<TEI xmlns="http://www.tei-c.org/ns/1.0" xmlns:exist="http://exist.sourceforge.net/NS/exist">
  <teiHeader>
    <fileDesc>
      <titleStmt>
        <title>22/06/1883, Luik, August Cuppens aan [Guido Gezelle]</title>
        <author>
          <persName>Cuppens, August</persName>
        </author>
        <editor>Miet Hubrechts</editor>
        <editor>Universiteit Antwerpen</editor>
        <principal>Els Depuydt</principal>
        <funder>
          <ref target="https://www.brugge.be/bibliotheek">Openbare Bibliotheek Brugge</ref> (Guido Gezellearchief)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://ctb.kantl.be">Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie</ref> (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren)
        </funder>
        <funder>
          <ref target="https://www.uantwerpen.be/nl/onderzoeksgroep/isln/">Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN)</ref> (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen)
        </funder>
        <funder>Guido Gezellegenootschap</funder>
      </titleStmt>
      <publicationStmt>
        <publisher>Guido Gezellearchief</publisher>
        <pubPlace>Brugge</pubPlace>
        <publisher>KANTL/CTB</publisher>
        <pubPlace>Gent</pubPlace>
        <date>2026</date>
        <availability>
          <p>Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een 
            <ref target="https://creativecommons.org/licenses/by-nc/4.0/deed.nl">Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel</ref> licentie.
          </p>
        </availability>
      </publicationStmt>
      <sourceDesc>
        <msDesc>
          <msIdentifier>
            <country>België</country>
            <settlement>Brugge</settlement>
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            <idno type="GGA">5342</idno>
            <idno type="GGA.record">11651</idno>
          </msIdentifier>
          <msContents>
            <msItem>
              <incipit>Ge zoudt bijkans niet kunnen gelooven hoe</incipit>
            </msItem>
          </msContents>
          <physDesc>
            <objectDesc form="brieven">
              <supportDesc>
                <support>
                  <p>1 dubbel vel, 210 mm x 135 mm</p>
                  <p>papier, wit</p>
                  <p>papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt</p>
                </support>
                <condition>
                  <p>volledig</p>
                </condition>
              </supportDesc>
            </objectDesc>
          </physDesc>
          <additional>
            <listBibl>
              <bibl>De eerste “’t Daghetjongens“ en Guido Gezelle. / door August Cuppens. - In: ‘t Daghet in den Oosten. - Jrg. 26 (1910) nr.4, p.49-53</bibl>
            </listBibl>
          </additional>
        </msDesc>
      </sourceDesc>
    </fileDesc>
    <encodingDesc>
      <projectDesc>
        <p>De briefwisseling van Guido Gezelle.</p>
      </projectDesc>
      <editorialDecl>
        <p>De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.</p>
        <p>De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.</p>
        <p>Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.</p>
        <p>Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.</p>
      </editorialDecl>
      <listPrefixDef>
        <prefixDef ident="brief" matchPattern="^(gg\..+)$" replacementPattern="https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>brief</code> prefix verwijzen naar andere brieven in de editie. De URI  
            <code>brief:gg.10184</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://edities.kantl.be/gezelle/ed/DALF.db.gg.10184</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
        <prefixDef ident="record" matchPattern="^(\d+)$" replacementPattern="https://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.$1">
          <p>Privé-URI's met het 
            <code>record</code> prefix verwijzen naar recordnummers in de catalogus van de Openbare Bibliotheek Brugge. De URI  
            <code>record:1322</code> verwijst bijvoorbeeld naar 
            <code>https://brugge.bibliotheek.be/detail/?itemid=|library/v/obbrugge/gezelle|1322</code>.
          
          </p>
        </prefixDef>
      </listPrefixDef>
    </encodingDesc>
    <profileDesc>
      <langUsage>
        <language ident="nl">Nederlands</language>
      </langUsage>
      <textClass>
        <keywords>
          <term>brief</term>
        </keywords>
      </textClass>
      <correspDesc>
        <correspAction type="sent">
          <persName key="persoon0414">Cuppens, August</persName>
          <date when="1883-06-22" when-custom="1883-06-22">22/06/1883</date>
          <placeName key="plaats1354">Luik</placeName>
        </correspAction>
        <correspAction type="received">
          <persName key="persoon0905" evidence="conjecture">Gezelle, Guido</persName>
        </correspAction>
        <note type="remarks">adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens</note>
      </correspDesc>
    </profileDesc>
    <xenoData>
      <data xmlns="https://www.brugge.be/bibliotheek/brocade">
        <zcatfulltexts>
          <li type="ingrp">
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>11651</in>
              <loc>kantl</loc>
              <ty>link</ty>
            </ingrp>
            <ingrp>
              <access>brugge</access>
              <in>{&lt;=L.J.C&gt;[=Laudetur Jesus Christus]} Eerweerde Heer en Meester, Ge zoudt bijkans niet kunnen gelooven hoe danig uw wijze en moedgevende brief ons heeft verblijd en hoe hij heeft rondgereisd onder de oogen van al wat hier maar iet of wat aan zijn taal houdt. Hertelijk en welgemeend zijt gij van ons allen bedankt die u beloven dat zij de moed niet gauw in hun schoenen zullen laten zakken. Wij zullen ons dan eens sterk en voor goed aan 't woorden rapen zetten; allewijl en gaat dat zoo schouw goed nog niet, maar onder 't verlof kunnen wij bij de oude pekes en mekes thuis gaan kazelen en kallen zooveel wij ‘t goedvinden en zóó een goede dikke zang oesten, bijzonder daar verschillige dutsche kameraden e{&lt;-n&gt;&lt;+r&gt;} hen ook zullen meê bezig houden. Na 't verlof hebben wij dan onze zangen te dorschen en te wannen. Engelsch hebben wij al een heelen tijd lang geleerd, zoodat wij, als 't nuttig is, binnen kort al te lichtelijk aan 't Angelsaksisch zullen mogen beginnen. - Wij zullen dan de verzamelde woorden zóó op schrijven wie ge gezeid hebt. Versta ik het krek, dan zullen er 16 woorden op twee blaâr papier staan en zóó bijv 8 woorden met a op {&lt;-de&gt;&lt;+'t&gt;} eerste blad, en weêr acht met b op 't tweede enz. Ge zegt ook in uwen brief dat wij Limburgsch zouden schrijven. Goed, maar dat is nog zoo gemakkelijk niet. Schrijven en schrijven is twee! Limburgsche woorden er in smakken dat zullen wij wel, maar zoodanig schrijven dat zij {&lt;-z&gt;&lt;+s&gt;}effens hooren dat het uit Limburg komt! Zouden wij bijv de ij = î mogen schrijven, zóó zouden wî schrîven meugen op 't papier zetten in de plak van die leelijke ij? Zouden wij mogen zetten, zuutekes aan, het kindeken zîn vutekes enz in plaats van zoetjes aan? Zouden wij I(ch) mi(ch) di(ch) u(ch) meugen zeggen? En eindelijk of eindelik (?), hoe zullen wij, beginnende jongens, toch komen te kennen welke woorden zuiver en gangbaar Vlaamsch zijn? - &lt;+Nog&gt; Wat over moorrup een duitscher of eêrder een Belg van de grenzen heeft m{&lt;-e&gt;&lt;+ij&gt;} doen weten dat men te zijnenst moothöffer = mot-heffer zegt voor mol en in 't {&lt;=hoogd.&gt;[=hoogduitsch]}: maulwürf. Dat zou even zoo redelijk zijn als moorrup, niewaar? Wij hebben Limburgers en {&lt;-Vla&gt;&lt;+W&gt;}alen uitgevraagd voor 't woord arlêm of arlám: Nieverants en hebben wij iets {&lt;-ge&gt;&lt;+a&gt;}nders gevonden dan 't woord alärm voor: huisruzie of wel in: ‘t luidt alärm.- (Beering, Zonhoven enz) te Beeringen zeggen zij voor mook moek, maar 't woordt beteekent daar wat anders als maag. 1° de darm &lt;+of zak waar de uitwerpsels van een beest inzitten&gt; 2° Pens van een koe bijv. Zoo heeft men te Beeringen de moekeener k en de keuningskop of de kleinere zak die aan de moek hangt, geloof ik.. Ik zet hier een stuksken verzen van Mr Lenaerts achter, om u eens laten te oordeelen of dat al redelijk Limburgsch zijn zou. Van een slum waterblommeken. Middel in een droomend graafken Bloeide een blom - en liet heur blad En heur' groote&lt;-n&gt; witte kellik Zuutekes golvelen op het nat. "Kik! Waarveur, zoo zei een schaapke gees du daar in "t graafke&lt;-n&gt; staan? In het water, - lieflik blommeke, Kiekt dich immers niemand aan! Kom hier op de groeze48 bloeien Waar de wind dich wiegewaa{&lt;-g&gt;&lt;+i&gt;}t = aait” En het bieke mit zin vlerkjes Heel den dag din kelksken aait” -”Neen, mijn vrindje, sprak dat blommeke, Ik sta goed hier in dit vocht - Vindt min wortel hier gin voedsel En min blad g&lt;-ee&gt;&lt;+i&gt;}n frisse locht? Op de groeze spelen schaapkes, Die gaan peuzelen aan min blâren, En in al hun vroolik huppelen Zelfs min kellik niet en sparen" ______ En dit: Van twee Zielen Ik zag een zieleke rîzen Ten Hîmel, lief en licht Zoo zoetekes lachen terend, {&lt;-Met&gt;&lt;+En&gt;} de onschuld op {&lt;-’t&gt;&lt;+zîn&gt;} gezicht. Gelîk een witte duive Die kleppert, blî te moed Door 't blauw der locht, zoo rees het, Dat vroolik zieleke zoet. Het was een kinderzieleke, Dat god al bî {&lt;-f&gt;&lt;+H&gt;}em nam Tot lust van zîne heiligen Toen 't uit de doopvont kwam xx x 'k Zag nog een ziele klimmen Ten Hîmel, sterk en groot, En 't was een manneziele Die opvloog uit den nood, Het merk van strîd en stormen Op veurhoofd en op kroon, En tranen van berouw nog Op heure rouwe koon. Heur klonk zoo jubelend tegen De groet van 't Hîmeldiet: Het machtig galmen terend En grootsche zegelied.... xx x En 'k dacht, ik zal wie de eerste Och arme! niet rîzen, {&lt;-[xx]&gt;&lt;+G&gt;}od, Maar, klim&lt;+me&gt; 'k eens wie die tweede U dankend voor dat lot. x Liedeken, op de wijze: Het was een Herder vroegh op-gestaen (op de onnozele kinderen) Martelaerkens weest gegroet/ Die Herodes heel verwoet/ Als bloemkens te vroegh gepluckt Uyt u jonck leven heeft geruckt. Even zoo d'opgaende Roos Vroegh verliest haer schoone bloos Als {&lt;-s&gt;&lt;+z&gt;}ij door te windigh weer strunckelt53 van haer steeltjen neer. Gij zijt de eerste offerandt/ Die aen Christus zijt geplant/ En onnosel met u kroon Speelt voor Godts verheven throon. Lof zij Vader/ Soon en Geest/ Die u droegh uyt dit tempeest/ Van dees werelts woeste zee Heeft gebrocht in d'hemels ree. Arthur komt mij daar zeggen dat hij niets heeft kunnen vinden over de gevraagde woorden. Dus moet ik den brief sluiten, u hertelijk groetend in {&lt;=X°&gt;[=Christo]}, Eerweerde heer en meester. August Cuppens Luik, 22st Juni 1883. P.S: Ik heb hier {&lt;-een paar&gt;&lt;+ drij&gt;} oude boeken liggen / 1e De kleyne christelycke Academie, dat is de oeffen-plaetse der geleer{&lt;-t&gt;&lt;+d&gt;}heydt, vergadert door JB. V. L. P. op-gedraegen a{&lt;-a&gt;&lt;+e&gt;}n het minnelijck kindeken Jesus, den leeraer en minnaer, den loonder en kroonder der catholycke jonckheydt Approbatie 1718 - 2e Den Spieghel der Jonckheyt, dienende voor alle Jonckheydt / d'eerbaerheydt ende deught beminnende tot eenen Spieghel enz ... Rethoryckelyck ghemaeckt bij H.A. - t’ Antwerpen bij Hieronymus Verdussen / op de groote merckt in Sinte Augustinus (geen jaartal). 't Zijn verzen, maar 't boek is niet volledig. Onder letterkundig opzicht geen vets weerd. 3e Korte ende geluckige Reyse van Broeder Jan vander Linden naer 't heilygh Lant. ook niet volledig. Daar staat kerkzang in vertaald, onder andere stukjes dit hierboven x dat er lief uitziet. Zoo gij trek zoudt hebben in die oude klommels voor dit of voor dat, zend ik ze seffens op. A.C.</in>
              <loc>text</loc>
              <ty>transcription</ty>
            </ingrp>
          </li>
        </zcatfulltexts>
        <zhrcondition>
          <li type="condnotegroup">
            <condnotegroup>
              <condnote>volledig</condnote>
              <condnotety>ggacond</condnotety>
            </condnotegroup>
          </li>
        </zhrcondition>
        <zhrdimensions>
          <li type="dmsgroup">
            <dmsgroup>
              <dms>1</dms>
              <dmspart>*</dmspart>
              <dmsunit>dsheet</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>210</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>hi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
            <dmsgroup>
              <dms>135</dms>
              <dmspart>geheel</dmspart>
              <dmsty>wi</dmsty>
              <dmsunit>mm</dmsunit>
            </dmsgroup>
          </li>
          <li type="dmsnotegroup">
            <dmsnotegroup>
              <dmsnote>4 zijden beschreven</dmsnote>
              <dmsnotety>ggapage</dmsnotety>
            </dmsnotegroup>
          </li>
          <xdmscmmm>210 mm x 135 mm</xdmscmmm>
          <xdmsheet>1 dubbel vel</xdmsheet>
        </zhrdimensions>
        <zhrdocumentation>
          <li type="edocugroup">
            <edocugroup>
              <edocuref>De eerste “’t Daghetjongens“ en Guido Gezelle. / door August Cuppens. - In: ‘t Daghet in den Oosten. - Jrg. 26 (1910) nr.4, p.49-53</edocuref>
              <edocurel>ggaother</edocurel>
            </edocugroup>
          </li>
          <xedocuref_ggaother>De eerste “’t Daghetjongens“ en Guido Gezelle. / door August Cuppens. - In: ‘t Daghet in den Oosten. - Jrg. 26 (1910) nr.4, p.49-53</xedocuref_ggaother>
        </zhrdocumentation>
        <zhrdocuments>
          <li type="document">
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5342_01r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5342_01v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5342_02r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5342_02v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5342r.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 1 en 4</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
            <document>
              <docdloi>/gga_images/GGA_5342v.jpg</docdloi>
              <docpart>Pag. 2 en 3</docpart>
              <docty>/gga_images/thumbnail.JPG</docty>
            </document>
          </li>
        </zhrdocuments>
        <zhridentity>
          <li type="altnrgroup">
            <altnrgroup>
              <altnr>GGA, Corr. I, 1883 [17,37] ; CGS, 232G</altnr>
              <altnrty>ggasignant</altnrty>
            </altnrgroup>
          </li>
          <li type="classificationterm">
            <classificationterm>a::aat.10278:1.2</classificationterm>
          </li>
          <li type="idennotegroup">
            <idennotegroup>
              <idennote>adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens</idennote>
              <idennote_ggagen>adressaat gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens</idennote_ggagen>
              <idennotety>ggagen</idennotety>
            </idennotegroup>
          </li>
          <identifier>6/11651</identifier>
          <li type="objectname">
            <objectname>brief</objectname>
          </li>
          <li type="repository">
            <repository>Guido Gezellearchief</repository>
          </li>
          <li type="titlegroup">
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>August Cuppens aan [Guido Gezelle]</titleti>
              <titleti_conti>August Cuppens aan [Guido Gezelle]</titleti_conti>
              <titlety>conti</titlety>
            </titlegroup>
            <titlegroup>
              <titleap>1</titleap>
              <titlelg>dut</titlelg>
              <titleti>Ge zoudt bijkans niet kunnen gelooven hoe</titleti>
              <titleti_incbr>Ge zoudt bijkans niet kunnen gelooven hoe</titleti_incbr>
              <titlety>incbr</titlety>
            </titlegroup>
          </li>
          <li type="xclassificationterm">
            <xclassificationterm>
              <classificationterm>brieven</classificationterm>
              <classificationterm_xac>a::aat.10278:1.2</classificationterm_xac>
            </xclassificationterm>
          </li>
          <li type="xrepository">
            <xrepository>
              <repository>Guido Gezellearchief</repository>
            </xrepository>
          </li>
          <xrepository_vw>Guido Gezellearchief</xrepository_vw>
        </zhridentity>
        <zhrinscriptions>
          <li type="inscrgroup">
            <inscrgroup>
              <inscription>August Cuppens</inscription>
              <inscrty>handtekening</inscrty>
            </inscrgroup>
          </li>
        </zhrinscriptions>
        <zhrisad>
          <li type="isadgrp">
            <isadgrp>
              <isadloi>isad:gga:12</isadloi>
            </isadgrp>
          </li>
        </zhrisad>
        <zhrlocation>
          <li type="locgroup">
            <locgroup>
              <loc>5342</loc>
              <locpkid>obbruggez</locpkid>
            </locgroup>
          </li>
          <xloc>5342</xloc>
        </zhrlocation>
        <zhrmaterialstechniques>
          <li type="matgroup">
            <matgroup>
              <mat>inkt</mat>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>medium</matrole>
              <xmat>inkt</xmat>
            </matgroup>
            <matgroup>
              <mat>papier</mat>
              <matcol>wit</matcol>
              <matpart>*</matpart>
              <matrole>drager</matrole>
              <xmat>papier, wit</xmat>
            </matgroup>
          </li>
          <li type="techgroup">
            <techgroup>
              <tech>gevouwen</tech>
              <techpart>*</techpart>
            </techgroup>
          </li>
          <xmat_drager>papier, wit</xmat_drager>
          <xmat_medium>inkt</xmat_medium>
        </zhrmaterialstechniques>
        <zhrproduction>
          <li type="contextgroup">
            <contextgroup>
              <bdate>22/06/1883</bdate>
              <location>Luik</location>
            </contextgroup>
          </li>
          <li type="creatorgroup">
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.2621</creator>
              <creator_bs_PG>Cuppens, August</creator_bs_PG>
              <creatorrole>bs</creatorrole>
            </creatorgroup>
            <creatorgroup>
              <creator>a::pg.1291</creator>
              <creator_be_PG>[Gezelle, Guido]</creator_be_PG>
              <creatorqualifier>reconstructed</creatorqualifier>
              <creatorrole>be</creatorrole>
            </creatorgroup>
          </li>
        </zhrproduction>
        <zhrsubjects>
          <li type="subjspecgroup">
            <subjspecgroup>
              <subjspeccat>language</subjspeccat>
              <subjspecdesc>Nederlands</subjspecdesc>
            </subjspecgroup>
          </li>
        </zhrsubjects>
      </data>
    </xenoData>
    <revisionDesc>
      <change when="2026-04-01">mvass (via Oxygen): update metadata</change>
      <change when="2026-03-17">mvass: transformation Word -- DALF</change>
    </revisionDesc>
  </teiHeader>
  <text type="brief" xml:id="gg.11651" n="11651">
        <body>
            <div type="correspBlock.content">
                <pb n="p1" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5342_01r.jpg"/>
                <fw type="briefzegen">
                    <choice>
                        <abbr>L.J.C</abbr>
                        <expan>Laudetur Jesus Christus</expan>
                    </choice>
                    <note place="foot">
                        <p> Vertaling (Latijn): Geloofd zij Jezus Christus.</p>
                    </note>
                </fw>
                <opener>
                    <salute>Eerweerde Heer en Meester,<note place="foot">
                            <p> Gepubliceerd in A. Cuppens, De eerste “’t Daghetjongens” en Guido Gezelle. In: ‘t Daghet in den Oosten: 26 (1910) 4, p. 49-53. Cuppens noteerde in voetnoot: ”Antwoord op <!--REGISTER: no entry found for brief17001-->
                                <ref type="brief" target="brief:gg.17001">G.G.’s eersten brief</ref>. Zijn antwoord op dezen brief en eenige andere zijn - en ’t is eeuwig spijt! - verloren geraakt.”</p>
                        </note>
                    </salute>
                </opener>
                <p>Ge zoudt bijkans niet kunnen gelooven hoe danig uw wijze en moedgevende brief ons heeft verblijd en hoe hij heeft rondgereisd onder de oogen van al wat hier maar iet of wat aan zijn taal houdt. Hertelijk en welgemeend zijt gij van ons allen bedankt die u beloven dat zij de moed niet gauw in hun schoenen zullen laten zakken. </p>
                <p>Wij zullen ons dan eens sterk en voor goed aan 't woorden rapen zetten; allewijl en gaat dat zoo schouw<note place="foot">
                        <p> Dialect voor ’bijzonder’, dus dat gaat niet bijzonder, niet erg goed.</p>
                    </note> goed nog niet, maar onder 't verlof kunnen wij bij de oude pekes en mekes thuis gaan kazelen<note place="foot">
                        <p> Gezellig babbelen.</p>
                    </note> en kallen<note place="foot">
                        <p> Babbelen, praten.</p>
                    </note> zooveel wij ‘t goedvinden en zóó een goede dikke zang oesten, bijzonder daar verschillige dutsche kameraden e<subst>
                        <del>n</del>
                        <add>r</add>
                    </subst> hen ook zullen meê bezig houden. </p>
                <p>Na 't verlof hebben wij dan onze zangen te dorschen en te wannen.<note place="foot">
                        <p> Zang = bundeltje of handvol aren, na de eigenlijke oogst op het veld bijeengeraapt en al dan niet samengebonden. Wannen = kaf van koren scheiden.</p>
                        <p> De betekenis is figuurlijk: “Na 't verlof moeten we dan onze woordenoogst uitselecteren”.</p>
                    </note> </p>
                <p>Engelsch hebben wij al een heelen tijd lang geleerd, zoodat wij, als 't nuttig is, binnen kort al te lichtelijk aan 't Angelsaksisch zullen mogen beginnen. - Wij zullen dan de verzamelde woorden zóó op schrijven wie ge gezeid hebt. Versta ik het krek,<note place="foot">
                        <p> juist</p>
                    </note> dan zullen er 16 woorden op twee blaâr papier staan en zóó bijv 8 woorden met a op <subst>
                        <del>de</del>
                        <add>'t</add>
                    </subst> eerste blad, en weêr acht met <hi rend="underline">b</hi> op 't tweede enz. </p>
                <p>Ge zegt ook in uwen brief dat wij Limburgsch <pb n="p2" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5342_01v.jpg"/> zouden schrijven. Goed, maar dat is nog zoo gemakkelijk niet. Schrijven en schrijven is twee! Limburgsche woorden er in smakken<note place="foot">
                        <p> MNW 1250-1550: ”Smac()ken: Eig. slaan met een daarmede gepaard gaand geluid, met een klap (vgl. eng. to smack, “met de zweep klappen”); vervolgens smijten (dat ook eigenlijk “slaan” beteekent), hoorbaar werpen.”</p>
                    </note> dat zullen wij wel, maar zoodanig schrijven dat zij <subst>
                        <del>z</del>
                        <add>s</add>
                    </subst>effens hooren dat het uit Limburg komt! </p>
                <p>Zouden wij bijv de ij = î mogen schrijven, zóó zouden wî schrîven m<hi rend="underline">eu</hi>gen op 't papier zetten in de plak van die leelijke ij? </p>
                <p>Zouden wij mogen zetten, zuutekes aan, het kindeken zîn vutekes enz in plaats van zoetjes aan?</p>
                <p>Zouden wij I(ch) mi(ch) di(ch) u(ch) meugen zeggen? En eindelijk of eindelik (?), hoe zullen wij, beginnende jongens, toch komen te kennen welke woorden zuiver en gangbaar Vlaamsch zijn? -</p>
                <p>
                    <add>Nog</add> Wat over moorrup<note place="foot">
                        <p> A. Cuppens, De eerste “’t Daghetjongens” en Guido Gezelle. In: ‘t Daghet in den Oosten: 26 (1910) 4, p. 50 noteerde Cuppens de volgende voetnoot: “Dit w. werd door C. L. gezet op het woordenlijstje dat wij G. G. zonden, verwekte veel zoekens en veel schrijvens tusschen G. G. en zijne nieuwe leerlingen. Doch zijne brieven zijn verloren; onze brieven, en, onze minste prullekes en papierlingskes heeft de goeden man bewaard als heiligdom!”</p>
                        <p>G. Gezelle, Mollepooi, molleplooi, molleprooi. In: Loquela: 12 (Oostermaand 1886) 5, p. 94: “(...) Moldewerp, moudewerp, (Hoffmann v. F.'s Glossarium Belgicum), molworp (Richey, Kiliaen, Ten Kate, en a<hi rend="sup">n</hi>), ijslandsch moldwarpa; eng. (Shakspeare) (<hi rend="italic">sic)</hi>, moldwarp, (Wyclif) moldwerp; limburgsch moollup, moorrup, mollup, molp (...) Dit schoon oud w., dat wij zoo deerlijk ingekort en gebloksteert hebben, beteekent dus eigentlijk het molle werpende, het losse eerde opstekende dier.”</p>
                    </note> een duitscher of eêrder een Belg van de grenzen heeft m<subst>
                        <del>e</del>
                        <add>ij</add>
                    </subst> doen weten dat men te zijnenst moothöffer = mot-heffer zegt voor mol en in 't <choice>
                        <abbr>hoogd.</abbr>
                        <expan>hoogduitsch</expan>
                    </choice>: maulwürf.<note place="foot">
                        <p> G. Gezelle, Mollepooi, molleplooi, molleprooi. In: Loquela: 12 (Oostermaand 1886) 5, p. 94: ”De hoogduitschen alleen hebben mullworp, hun oud en echt volkswoord, in den ban gedaan, om in zijne stede een wanduitsche maulwurff (muilwerp) als beschaafde heerentale (voor altijd?) te aanveerden.”</p>
                    </note> Dat zou even zoo redelijk zijn als moorrup, niewaar? </p>
                <p>Wij hebben Limburgers en <subst>
                        <del>Vla</del>
                        <add>W</add>
                    </subst>alen uitgevraagd voor 't woord arlêm of arlám: Nieverants en hebben wij iets <subst>
                        <del>ge</del>
                        <add>a</add>
                    </subst>nders gevonden dan 't woord <hi rend="underline">alärm</hi> voor: huisruzie of wel in: ‘t luidt <hi rend="underline">alärm</hi>.- <name type="plaats" key="plaats0084" n="Beringen">(Beering,</name> <name type="plaats" key="plaats1332" n="Zonhoven">Zonhoven</name> enz)</p>
                <p> te Beeringen zeggen zij voor <hi rend="underline">mook</hi>
                    <note place="foot">
                        <p> WNT 1500-heden: ”In Z.-N. bekend als naam voor de eerste maag van herkauwende dieren, ook wel voor pens of buik in ruimeren zin, ook van een mensch.”</p>
                        <p>In zijn <!--REGISTER: no entry found for brief17001-->
                            <ref type="brief" target="brief:gg.17001">antwoordbrief</ref> aan A. Cuppens vraagt G. Gezelle: ”Is peddemook puiderek, ova etc. ranarum."</p>
                    </note> <hi rend="underline">moek</hi>, maar 't woordt<note place="foot">
                        <p> Sic.</p>
                    </note> beteekent daar wat anders als maag. 1<hi rend="underline">°</hi> de darm <add>of zak waar de uitwerpsels van een beest inzitten</add> 2° Pens van een koe bijv. Zoo heeft men te Beeringen de <hi rend="underline">moek </hi>eener koe en de <hi rend="underline">keuningskop</hi>
                    <note place="foot">
                        <p> C. Kiliaan, <hi rend="italic">Etymologicum Teutonicae Linguae</hi> (ed. F. Claes s.j.). Den Haag: Mouron, 1972, p. 252: ”Koninghs-hoofd: Ve<hi rend="italic">ntriculi bubuli pars posterior.”</hi>  Vertaling (Latijn): het achterste deel van de maag van een koe (= lebmaag).</p>
                    </note> of de kleinere zak die aan de <hi rend="underline">moek</hi> hangt, geloof ik.</p>
                <p>Ik zet hier een stuksken verzen van <name type="persoon" key="persoon1181" n="Lenaerts, Leonard Willem Jakob">M<hi rend="sup">r</hi> Lenaerts</name> achter, om u eens laten te oordeelen of dat al redelijk Limburgsch zijn zou. <pb n="p3" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5342_02r.jpg"/>
                    <lg>
                        <l>Van een slum waterblommeken.</l>
                    </lg>
                    <lg>
                        <l>Middel in een droomend graafken</l>
                        <l>Bloeide een blom - en liet heur blad </l>
                        <l>En heur' groote<del>n</del> witte kellik </l>
                        <l>Zuutekes golvelen op het nat.</l>
                        <l>"Kik! Waarveur, zoo zei een schaapke </l>
                        <l>gees du daar in "t graafke<del>n</del> staan? </l>
                        <l>In het water, - lieflik blommeke, </l>
                        <l>Kiekt dich immers niemand aan!</l>
                        <l>Kom hier op de groeze<note place="foot">
                                <p> F. Debrabandere, <hi rend="italic">Limburgs Etymologisch woordenboek.</hi> Leuven: Davidsfonds, 2011, p. 137-138: ”<hi rend="italic">Groeze</hi>, of <hi rend="italic">was</hi> ’croissance‘ (Lambrecht), <hi rend="italic">groese</hi>, <hi rend="italic">groeyssel</hi> ’groeikracht‘, groese, groense ’grasperk’ (Kiliaan)."</p>
                            </note> bloeien </l>
                        <l>Waar de wind dich wiegewaa<subst>
                                <del>g</del>
                                <add>i</add>
                            </subst>t = aait”</l>
                        <l>En het bieke mit zin vlerkjes </l>
                        <l>Heel den dag din kelksken aait”</l>
                        <l>-”Neen, mijn vrindje, sprak dat blommeke,</l>
                        <l>Ik sta goed hier in dit vocht - </l>
                        <l>Vindt min wortel hier gin voedsel </l>
                        <l>En min blad g<subst>
                                <del>ee</del>
                                <add>i</add>
                            </subst>n frisse locht?</l>
                        <l>Op de groeze spelen schaapkes, </l>
                        <l>Die gaan peuzelen aan min blâren,</l>
                        <l>En in al hun vroolik huppelen </l>
                        <l>Zelfs min kellik niet en sparen" </l>
                        <l>______</l>
                    </lg>En dit: <lg>
                        <l>Van twee Zielen <note place="foot">
                                <p> Gepubliceerd in A. Cuppens, De eerste “’t Daghetjongens” en Guido Gezelle. In: ‘t Daghet in den Oosten: 26 (1910) 4, p. 51.  Cuppens noteerde in voetnoot: ”Dit versje kwam later, in minder Limburgsch (!) getinte vorm in mijn <hi rend="italic">’</hi>
                                    <name type="werk.ander" key="werk.ander2072" n="Verzekens">
                                        <hi rend="italic">Verzekens</hi>
                                    </name>
                                    <hi rend="italic">’</hi>.”</p>
                            </note>
                        </l>
                    </lg>
                    <lg>
                        <l>Ik zag een zieleke rîzen </l>
                        <l>Ten Hîmel, lief en licht </l>
                        <l>Zoo zoetekes lachen terend, </l>
                        <l>
                            <subst>
                                <del>Met</del>
                                <add>En</add>
                            </subst> de onschuld op <subst>
                                <del>’t</del>
                                <add>zîn</add>
                            </subst> gezicht. </l>
                    </lg>
                    <lg>
                        <l>Gelîk een witte duive </l>
                        <l>Die kleppert, blî te moed </l>
                        <l>Door 't blauw der locht, zoo rees het, </l>
                        <l>Dat vroolik zieleke zoet. </l>
                    </lg>
                    <lg>
                        <l>Het was een kinderzieleke, </l>
                        <l>Dat god al bî <subst>
                                <del>f</del>
                                <add>H</add>
                            </subst>em nam </l>
                        <l>Tot lust van zîne heiligen </l>
                        <l>Toen 't uit de doopvont kwam </l>
                        <l>xx</l>
                        <l>x<lb/>
                        </l>
                    </lg>
                    <pb n="p4" type="editor" facs="https://bibmedia.brugge.be/images/gezelle/GGA_5342_02v.jpg"/>
                    <table rend="rules">
                        <row>
                            <cell>
                                <lg>
                                    <l>'k Zag nog een ziele klimmen</l>
                                    <l>Ten Hîmel, sterk en groot,</l>
                                    <l>En 't was een manneziele</l>
                                    <l>Die opvloog uit den nood,</l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>Het merk van strîd en stormen</l>
                                    <l>Op veurhoofd en op kroon,</l>
                                    <l>En tranen van berouw nog</l>
                                    <l>Op heure rouwe koon.<note place="foot">
                                            <p> Rouwe koon = rode wang.</p>
                                        </note>
                                    </l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>Heur klonk zoo jubelend tegen</l>
                                    <l>De groet van 't Hîmeldiet:<note place="foot">
                                            <p> Diet = volk, lieden, in het algemeen lat. populus, gens.</p>
                                        </note>
                                    </l>
                                    <l>Het machtig galmen terend</l>
                                    <l>En grootsche zegelied....</l>
                                    <l>xx</l>
                                    <l>x<lb/>
                                    </l>
                                    <l>En 'k dacht, ik zal wie de eerste</l>
                                    <l>Och arme! niet rîzen, <subst>
                                            <del>
                                                <gap n="xx" reason="illegible"/>
                                            </del>
                                            <add>G</add>
                                        </subst>od,</l>
                                    <l>Maar, klim<add>me</add> 'k eens wie die tweede</l>
                                    <l>U dankend voor dat lot.<note place="foot">
                                            <p> Hieronder staat een afscheidend krulletje.</p>
                                        </note>
                                    </l>
                                </lg>
                            </cell>
                            <cell>
                                <lg>
                                    <l>x</l>
                                    <l>Liedeken, op de wijze: Het was </l>
                                    <l>een Herder vroegh op-gestaen</l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>(op de onnozele kinderen)  </l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>Martelaerkens weest gegroet/ </l>
                                    <l>Die Herodes heel verwoet/ </l>
                                    <l>Als bloemkens te vroegh gepluckt  </l>
                                    <l>Uyt u jonck leven heeft geruckt.   </l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>Even zoo d'opgaende Roos </l>
                                    <l>Vroegh verliest haer schoone bloos </l>
                                    <l>Als <subst>
                                            <del>s</del>
                                            <add>z</add>
                                        </subst>ij door te windigh weer  </l>
                                    <l>strunckelt<note place="foot">
                                            <p> Strunckelen = strunkelen, stronkelen, struikelen, vallen.</p>
                                        </note> van haer steeltjen neer.  </l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>Gij zijt de eerste offerandt/  </l>
                                    <l>Die aen Christus zijt geplant/  </l>
                                    <l>En onnosel met u kroon  </l>
                                    <l>Speelt voor Godts verheven throon.  </l>
                                </lg>
                                <lg>
                                    <l>Lof zij Vader/ Soon en Geest/ </l>
                                    <l>Die u droegh uyt dit tempeest/ </l>
                                    <l>Van dees werelts woeste zee </l>
                                    <l>Heeft gebrocht in d'hemels ree.</l>
                                </lg>
                            </cell>
                        </row>
                    </table>
                    <name type="persoon" key="persoon1191" n="Lewylle, Arthur">Arthur</name> komt mij daar zeggen dat hij niets heeft kunnen vinden over de gevraagde woorden. </p>
                <closer>
                    <salute>Dus moet ik den brief sluiten, u hertelijk groetend in <choice>
                            <abbr>X°</abbr>
                            <expan>Christo</expan>
                        </choice>, Eerweerde heer en meester.</salute>
                    <signed>
                        <name type="persoon" key="persoon0414" n="Cuppens, August">August Cuppens</name>
                    </signed>
                    <dateline>
                        <name type="plaats" key="plaats1354" n="Luik">Luik,</name> 22<hi rend="sup underline">st</hi> Juni 1883.</dateline>
                </closer>
                <postscript>
                    <p>P.S: Ik heb hier <subst>
                            <del>een paar</del>
                            <add> drij</add>
                        </subst> oude boeken liggen / 1<hi rend="sup underline">e</hi> <name type="werk.ander" key="werk.ander2068" n="De klyne christelyke academie, dat is: de oeffenplaets der geleerdheyd bekwaem om de kinderen te oeffenen in de christelyke deugden: vergaderd door J.B.V.L.P. Opgedraegen aen het minnelyk kindeken Jesus, den leeraer en minnaer, den loonder en kroonder der katholyke jongheyd: gedrukt met toestemminge van Syne Doorluchtigste Hoogweerdigheyd Petrus Josephus biscop van Antwerpen [...]">De kleyne christelycke Academie, dat is de oeffen-plaetse der geleer<subst>
                                <del>t</del>
                                <add>d</add>
                            </subst>heydt, vergadert door JB. V. L. P. op-gedraegen a<subst>
                                <del>a</del>
                                <add>e</add>
                            </subst>n het minnelijck kindeken Jesus, den leeraer en minnaer, den loonder en kroonder der catholycke jonckheydt</name> Approbatie 1718<note place="foot">
                            <p> Hendrik Jozef van Susteren (Amsterdam, 22 juli 1668 - Brugge, 24 februari 1742) gaf in 1718 zijn approbatie of imprimatur om dit schoolhandboek voor leerlingen te drukken. Het boek is ontelbare keren herdrukt en heeft hele generaties leerlingen leren lezen en katholiek gevormd.</p>
                        </note> - 2<hi rend="sup underline">e</hi> <name type="werk.ander" key="werk.ander2069" n="Den spieghel der jonckheyt. Dienende voor alle jonckheydt, d'eerbaerheydt ende deught beminnende tot eenen spiegel [...] Rethorijk gemaekt by H. A. Van nieuws overzien ende verbetert">Den Spieghel der Jonckheyt, dienende voor alle Jonckheydt</name> / d'eerbaerheydt ende deught beminnende tot eenen Spieghel enz ... Rethoryckelyck ghemaeckt bij H.A. - t’ Antwerpen bij Hieronymus Verdussen / op de groote merckt in Sinte Augustinus (geen jaartal). 't Zijn verzen, maar 't boek is niet volledig. Onder letterkundig opzicht geen vets<note place="foot">
                            <p> F. Debrabandere, <hi rend="italic">Limburgs Etymologisch woordenboek.</hi> Leuven: Davidsfonds, 2011, p. 426: ”V<hi rend="italic">ets, vetsem</hi>, zn.: vezel, rafel. Ook<hi rend="italic"> geen vets </hi>’geen lor, geen snars’.” Dus: waardeloos in letterkundig opzicht.</p>
                        </note> weerd. 3<hi rend="sup underline">e</hi> <name type="werk.ander" key="werk.ander2070" n="Heerlyke ende gelukkige reyze naer het heylig land ende stad van Jeruzalem / beschreven en bereyst door broeder Jan vander Linden [...] in 't jaer ons Heere 1633. [2 dln]">Korte ende geluckige Reyse van Broeder Jan vander Linden naer 't heilygh Lant</name>.<note place="foot">
                            <p> Op iedere linkerpagina van het werk staat de titel ‘<hi rend="italic">Korte en geluckige Reyse</hi>’ afgedrukt, terwijl het titelblad een afwijkende titel vermeldt. Vermoedelijk ontbrak dit titelblad in het onvolledige exemplaar dat Cuppens ter beschikking had. Het door hem overgeschreven lied is aanwezig in het tweede deel. <name type="werk.ander" key="werk.ander2070" n="Heerlyke ende gelukkige reyze naer het heylig land ende stad van Jeruzalem / beschreven en bereyst door broeder Jan vander Linden [...] in 't jaer ons Heere 1633. [2 dln]">In de Erfgoedbibliotheek Conscience is er exemplaar beschikbaar van 1633 (nr.718977:1 <supplied>C2-558 d</supplied>).</name> Het liedje staat in dl. 2, op p. 24 dat over de terugreis gaat: <hi rend="italic">Het wederkeren of tweede deel van de Heerlyke ende gelukkige reyze naer het heylig land ende stad van Jeruzalem <gap n="..." reason="fragment"/>.</hi> De tekst wijkt echter af van de door Cuppens overgeschreven versie; zo leest men hier ‘Herders’ in plaats van ‘Herodes’, en wordt consequent een eind-g gebruikt waar Cuppens een eind-gh noteerde. Cuppens beschikte over een andere uitgave.</p>
                        </note> ook niet volledig. Daar staat kerkzang in vertaald, onder andere stukjes dit hierboven x dat er lief uitziet. Zoo gij trek zoudt hebben in die oude klommels<note place="foot">
                            <p> F. Debrabandere, <hi rend="italic">Limburgs Etymologisch woordenboek.</hi> Leuven: Davidsfonds, 2011, p.196: ”Klommel, knommel, zn.: prul, lor, waardeloos ding, versleten kledingsstuk.”</p>
                        </note> voor dit of voor dat, zend ik ze seffens op.<hi rend="italic">  A.C.</hi>
                    </p>
                </postscript>
            </div>
        </body>
    </text>
</TEI>