<Resultaat 615 van 2965

>

p1
Zeer Eerweerde Heer. -

Bij het verschijnen van “Onze Dageraad”[1] reken ik ‘t mij ten plichte UE te verzekeren van de gevoelens van dankbaarheid en verkleefdheid die de Jonge Taalvrienden ten uwen opzichte koesteren. De twee schoone[2] die uwe welwillendheid ons heeft gelieven te schenken, zijn ons van grooten dienst geweest.

Onder de schaduwe van uwen naam[3] hebben wij ons boekje de wereld ingezonden, en dit was genoeg om het met gulhertigheid te doen ontvangen. Ja, met geestdrift heeft men hier onze pogingen toegejuicht, onze benijders zelf, die van het lang wegblijven van “Onze Dageraad” gebruik maakten om ons zoo wat belachelijk te maken, zwegen, als zij hem voor hunne oogen zagen -

Dit is ons eene goede aanmoediging voor het toekomende. Ook zijn we reeds ijverig bezig eenen tweeden bundel[4] in gereedheid te[5]p2 brengen; waarschijnlijk zal hij onder de groote vakantie klaar zijn - Zouden wij nog eens het genoegen mogen smaken een uwer stukjes in onzen bundel op te nemen? - Uwe belangstelling in ons pogen laat mij toe het te verhopen.

Aanvaard, Zeer Eerweerde Heer, de verzekering onzer bijzondere hoogachting
Uw nederige dienaar
P Em Luppens, theologant
groot seminarie, Mechelen.

Noten

[1] In het paasnummer van 1877 (= de eerste aflevering van jaargang 1877) van De Vlaamsche Vlagge, p.46 en 48 vermeldt A. Rodenbach dat de "pralenden Dageraad" van de Jonge Taalvrienden van Mechelen verschenen is. Op p. 48 wijdt hij er een hele bladzijde aan. Hij is vol lof over de bundel en ziet er een voorbode in van de Vlaamse Studentenbond waar hij van droomt. Het eerste nummer verscheen in maart 1877: Rond den Heerd: 12 (1877),18, p. 144 vermeldt op 1 april 1877 dat Onze Dageraad “zooeven” verschenen is.
[2] Hier verwijst Luppens naar zijn brief aan Guido Gezelle van 07/1876 waarin hij vraagt: “Mag ik nog een stukje van uwe meesterlijke hand voor ons boekje verwachten?” De twee gedichten naar waar hier verwezen wordt zijn ‘Groeninghe’ en ‘O Vaderland!’.

Gepubliceerd als: G. Gezelle, Groeninghe. In: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden" Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.95-96 en als G. Gezelle, O Vaderland!. In: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p. 30.

[3] Guido Gezelle steunde het initiatief van de studenten en leverde ook bijdragen onder zijn eigen naam. In het voorwoord van de eerste bundel wordt hij hiervoor expliciet bedankt.
[4] De eerste bundel van Onze Dageraad verscheen niet in 1876 maar in het voorjaar van 1877.

De tweede bundel zal pas verschijnen in 1879.

[5] Het woord “te” staat dubbel geschreven bij de paginaovergang.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLuppens, Pieter; Em. Wolfs; Luppens, Petrus
Datums° Mollem, 30/09/1852 - ✝ Mollem, 20/10/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester
BioPetrus Luppens werd geboren op 30 september 1852 in Mollem als zoon van landbouwer Judocus Luppens en landbouwster Joanna Catharina Van Cauwenbergh. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Mechelen, dat in de jaren 1870 een voedingsbodem vormde voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging. In mei 1875 nam hij, samen met Jakob Muyldermans, het initiatief om een Vlaamsgezinde leerlingenvereniging op te richten, die de naam ‘De Jonge Taalvrienden’ kreeg. Vervolgens werd hij student aan het grootseminarie Mechelen vanaf 2 oktober 1875. In 1877 en 1879 gaf hij met ‘De Jonge Taalvrienden’ twee bundels van "Onze Dageraad" uit, waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In kader van deze medewerking correspondeerde hij met Gezelle. Hij publiceerde zelf in de bundels onder het pseudoniem Em. Wolfs. Op 21 september 1878 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1878 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij overleed op 20 oktober 1879 in het klooster van Mollem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; studentenbeweging
BronnenFamilysearch: geboorte- en overlijdensakte; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/klein-seminarie-van-mechelen

Briefschrijver

NaamLuppens, Pieter; Em. Wolfs; Luppens, Petrus
Datums° Mollem, 30/09/1852 - ✝ Mollem, 20/10/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester
BioPetrus Luppens werd geboren op 30 september 1852 in Mollem als zoon van landbouwer Judocus Luppens en landbouwster Joanna Catharina Van Cauwenbergh. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Mechelen, dat in de jaren 1870 een voedingsbodem vormde voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging. In mei 1875 nam hij, samen met Jakob Muyldermans, het initiatief om een Vlaamsgezinde leerlingenvereniging op te richten, die de naam ‘De Jonge Taalvrienden’ kreeg. Vervolgens werd hij student aan het grootseminarie Mechelen vanaf 2 oktober 1875. In 1877 en 1879 gaf hij met ‘De Jonge Taalvrienden’ twee bundels van "Onze Dageraad" uit, waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In kader van deze medewerking correspondeerde hij met Gezelle. Hij publiceerde zelf in de bundels onder het pseudoniem Em. Wolfs. Op 21 september 1878 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1878 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij overleed op 20 oktober 1879 in het klooster van Mollem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; studentenbeweging
BronnenFamilysearch: geboorte- en overlijdensakte; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/klein-seminarie-van-mechelen

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamMechelen
GemeenteMechelen

Naam - persoon

NaamLuppens, Pieter; Em. Wolfs; Luppens, Petrus
Datums° Mollem, 30/09/1852 - ✝ Mollem, 20/10/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester
BioPetrus Luppens werd geboren op 30 september 1852 in Mollem als zoon van landbouwer Judocus Luppens en landbouwster Joanna Catharina Van Cauwenbergh. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Mechelen, dat in de jaren 1870 een voedingsbodem vormde voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging. In mei 1875 nam hij, samen met Jakob Muyldermans, het initiatief om een Vlaamsgezinde leerlingenvereniging op te richten, die de naam ‘De Jonge Taalvrienden’ kreeg. Vervolgens werd hij student aan het grootseminarie Mechelen vanaf 2 oktober 1875. In 1877 en 1879 gaf hij met ‘De Jonge Taalvrienden’ twee bundels van "Onze Dageraad" uit, waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In kader van deze medewerking correspondeerde hij met Gezelle. Hij publiceerde zelf in de bundels onder het pseudoniem Em. Wolfs. Op 21 september 1878 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1878 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij overleed op 20 oktober 1879 in het klooster van Mollem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; studentenbeweging
BronnenFamilysearch: geboorte- en overlijdensakte; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/klein-seminarie-van-mechelen

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Mechelen
BeschrijvingHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Datering1595-2006
Links[odis], [wikipedia]
NaamDe Jonge Taalvrienden
BeschrijvingDe Jonge Taalvrienden was een Vlaamsgezinde scholierenvereniging die in mei 1875 werd opgericht in het kleinseminarie van Mechelen door Pieter Luppens en Jakob Muyldermans. De vereniging bouwde voort op een bestaande traditie van literaire activiteit en kreeg inhoudelijk begeleiding van een oud-leraar van Muyldermans, Jan Bols. De vereniging zou nauwe contacten hebben gehad met andere West- en Oost-Vlaamse studentenkringen en speelde een verbindende rol tussen Vlaamsgezinde katholieke jongeren in verschillende regio’s. Ook gaven ze onder meer het studentenblad "Onze Dageraad" uit, dat in 1876 verscheen. Ook Guido Gezelle ondersteunde het initiatief en publiceerde gedichten in "Onze Dageraad". Na het wegvallen van de "Vlaamsche Studentenbond" sinds 1879 werd de Mechelse ge­westbond de uitvalsbasis van de continuering en verdere opbloei van de Vlaamsgezinde scholierenwerking in het aartsbisdom Mechelen tot de vereniging zelf omstreeks 1880 verdween.
Datering1875-ca. 1880

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelGroeninghe
PublicatieLiederen, Eerdichten et Reliqua (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 299
Titelo Vaderland! wat schoone naam
PublicatieVerzameld dichtwerk, deel VII, p. 86

Titel - ander werk

TitelOnze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden"
Datum1877; 1879
PlaatsHerentals
UitgeverV.J. Du Moulin
Links[odis]

Indextermen

Briefontvanger

Gezelle, Guido

Briefschrijver

Luppens, Pieter

Correspondenten - personen

Gezelle, Guido
Luppens, Pieter

Naam - instituut/vereniging

Grootseminarie Mechelen
De Jonge Taalvrienden

Naam - persoon

Luppens, Pieter

Plaats van verzending

Mechelen

Titel - ander werk

Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden"

Titel - gedicht van Guido Gezelle

Groeninghe
o Vaderland! wat schoone naam

Titelxx/[03/1877], Mechelen, Pieter Luppens aan [Guido Gezelle]
EditeurFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Luppens Pieter aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), xx/[03/1877]. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderLuppens, Pieter
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatumxx/[03/1877]
VerzendingsplaatsMechelen (Mechelen)
AnnotatieJaartal en maand gereconstrueerd op basis van de brieftekst: verwijzing naar het verschijnen van de eerste bundel van Onze Dageraad. In het paasnummer van 1877 (= de eerste aflevering van jaargang 1877) van De Vlaamsche Vlagge, p. 46 en 48 vermeldt Rodenbach dat de "pralenden Dageraad" van de Jonge Taalvrienden van Mechelen verschenen is, Pasen viel dit jaar op zondag 1 april + Rond den Heerd. - Jrg. 12 (1877) nr.18, p. 144 vermeldt op 1 april 1877 dat Onze Dageraad “zooeven” verschenen is: het eerste nummer verscheen in maart 1877 ; adressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie ; plaats gereconstrueerd op basis van contextuele gegevens en onzeker.
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 207 mm x 134 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 2 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle; idem rechts: [November? 1876] (inkt, beide hand P.A.); idem rechtsboven: Juny (potlood)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5079
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11385
Inhoud
IncipitBij het verschijnen van "Onze Dageraad"
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.