Wij hebben alhier, in 't Seminarie van Luik, al zoo dikwijls in Loquela naar Limburgsche woorden gezocht en er toch altijd zoo danig min in gevonden. Nochtans dunkt ons, sukkelaars van Limburgsche studenten - vlamingen ofte flaminganten, dat er in ons Kempenland en elders in Limburg ook nog eene macht[3] van woorden en goede vlaamsche uitdrukkingen moeten bestaan die ongeboekt, ons wetens, en tot nog toe misschien ἐπεα πτερῶεντα[4] gebleven zijn. Artuur Lewylle, hier, heeft ons aangepreêkt dat het U misschien niet onaangenaam noch onnuttig zou zijn, zoo wij ook al eens een woordjen of ettelijk[5] voor moeder Loquela opstuurden. God weet of er hier in Limburg geen’ woorden bestaan die nuttig konden zijn om dit of dat, 'k en weet niet wat, te verklaren! p2Daarbij zouden wij al een handje willen meêhelpen van ook den Limburgschen taalschat zooveel mogelijk bij den grooten Westvlaamschen te voegen dien gij, E.H. Debo en anderen, daar ginder verre met zooveel iever verzamelt, iets waarvoor gij alhier zoo bewonderd, bemind en als “kwaad geld”[6] bekend wordt bij de jonge blauw- of geelvoeten der Limburgsche heide.[7]
Hier hebben wij nu een honderdtal Limburgsche woorden en uitdrukkingen, zoo wat overal bijeen vergaârd, die ik met een makker onder honderden heb uitgekozen. Misschien is er niets onder dat van weerde is, misschien kent gij die woorden veel beter dan wij? Wat er van zij, ons inzicht is goed, en daarom dierf ik het wagen naar een groot man te schrijven die Artuur Lewylle hier “vader Gezelle” heet.
Nu iets anders. Ik zou toch zoo graag de vier bundels uwer gedichten hebben, die kleine grijzen,[8] Kerkhofblommen tot . . . et Reliqua, maar zou het U niet slecht aanstaan zoo ik U zegde, dat ik tot onder 't groot verlof moet wachten van ze te betalen?[9] Ik heb eenen te verwachten de Koninck[10] op de maag te krijgen en er al eenen de Gheldere[11] op liggenp3Zoo het U aangenaam is ben ik bereid onder het groot verlof U een duizend woorden van de kanten van Beeringen en Diest bij een te zoeken, en beloof u een vijf zes zanters[12] uit Limburg die hun jongensbest zullen doen. Maar nu moeten wij U ook eens iets vragen. Welke zijn de beste en bestekoopste boeken om het Angelsaksisch aan te leeren waar volgens Loquela het Limburgsche veel meê in verband is, om goede vlaamsche woorden en goeden zuiveren vlaamsche stijl te leeren gebruiken en krijgen, om de afleidkunde te leeren en de woordontleedkunde? Zou bijvoorbeeld deze afleiding van het woord Kempen, goed zijn?[13]
Kempen komt van emp (oude stam die ledig zou beteekenen). Zoo: Kempen = ge (≠ k) empte of ge-empen (streek, land). Land dus dat geledigd is bijv van bosschen, of water, gelijk ons arm landeken er waarlijk uitziet?
Zou vol = ge - hol zijn ge- privans?[14]
Zou Maeseyck van Maes - eek (hoek) en niet van Maes - eik (chêne) komen gelijk 't op 't wapen van dat stedeken staat? [15]
Zou Beeringen of Behringen gelijk men eertijds schreef niet komen van bairan[16] en ing = vruchtbare plaats? De sage meldt nochtans dat te Beeringen de eerste beer geringd werd (!)[17]p4 Zou Hasselt van hazelaar komen? Er staat nochtans een hazelaar op 't wapen dier stad.
Nu schei ik uit, Wel Eerweerde Heer, u vergiffenis vragende over mijn stout en al te lang schrijven, en groete u heel eerbiedig en genegen in Christo.
Mr Lewylle groet u insgelijks. Volgens men hier verteld heeft moet gij met den Grooten Ommegang[18] alhier in 't Seminarie naar hem gevraagd hebben.[19] Hij heeft er bitter spijt van dat hij niet te huis was. Of het waar was en weet niemand; een waal heeft het rondgestrooid.







