken, want ik zal in 't kort voor langen tijd met mijn wapens moeten stil liggen: met Sinksen hoop ik het H. Priesterschap te ontvangen[11] en 't gaat komen dat ik de nadere voorbereiding zal moeten doen. Ik hoop, Eerweerde, dat gij voor mij bidden zult, opdat ik mij tot dit grootste oogenblik mijns levens mij goed gereed make. En dan met het groot verlof, volgtp4misschien al gauw het ministerie[12] en wie weet waar we aan zitten. Maar overal, als 't God belieft, trouwe zanter blijven en voor 't goede al de steentjes bij brengen die we kunnen hoe klein en hoe schaarsch ze ook mogen zijn.

Mag ik nu voor het einde nog iets aardigs vragen? Ik zie altijd op mijne brieven staan Gustaf met éene a: ik heb toch altijd geleerd dat er twee moeten zijn. Mag ik weten wat het beste is van de twee en waarom?

Ik houd mij in uwe gebeden aanbevolen en blijf
Uw verkleefde dienaar in Christo
G. Janssens
Mechelen, 14 Meert 1884.

Noten

[1] Drukproef voor tijdschrift De Student van de gevraagde ’vindekoorn’ in brief van G. Janssens aan G. Gezelle van 16/02/1884. Janssens wilde met de voorbereidingen van de druk klaar zijn tegen Pasen, 13 april 1884.
[2] Van het studentenblad De Student.
[3] ’Vindekoorn‘ was de naam van een rubriek die tweemaal gepubliceerd werd in de 4e jaargang van 1884 in het blad De Student, waarin ingezonden gewestwoorden opgelijst en verklaard werden. De titel verwijst naar ’Zantekoorn’, een soortgelijke rubriek die sinds 1881 gepubliceerd werd in Guido Gezelles taalkundig tijdschrift Loquela. Guido Gezelle liet woorden opsturen naar De Student die hij en anderen verzameld hadden omdat hij zich naar eigen zeggen schuldig voelde dat hij dit studentenblad gratis kreeg toegestuurd. Daarnaast kreeg hij te veel woorden toegestuurd waardoor hij op zoek was naar een manier om ze allen te bewaren. Ze laten drukken in De Student leek hem een oplossing. Dit schreef hij in een brief naar August Cuppens. Janssens stuurde hem ook de drukproeven ter correctie.
[4] ’Uit het Volk‘ was een rubriek in het blad De Student dat enkel gepubliceerd werd in jaargang 4. Hierin werd, ”van eenen ieverige zoeker eene schoone verzameling spreekwijzen, woorden, legenden, enz. ontvangen en zijn van zin in iedere aflevering daaruit wat mede te delen, onder den titel: Uit het Volk”. De eerste publicatie van ’Uit het Volk‘ kwam er naar aanleiding van een artikel van een zekere Willem die een oproep deed om te zanten. Dit staat in Uit het volk. In: De Student: 4 (1883) 1, p.22-23.

Wellicht werd deze rubriek na 1884 aangepast tot ‘Ons zingend volk’, waarin enkel liederen werden opgenomen.

[5] ’Vindekoorn‘ werd uiteindelijk een aparte rubriek.
[6] Het voorwoord van ’Vindekoorn‘ luidt: ”dat is taal- en woordenvoorraad van de vroegere bouwliederen achtergelaten, verroekeloosd of verloren op den vlaamschen akker, nu opgeraapt, gekeurd, gezant en gezameld, door een deel limburgsche, brabantsche, waalsche, zeeuwsche, belgische en uitlandsche Vlamingen”. Dit staat in Vindekoorn. In: De Student: 4 (1884) 2, p.40-42.
[7] Het is onduidelijk wie het voorwoord schreef, maar vermoedelijk komt het wel van Guido Gezelle.
[8] Een kwelspreuk is een spreuk, waarvan het correct opzeggen of herhalen een echte kwelling is. Guido Gezelle over kwelspreuken: Kwelspreuken. In: Loquela: 4 (Wiedmaand 1884 ) 2, p.15: ”Kwellen dat zijn taschen, sloten, knopen, letsen, bussen, enz., die op eene verborgene wijze en zoo toegemaakt worden, dat iemand die 't geheem nieten kent zijn hoofd langen tijd zal kwellen eer

hij de kwelle los en open krijgt.”.

[9] Normaal gezien werd St. Thomas toen op 7 maart gevierd.
[10] Zanters: verzamelaars.
[11] Gustaaf Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd.
[12] Zijn priesterlijke opdracht.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Datums° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Briefschrijver

NaamJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Datums° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamMechelen
GemeenteMechelen

Naam - persoon

NaamCuppens, August
Datums° Beringen, 28/05/1862 - ✝ Loksbergen, 01/05/1924
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; pastoor; dichter
BioAugust Cuppens werd geboren te Beringen op 28 mei 1862. Na zijn kleinseminarie in Sint-Truiden studeerde Cuppens aan het grootseminarie in Luik. Hij werd er priester gewijd op 9 april 1886. Als seminarist was hij lid van het 'Limburgsch Zanterkesgilde' en verzamelde Limburgse woorden voor Guido Gezelle. In 1885 al stichtte hij samen met zijn medestudenten Jacob Lenaertst en Jan Mathijs Winters het tijdschrift “‘t Daghet in den Oosten”. Hij was onderpastoor te Ans vanaf zijn wijding. In 1888 werd hij onderpastoor te Verviers, in 1895 rector van de Armenzusters in Luik, en in 1899 terug in Limburg wordt hij pastoor in Loksbergen. Vlaamse kunstenaars en schrijvers kwamen bij hem vaak over de vloer (Verriest, Streuvels, Belpaire, Nahon…) en hij onderhield een levendige briefwisseling met Guido Gezelle en Maria Belpaire. Hij schreef proza, poëzie en toneel en publiceerde vele bijdragen in literaire tijdschriften. Zijn Frans was hoogstaand, zo vertaalde hij 58 gedichten van Gezelle naar het Frans. Hij was medeoprichter van “Dietsche Warande en Belfort” en speelde een voorname rol in de Vlaamse ontvoogdingsstrijd. Hij overleed te Loksbergen op 1 mei 1924.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Limburgsch Zantersgildeken; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; ’t Daghet in de Oosten; studentenbeweging
NaamJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Datums° Mechelen, 23/08/1858 - ✝ Brussel, 30/04/1902
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; auteur; redacteur
BioGustaaf Janssens deed zijn middelbare studies aan het Sint-Romboutscollege te Mechelen, waar hij o.m. les kreeg van Jan Bols. In 1876-77 was hij er medestichter van de ‘jonge Kerelsgilde’ die zich bezighield met letterkundige oefeningen in de volkstaal; ze werd een onderafdeling van ‘De jonge taalvrienden’ van het kleinseminarie van Mechelen. Samen met enkele medeleerlingen probeerde hij de katholieke Vlaamse studenten te groeperen, wat zou leiden tot het in 1890 opgerichte Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS). Als filosofiestudent aan het kleinseminarie van Mechelen (1878-1880) was hij medeoprichter en redacteur van de studentenalmanak "Driesken de Nijper". Dit was de voorloper van "De Student. Tijdschrift voor het Vlaamsche Studentenvolk" (1881-1930), dat hij samen met Frans Drijvers oprichtte tijdens zijn studies aan het grootseminarie van Mechelen. Als redactielid van "De Student" schreef hij zelf weinig artikelen, maar nam hij het zakelijke beheer van het tijdschrift op zich. Hij voerde de onderhandelingen met de drukker, beheerde de administratie van de abonnees en was verantwoordelijk voor de financiële afhandeling en overige bureautaken. Hij betrok ook Guido Gezelle bij het tijdschrift via de taalkundige rubriek ‘vindekoorn’. Ondertussen sprokkelde hij ook woorden voor Gezelles taalkundig tijdschrift “Loquela”. Janssens werd op 7 jun 1884 tot priester gewijd en op 8 juni vierde hij zijn eerste mis. Op 13 april 1884 begon hij als leraar aan het Sint-Aloysiuscollege van Geel, waar hij onder andere lesgaf in 'Vlaams'. Voor de invulling van deze lessen vroeg hij advies aan Guido Gezelle. Hij bleef er lesgeven tot 14 oktober 1890 en stond er bekend om zijn Vlaamsgezindheid. In 1890 en 1898 werd hij respectievelijk diocesaan inspecteur en hoofdinspecteur van het lager onderwijs. Hij overleed in Brussel op 30 april 1902.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; zanter; studentenbeweging
NaamWinkler, Johan; Jan Lou's; Grindebald
Datums° Leeuwarden, 12/09/1840 - ✝ Haarlem, 11/04/1916
GeslachtMannelijk
Beroeparts; taalkundige; auteur
VerblijfplaatsNederland (Friesland)
BioJohan Winkler kreeg een opleiding tot arts in Haarlem en Amsterdam. Na drie reizen naar Java als scheepsdokter vestigde hij zich in 1865 als arts in Leeuwarden. Hij verhuisde in 1875 naar Haarlem. Hij was ook een bekend taalkundige. Als taalparticularist was hij vooral bezig met het (Friese) dialect en naamkunde. Hij schreef vooral wetenschappelijke werken, maar ook verhalen o.m. als Grindebald en Jan Lou's. Hij publiceerde in 1874 een lofrede op het werk van Gezelle, in zijn boek "Algemeen Nederduits en Friesch dialecticon", waardoor hij bekendheid verwierf in Vlaanderen. Hij werkte mee aan "Rond den Heerd" vanaf 1875 en aan "Loquela" vanaf 1881. Hij leverde ook bijdragen voor "Biekorf". Hij was bevriend met Gezelle met wie hij uitvoerig correspondeerde.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; adressenlijst Cordelia Van De Wiele; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenEncyclopedie van de Vlaamse Beweging (1973) dl 2, p.2087-2088
Naamvan Hammée, Hendrik Jan
Datums° Mechelen, 02/12/1858 - ✝ Mechelen, 27/02/1921
GeslachtMannelijk
Beroepsmid; paswerker
BioHendrik Jan Van Hammée werd geboren op 2 december 1858 in Mechelen als zoon van Jan Baptist Van Hammée en Marie Kiebooms. Hij werkte als smid en paswerker. Op 29 juli 1879 trad hij in het huwelijk met Marie Françoise Henriette Melanie Janssens (Mechelen 19/01/1856-26/04/1940). Via dit huwelijk was hij de schoonbroer van Gustaaf Janssens. Gustaaf liet Gezelles tijdschrift "Loquela" bij zijn schoonbroer toekomen en niet aan het grootseminarie van Mechelen waar hij studeerde. Hendrik Jan Van Hammée overleed op 27 februari 1921 in Mechelen.
BronnenGeneanet
NaamMeulemans, Alfons
Datums° Leuven, 04/09/1856 - ✝ Leuven, 26/07/1936
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioAlfons Meulemans werd geboren op 4 september 1856 te Leuven, als zoon van Guillaume Meulemans en Jeanne Robyns. Hij vestigde zich als drukker in zijn geboortestad, waar hij op 31 december 1879 huwde met Maria Sophia De Preter (Beerzel, 18 maart 1856 – Leuven, 28 januari 1917). De drukkerij, die voortaan de naam 'Meulemans-De Preter' droeg, was actief op twee locaties in Leuven: de Zeelstraat en de Muntstraat. Alfons Meulemans verwierf bekendheid als uitgever van Vlaamsgezinde studentenpublicaties. Tussen 1882 en 1886 gaf hij het studententijdschrift “Onze Vlaamsche Wekker” uit, waarvan Julius Delbeke en Camille Marichal de redactie voerden. Vanaf 1882 was hij jarenlang verantwoordelijk voor de druk van “De Student”, en vanaf 1888 ook van “Ons Leven, tijdschrift der Lovense studenten”. In 1884 publiceerde hij de eerste editie van “Jan Blokker” van Florimond Heuvelmans in 1887 “Het gebruik onzer taal in strafzaken” van Adolf Pauwels. Van 2 april 1893 tot 17 oktober 1894 gaf hij “Nieuw Loven” uit, een tijdschrift met bijzondere aandacht voor Kongo en sociale thema’s. Daarnaast drukte hij ook botanische werken, bidprentjes en andere gelegenheidsdrukwerk. Alfons Meulemans overleed als weduwnaar in Leuven op 26 juli 1936.
Bronnen https://gw.geneanet.org/mromain1?n=meulemans&oc=&p=alfons; https://agatha.arch.be/data/images/518/518_9999_999_1900259_000/0_0416; M. Carlier en A. Deprez, Lettervruchten van Met Tijd en Vlijt … Onze Vlaamsche Wekker 1882-1887, Gent, 1991 (Bibliografie Vlaamse tijdschriften in de negentiende eeuw, II, 27), p.82-83
NaamThomas van Aquino
Datums° Roccasecca, 28/01/1225 - ✝ Priverno, 07/03/1274
GeslachtMannelijk
Beroepfilosoof; theoloog; dominicaan; heilige
VerblijfplaatsItalië; Frankrijk; Duitsland
BioThomas van Aquino, geboren in 1225 in Roccasecca, Italië, was een invloedrijke theoloog en filosoof. In 1244 trad hij toe tot de orde der Dominicanen, tegen de wens van zijn familie, die liever zag dat hij zich bij de Benedictijnen aansloot. Enkele jaren later ging hij in Keulen studeren bij de bekende filosoof Albertus Magnus. Vervolgens gaf hij jarenlang les in de Bijbelleer, afwisselend in Frankrijk (Parijs) en Italië (Rome, Napels, enz.). Als een van de belangrijkste denkers binnen de katholieke theologie schreef hij verschillende invloedrijke werken, geïnspireerd door Aristoteles. Hiervan zijn zijn vijf godsbewijzen en de Summa Theologiae het bekendst. Na een mystieke ervaring stopte hij echter met schrijven waardoor zijn Summa onafgewerkt bleef. In 1274 overleed Thomas van Aquino tijdens een reis naar Lyon, waar hij door paus Gregorius X was uitgenodigd om het Tweede Concilie van Lyon bij te wonen. In 1323 werd hij heilig verklaard en in 1567 benoemd tot kerkleraar. Tegenwoordig wordt hij vereerd als de patroonheilige van universiteiten, studenten en theologen. Zijn feestdag valt op 28 januari, al hanteren sommige universiteiten nog de oude datum van 7 maart.
Links[wikipedia]
NaamDe Weerdt, Alexander Carolus; Charles
Datums° Hove, 07/06/1852 - ✝ Mechelen, 01/10/1920
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; theoloog; vicepresident; professor; kanunnik
BioAlexander Carolus De Weerdt werd geboren in Hove op 7 juni 1852. Hij werd priester gewijd in 1877, studeerde dan theologie in Leuven en was vervolgens van 1881 tot 1882 onderpastoor in de kerk van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle in Mechelen. In 1882 werd hij benoemd als subregent en professor moraaltheologie op het Grootseminarie Mechelen. Hij bleef subregent tot 1889 en professor moraaltheologie tot 1898, waarna hij het seminarie verliet en titulair kanunnik werd in de Sint-Romboutskathedraal. Aan het seminarie coördineerde hij het catechismusonderwijs. Daarnaast heeft hij ook een aantal publicaties op zijn naam staan over catechismusonderwijs en liturgie. De Weerdt overleed op 7 oktober 1920 in Mechelen.
BronnenOpzoekingen Gerrit Vanden Bosch, Archivaris Aartsbisdom Mechelen-Brussel
Naamvan Mander, Karel; van Mander, Carel
Datums° Meulebeke, 05/1548 - ✝ Amsterdam, 11/09/1606
GeslachtMannelijk
Beroepkunstschilder; schrijver
VerblijfplaatsNederland
BioKarel van Mander werd in mei 1548 geboren in Meulebeke, dat toen onder Habsburgs bewind stond, als zoon van adellijke ouders: Cornelis van Mander en Johanna van der Beke. Zijn eerste leermeester was Lucas de Heere, die vanwege zijn hervormingsgezinde opvattingen de Zuidelijke Nederlanden moest verlaten. Daarna volgde Van Mander een opleiding bij Pieter Vlerick in Kortrijk en Doornik. Rond 1573 vertrok hij naar Italië. In Florence werkte hij mee aan het koepelfresco van de Duomo onder leiding van Giorgio Vasari. In Terni schilderde hij in het Palazzo Spada en vervolgens verbleef hij ruim drie jaar in Rome. In 1578 keerde hij terug naar Meulebeke, waar hij trouwde met een vrouw genaamd Katelijne. Het echtpaar kreeg samen zeven kinderen. Wegens zijn protestantse overtuiging werd hij echter gedwongen Meulebeke te verlaten om aan religieuze vervolging te ontsnappen. Na een korte periode in Kortrijk, waar oorlog en ziekte hem opnieuw op de vlucht dreven, vestigde hij zich in 1583 in Haarlem. Daar richtte hij samen met Cornelis van Haarlem en Hendrick Goltzius een kunstenaarsacademie op, gericht op het tekenen naar naaktmodel. In 1604 publiceerde hij in Haarlem zijn belangrijkste werk: Het Schilder-Boeck. Dit invloedrijke boek bevat biografieën van kunstenaars uit de Nederlanden en Italië, kunsttheoretische beschouwingen en een bewerking van Ovidius’ Metamorfosen. Na zijn periode in Haarlem verhuisde Van Mander in 1604 naar Amsterdam, waar hij op 11 september 1606 overleed, op 58-jarige leeftijd. Van Mander was actief als schilder, dichter, prozaschrijver en ontwierp wandtapijten voor François Spierincx. Tot zijn bekendste leerlingen behoorde Frans Hals.
Links[wikipedia], [dbnl]

Naam - plaats

NaamMechelen
GemeenteMechelen

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Mechelen
BeschrijvingHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Datering1595-2006
Links[odis], [wikipedia]

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelLoquela
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelDe Student: tijdschrift voor het Vlaamsch Studentenvolk (periodiek)
AuteurJanssen, Gustaaf; Laporta, August (red.) e.a
Datum1881-1930
PlaatsLeuven; Lier; Brussel; Laken
Uitgever[s.n.]
Links[odis]

Titel14/03/1884, Mechelen, Gustaaf Hendrik Jozef Janssens aan [Guido Gezelle]
EditeurJoppe Werbrouck; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenJoppe Werbrouck; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Janssens Gustaaf Hendrik Jozef aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), 14/03/1884. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderJanssens, Gustaaf Hendrik Jozef
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum14/03/1884
VerzendingsplaatsMechelen (Mechelen)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 211 mm x 136 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Vormelijke bijzonderheden briefpapier: kruisteken, met kroon en leeuw op schild, en met bijhorende spreuk, alles blauw gedrukt: Geloofd zij Jezus Christus
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5390
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11701
Inhoud
IncipitHertelijken dank over de teruggekregene
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.