Gij zoudt kunnen denken dat wij in slaap geraakt zijn of ten minste een dutje doen: nogtans zijn wij springlevendig. Als bewijs vindt gij hier achter een lijstje van theologanten, bijkans allen vlamingen zoo ver als ze warm zijn, die verlangen op Loquela in te teekenen. Verschilligen van hen hebben beloofd van voor 't vlaamsch te werken: moge 't waar zijn!!
Twelf man op de veertig, dat is min - en toch veel.
Zoudt gij, eerweerde heer, de goedheid willen hebben van ons Loquela te doen zenden? — Maar hoe? Zoudt gij ons de nummers van Mei tot November '83 nog kunnen sturen? Gaat het; zou men dan niet beter doen van ze in één pak aan mijne t'huisrichting, J. Lenaerts, Seminarie, Luyck, te verzenden. Gaat het niet; zullen wij dan van nu af het Tijdschrift ontvangen, en wie zal dan de betaling geregeld worden?
. ______.
Wat beteekent: weekende, in deze uitdrukking: voor 't slegen[2] van eene weekende wond[3]
Wat verstaat men door: een gehimpt[4] peerd?
. ______.
Binnen korts, als ge daarmêe tevreden zijt, zullen wij u nog eene honderd woorden schikken, die niet in Weiland[5] gekend zijn.
Arth. Lewylle groet u hertelik, wie







