Hier in de boekerij[2] ligt er een boek, uit verschilligen bijeengebonden. De titels luiden: De wech der Saligheydt, gedruct te Utrecht in 1486 en: der Sielen Troest gedruct te Herlem in 1484. 't Zijn dus van de oudste drukwerken die er hier al uitkwamen. Professor Bormans zaliger, volgens zeggen van Mr professor Daris, archivaris alhier in 't Seminarie, moet er veel in gesnuffeld hebben en zelfs er meê ingezeten om den boek van heruit te geven. 't Eerste deel: wech der saligheydt is een soort van volkstheologie, 't weede eene uitlegging der tien geboden met machtig veel meer voorbeelden, legenden enz. in, als uitleg over gods geboden. Die legenden heeft de schrijver gehaald, zegt hij, uit martelaarsboeken, heilige vaders en chroniken[3] Daar staat onder andere wonder schoon in verteld, de legende van Sint Alexius, van sint Joris met den draak, van Judas "den verradere ons Heeren" en van Christophorus. Als gij 't eens woudt nazien, schrijf dan naar Mr Daris professor in 't Seminarie. Ik heb hem nog niet heel uitgelezen: tot hiertoe heb ik de volgende onverstaanbare of ouderwetsche woorden gevonden:
Geloven aen witwiven noch aen elvinnen; duvels droch;[4] holden (alvermennekes zeggen ze daar t'huis tegen); hoere werdin wert ghictich[5] (eene ziekte?); ende wert een eensater[6] dien was veel goet aengestorven; zij voeren hem ter hellen mit pipen ende mit bongen;[7] de koninck... hi sant den bollaert[8] sijns broeders; te hant[9] quamen daer also veel duvelen als grasende griets; ende lieten hangen in een oestel[10] ende uutreeken; ende 't schaedde hem niets niet; koekelaar, kokelaar = tooveraar; ende waer alle dinc weldich[11] lufter hant = linkerhant?[12]
Als gij wilt zal ik al de woorden die ik niet en versta in den boek, opschrijven en opsturen als ook 't een of 't ander stuk ervan om u te laten oordeelen over stijl en taal. Arthuur zegt u nog eens den goedendag, biedt u zijne groetenisse en doet u zijne beste boodschap alsook







