<Resultaat 829 van 2965

>

p1
Beernem Bloemendale[1] by Brugge

Zeer Eerw. Heer,

Ik geef een leesboeksken uit by Mr J. Demeester onder titel “Christen Heldenmoed” bestaande uit eenige korte verhalen, meestendeels genomen uit de werken van J.M. Neale Maar, de eerste jaren van R.d.H. eens doorloopende, vinde ik daar dat gy er zelve reeds twee van hebt vertaald en uitgegeven te weten “De legende van Ste Dorothea”[2]p2 en “Jan Goejan”.[3] Het spyt my uitermaten dat ik het niet eer gezien heb; nu is het te laat want het laatste blad van myn boeksken is onder druk, en al ‘t voorige is afgetrokken op duist. Myn vertaling, haastig en misschien niet nauw keurig gewrocht, laat zonder twyfel veel te wenschen. Gelief my dus te verontschuldigen zoo ik onbewust drukke wat gy reeds zoowel hadt uitgegeven. - Daar ik alsan nog in Engeland verblyvende ben,[4] my oefenende in het schryven van de Engelsche Taal, en, voor zooveel in myne krachten, beloofd heb wat mede te helpen in eenige tydschriften aldaar, zou ik geren ‘t eene en ‘t ander vertalenp3uit het vlaamsche, onder andere eenige vertels uit den ouden R.d.H. zooals: “Weet-je niet hoe late het is?”[5] Pietje op den Peereboom”[6] enz., trachtende, door vrye vertaling, er een Engelsche eigenaardigheid aan te geven merkende nogthands dat ze van den vlaamsche komen. Ik ware u hoogst dankbaar, kondet gy my, Eerweerde Heer, daar toelating voor geven;[7] als ook my eens berichten of er ooit een vlaamsche vertaling bestaan heeft van “The lay of last Minstrel[8] W. Scott. Daar ik het vertaald heb, zou ik het misschien hier of daar laten drukken, als er schatie[9] is.- [10]

Ik denk binnen eenige dagen naar Engeland weder te keeren: kon ik u in iets dienst bewyzen aldaar, het zou myp4zeer aangenaam zyn: Myn adres in London is:

C.M... - 6. Colville Road

Bayswater

W London

Aanveerd, Zeer Eerweerde Heer, myne eerbiedigste groetenissen,
Uw oodmoedige dienaar
Cm. Marichal[11]

P.S. Ik hoorde van den uchtend een vrouwe van te lande zeggen: “’t en is daar niet te kort; zy hebben er alles in multum” - De eerste u uigesproken op zyn vlaamsche zooals in mullen. - misschien is dit een dier latynsche spreuken, die nog onopgeraapt zyn -

Dienaar xx

Noten

[1] Bloemendale verwijst naar de buurt van het Kasteel Bloemendale en het park. Camiel Marichal werd geboren in de Bloemendalestraat op 4 mei 1860. Daar staat nu een monumentje ter ere van hem.
[2] J.M.Neale (auteur); G. Gezelle (vertaler), De legende der H. Dorothea. In: Rond den Heerd: 1 (3 February 1866) 10, p.77-80.
[3] J.M.Neale (auteur); G. Gezelle (vertaler), Jan Goejan. In: Rond den Heerd: 1 (5 Mei 1866) 23, p.184-185.

In vertaling van Guido Gezelle verscheen ook De doolaards in Egypten in 1865-1866 als feuilleton in Rond den Heerd. Het werd in 1871 afzonderlijk uitgegeven. Het is een vertaling van The Egyptian Wanderers (1854) van John Mason Neale. Het verhaal speelt zich af in Egypte onder Romeins bewind. Op de vlucht voor vervolging trekt een christelijk gezin met drie kinderen de wildernis in, waar het vele spannende avonturen beleeft.

[4] Camiel Marichal had wijsbegeerte gestudeerd in Engeland, vanaf 1880 vestigde hij zich in Londen waar hij o.m. voor de Times schreef.
[5] G. Gezelle, Weet-je niet hoe late het is? In: Rond den Heerd: 1 (9 December 1865) 2, p.14-15.
[6] G. Gezelle, Pietjen op den pereboom. In: Rond den Heerd: 1 (19 Mei 1866) 25, p.201-202.
[7] De rechten van Rond den Heerd lagen niet meer bij Guido Gezelle maar bij Adolf Duclos.
[8] ‘The Lay of the Last Minstrel’ is een verhalend gedicht in zes canto's van Walter Scott. Het speelt zich af in de Scottish Borders in het midden van de 16e eeuw en wordt in het werk weergegeven als gezongen door een minnestreel aan het eind van de 17e eeuw.
[9] L.L. De Bo, Westvlaamsch Idioticon. Brugge: Gailliard, 1878, p.847: “Schasi, v., klemt. op scha. Westvlaamsche uitspraak van Schaarsheid.”
[10] De vertaling van Scott is niet verschenen, maar Camille Marichal publiceerde tussen 3 juli 1881 en 10 september 1882 in Rond den Heerd wel het verhaal ‘De propheet der vervallen abdie’ dat zich in Ierland afspeelt.
[11] Onderstreping van Guido Gezelle in blauw potlood.
M

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamMarichal, Camiel Hector; Lancelot, Camille
Datums° Beernem, 04/05/1860 - ✝ Argentinië, 30/07/1911
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsEngeland; Argentinië
BioCamiel Marichal studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare tot 1879. Hij was er onder de invloed van de Blauwvoeterij. Ondertussen was hij medeoprichter van een spelersgilde in Beernem (1877). Hij was ook betrokken bij de Wingense Gilde van Wyncom en de Roeselaarse Sint-Jansgilde. Hij publiceerde zelf verschillende blijspelen en drama's. De spelen waren volks van aard en hadden tot doel het katholieke en Vlaamse gevoel aan te wakkeren. Hij had veel succes met een herwerking van Hendrik Consciences "Breidel en Deconinck", een stuk dat o.m. gespeeld werd op de Breidelfeesten in Brugge (1887). In 1879 was hij leerling aan het grootseminarie van Brugge maar hij werd er weggestuurd wegens zijn Vlaamsgezinde houding. Vervolgens was hij student filosofie in Leuven waar hij betrokken was bij de Katholieke Vlaamse studentenbeweging. Hij was erg actief in verschillende studentenbladen zoals "Kwaepenninck", "De Tassche" en "Onze Vlaamsche Wekker." Later studeerde hij twee jaar aan de Hogeschool in Londen. Vanaf 1880 vestigde hij zich in Londen en schreef er onder de schuilnaam Camille Lancelot artikels voor dagbladen, o.m. voor "The Times". Hij publiceerde in Engelse tijdschriften met vertalingen van Vlaamse verhalen. De broer van Camiel Marichal, Adolf, was vanaf 1885 werkzaam als priester bij de Vlaamse kolonisten in Argentinië. Dit wakkerde bij Camiel de interesse voor Argentinië aan. Samen schreven ze een gids en propagandistisch werk ten behoeve van de potentiële landverhuizers. In 1911 emigreerde hij zelf met zijn vrouw en vijf kinderen naar Argentinië.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Marichal,_Camiel-Hector

Briefschrijver

NaamMarichal, Camiel Hector; Lancelot, Camille
Datums° Beernem, 04/05/1860 - ✝ Argentinië, 30/07/1911
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsEngeland; Argentinië
BioCamiel Marichal studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare tot 1879. Hij was er onder de invloed van de Blauwvoeterij. Ondertussen was hij medeoprichter van een spelersgilde in Beernem (1877). Hij was ook betrokken bij de Wingense Gilde van Wyncom en de Roeselaarse Sint-Jansgilde. Hij publiceerde zelf verschillende blijspelen en drama's. De spelen waren volks van aard en hadden tot doel het katholieke en Vlaamse gevoel aan te wakkeren. Hij had veel succes met een herwerking van Hendrik Consciences "Breidel en Deconinck", een stuk dat o.m. gespeeld werd op de Breidelfeesten in Brugge (1887). In 1879 was hij leerling aan het grootseminarie van Brugge maar hij werd er weggestuurd wegens zijn Vlaamsgezinde houding. Vervolgens was hij student filosofie in Leuven waar hij betrokken was bij de Katholieke Vlaamse studentenbeweging. Hij was erg actief in verschillende studentenbladen zoals "Kwaepenninck", "De Tassche" en "Onze Vlaamsche Wekker." Later studeerde hij twee jaar aan de Hogeschool in Londen. Vanaf 1880 vestigde hij zich in Londen en schreef er onder de schuilnaam Camille Lancelot artikels voor dagbladen, o.m. voor "The Times". Hij publiceerde in Engelse tijdschriften met vertalingen van Vlaamse verhalen. De broer van Camiel Marichal, Adolf, was vanaf 1885 werkzaam als priester bij de Vlaamse kolonisten in Argentinië. Dit wakkerde bij Camiel de interesse voor Argentinië aan. Samen schreven ze een gids en propagandistisch werk ten behoeve van de potentiële landverhuizers. In 1911 emigreerde hij zelf met zijn vrouw en vijf kinderen naar Argentinië.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Marichal,_Camiel-Hector

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBeernem
GemeenteBeernem

Naam - persoon

NaamDe Meester, Jules
Datums° Roeselare, 04/01/1857 - ✝ Wetteren, 06/02/1933
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioJules De Meester was de zoon van een schoenmaker. Hij vestigde zich in 1877 als boekhandelaar en later ook als uitgever in de Zuidstraat te Roeselare, vlakbij het kleinseminarie. Katholiek en Vlaams was zijn handelsmerk. Hij werd een belangrijke drukker van Guido Gezelle. Samen met de Leuvense boekhandelaar en drukker Karel Fonteyn gaf hij in 1878-1880 vier delen uit van het Verzameld Dichtwerk van Gezelle, en een tweede uitgave van het verzameld werk in 1892-1893. Hij was ook de uitgever van het taalkundige tijdschrift Loquela.
Relatie tot Gezellecorrespondent; drukker werk Gezelle
Bronnen http://users.skynet.be/sb176943/AndriesVandenAbeele/druk_gezelle.htm ;
NaamMarichal, Camiel Hector; Lancelot, Camille
Datums° Beernem, 04/05/1860 - ✝ Argentinië, 30/07/1911
GeslachtMannelijk
Beroepauteur
VerblijfplaatsEngeland; Argentinië
BioCamiel Marichal studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare tot 1879. Hij was er onder de invloed van de Blauwvoeterij. Ondertussen was hij medeoprichter van een spelersgilde in Beernem (1877). Hij was ook betrokken bij de Wingense Gilde van Wyncom en de Roeselaarse Sint-Jansgilde. Hij publiceerde zelf verschillende blijspelen en drama's. De spelen waren volks van aard en hadden tot doel het katholieke en Vlaamse gevoel aan te wakkeren. Hij had veel succes met een herwerking van Hendrik Consciences "Breidel en Deconinck", een stuk dat o.m. gespeeld werd op de Breidelfeesten in Brugge (1887). In 1879 was hij leerling aan het grootseminarie van Brugge maar hij werd er weggestuurd wegens zijn Vlaamsgezinde houding. Vervolgens was hij student filosofie in Leuven waar hij betrokken was bij de Katholieke Vlaamse studentenbeweging. Hij was erg actief in verschillende studentenbladen zoals "Kwaepenninck", "De Tassche" en "Onze Vlaamsche Wekker." Later studeerde hij twee jaar aan de Hogeschool in Londen. Vanaf 1880 vestigde hij zich in Londen en schreef er onder de schuilnaam Camille Lancelot artikels voor dagbladen, o.m. voor "The Times". Hij publiceerde in Engelse tijdschriften met vertalingen van Vlaamse verhalen. De broer van Camiel Marichal, Adolf, was vanaf 1885 werkzaam als priester bij de Vlaamse kolonisten in Argentinië. Dit wakkerde bij Camiel de interesse voor Argentinië aan. Samen schreven ze een gids en propagandistisch werk ten behoeve van de potentiële landverhuizers. In 1911 emigreerde hij zelf met zijn vrouw en vijf kinderen naar Argentinië.
Links[dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; studentenbeweging
Bronnen https://nevb.be/wiki/Marichal,_Camiel-Hector
NaamNeale, John Mason
Datums° London, 24/01/1818 - ✝ East Grinstead, 06/08/1866
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; auteur; hymneschrijver; theoloog; vertaler
VerblijfplaatsEngeland
BioJohn Mason Neale werd op 24 januari 1818 geboren in Londen. Hij studeerde aan de Sherborne School, Dorset en aan Trinity College, Cambridge. In Cambridge raakte hij beïnvloed door de Oxford Movement en werd hij de medeoprichter was van de Cambridge Camden Society (later de Ecclesiological Society), een organisatie die zich inzette voor de herwaardering van gotische kerkarchitectuur en traditionele liturgische praktijken. Na zijn wijding tot priester in 1842 was Neale korte tijd predikant in Crawley, Sussex, maar moest aftreden vanwege een chronische longaandoening. De daaropvolgende winter verbleef hij op de Madeira-eilanden, waar hij onderzoek kon doen voor zijn History of the Eastern Church. In 1846 werd hij beheerder van Sackville College, een armenhuis in East Grinstead. Daar richtte hij in 1855 de Society of Saint Margaret op, een vrouwelijke religieuze orde gewijd aan de zorg voor zieken en armen. Zijn rituele praktijken en katholiek georiënteerde benadering leidden tot spanningen binnen de Anglicaanse Kerk, wat resulteerde in een veertienjarige schorsing door zijn bisschop. Neale's grootste bijdrage ligt in zijn vertalingen van oude en middeleeuwse hymnen uit het Latijn en Grieks naar het Engels. Zijn werk maakte deze hymnen toegankelijk voor Engelstalige congregaties en verrijkte het Anglicaanse liedrepertoire aanzienlijk. Bekende vertalingen zijn onder andere ‘All Glory, Laud and Honour’, ‘O Come, O Come, Emmanuel’ en ‘Jerusalem the Golden’. Zijn publicaties, zoals "Hymns of the Eastern Church" (1862), introduceerden elementen van de Oosterse liturgie in de Anglicaanse eredienst. Ondanks gezondheidsproblemen en institutionele tegenstand bleef Neale een productieve schrijver en vertaler. Guido Gezelle vertaalde verhalen van Neale in ”Rond den Heerd” waaronder “The Egyptian Wanderers” als feuilleton. Het verscheen later als zelfstandige publicatie. Neale overleed op 6 augustus 1866 in East Grinstead.
Links[wikipedia]
Relatie tot Gezellevertaler van zijn werk
NaamScott, Walter
Datums° Edinburgh, 14/08/1771 - ✝ Abbotsford House, Abbotsford, 21/09/1832
GeslachtMannelijk
Beroepschrijver; dichter; jurist
VerblijfplaatsSchotland
BioSir Walter Scott was een Schotse jurist, dichter en romanschrijver die wordt beschouwd als een van de grondleggers van de historische roman. Hij volgde een rechtenstudie in Edinburgh en combineerde zijn juridische loopbaan met een intensieve literaire productie. Aanvankelijk vestigde hij zijn naam met romantisch-epische gedichten als 'The Lay of the Last Minstrel' en 'The Lady of the Lake', voordat hij in 1814 de overstap maakte naar proza met "Waverley", de eerste in een lange reeks historische romans. Zijn oeuvre, waaronder "Rob Roy", "The Heart of Midlothian" en "Ivanhoe", kenmerkt zich door het verweven van fictieve personages met historische gebeurtenissen en nationale thema’s. Zijn werk droeg sterk bij aan de hernieuwde belangstelling voor het Schotse verleden en identiteit. Naast zijn schrijverschap bekleedde hij publieke functies, waaronder die van Sheriff-Depute van Selkirkshire en Clerk of Session. Hoewel hij later in zijn leven te maken kreeg met financiële moeilijkheden na de ineenstorting van zijn uitgeverij, bleef hij schrijven om zijn schulden af te lossen. Hij overleed op 29 september 1832 op zijn landgoed Abbotsford.
Links[wikipedia]

Naam - plaats

NaamBeernem
GemeenteBeernem
NaamBrugge
GemeenteBrugge
NaamLonden

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelDe doolaards in Egypten
Links[gezelle.be]
TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelThe Egyptian wanderers : a story for children, of the great tenth persecution
AuteurNeale, John Mason
Datum1854
PlaatsLondon
UitgeverJoseph Masters
TitelChristen heldenmoed - Korte verhalen
AuteurMarichal, Camiel Hector
Datum[1882]
PlaatsRoeselare
UitgeverJules De Meester

Titel22/06/1882, Beernem, Camiel Hector Marichal aan [Guido Gezelle]
EditeurKarel Platteau; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research)
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKarel Platteau; Universiteit Antwerpen; Marc Carlier (research), Marichal Camiel Hector aan Gezelle Guido, Beernem (Beernem), 22/06/1882. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderMarichal, Camiel Hector
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum22/06/1882
VerzendingsplaatsBeernem (Beernem)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 174 mm x 112 mm
papier, roze
papiersoort: 4 zijden beschreven; zijden 2 en 4 verticaal beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5250
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11552
Inhoud
IncipitIk geef een leesboeksken
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.