Hertelijken dank over de terug gekregene kladprente.[1]
Een afzonderlijke titel enz. daarvoor zal gezorgd worden: reeds was dit aan den drukker[2] opgelegd, doch ik geloof dat we 't nu nog beter zullen kunnen doen dan wij eerst gesteld hadden. Vindekoorn[3] meenden wij bij het algemeene stuk uit het volk[4] te voegen, hoewel op afzonderlijke plaats en met afgescheiden, goed afgescheiden titel. Maar zou 't misschien niet beter zijn het stuk heel en gansch van Uit het volk weg te nemen en op geheel eigene plaats te zetten?[5] Uit het volk is min ernstig en eenvoudig gezant goed van allen aard; maar Vindekoorn is taalkunde, is geleerd en heeft wel recht op uitstek! Mogen we het dus op zijn eigen zetten? Schrijf op de volgende kladprente den titel enz. juist zooals gij 't wilt en zooals gij wenscht dat het in 't vervolg aangeleid worde. Lijk gij het doet, is 't goed.p2We hebben den 1n drukker van de wereld niet, zoo gij wel ziet, alles moet hem met den neus er bij gewezen worden en hij spoedt zich zeer langzaam. Maar 'k zal hem schrijven dat hij de kladprente van Vindekoorn op een groot wit papier make dan moet ik er niets meer bij plekken om aanmerkingen bij te doen. -
Vindekoorn zal dus een heel eigen stuk zijn. Maar 't dunkt ons dat we daar zoo niet mee uit de lucht mogen gevallen komen. Daar zou een klein woord vooraf moeten gaan dat zoo wat uitlegt en het nut van dat werk toont.[6] Mogen wij verwachten, dat dit op de volgende kladprente zal staan? Ja, niet waar? Onzen besten dank op voorhand.[7]
Voor het beste nr van Loquela heb ik al wat bijeen: over kwelspreuken[8] en ook over de zèningen (mechelsch voor zenuwen.) 't Gaat komen binnen eenige dagen.
Ik heb geen weinig verschoten die drukproeve in 't Semin. te krijgen. Geluk dat EH. Subregent dat niet gezien heeft p3of 't zou mij een leven geweest zijn! Stuur a.u.b. in 't vervolg alles maar naar den smid; hij is verhuisd en woont nu: Peperstraat nr 13. Mechelen.
Nog nieuws: ne wakkere Gust Cuppens heeft geschreven naar hier over Mr Joh. Winkler, en ons gebeden gevraagd. Wij bidden hier vuriglijk en vandaag op St Thomas[9] vooral hebben wij hem aan den grooten patroon der geleerden aanbevolen. Och, mocht gij die ziel eens winnen! Wij zouden hier ook deelen in uw en in zijn geluk. De zanters[10] van 't Semin. doen hun best en ik hoop dat gij van de volgende zende zult tevreden zijn: ik zou er dubbel blij over worden dat de brave werkers lukken, want ik zal in 't kort voor langen tijd met mijn wapens moeten stil liggen: met Sinksen hoop ik het H. Priesterschap te ontvangen[11] en 't gaat komen dat ik de nadere voorbereiding zal moeten doen. Ik hoop, Eerweerde, dat gij voor mij bidden zult, opdat ik mij tot dit grootste oogenblik mijns levens mij goed gereed make. En dan met het groot verlof, volgtp4misschien al gauw het ministerie[12] en wie weet waar we aan zitten. Maar overal, als 't God belieft, trouwe zanter blijven en voor 't goede al de steentjes bij brengen die we kunnen hoe klein en hoe schaarsch ze ook mogen zijn.
Mag ik nu voor het einde nog iets aardigs vragen? Ik zie altijd op mijne brieven staan Gustaf met éene a: ik heb toch altijd geleerd dat er twee moeten zijn. Mag ik weten wat het beste is van de twee en waarom?







