Wat Walsch is, Valsch is![1]
Gelijk ik UE vroeger beloofde, zend ik UE heden mijn exemplaar van uwe gevoelvolle "Kerkhofblommen", die ik wel tienmaal herlezen heb. Gelief de goedheid te hebben mij het exemplaar terug te zenden, nadat U de drukfeilen die U zegde talrijk te zijn, zal verbeterd hebben.
UE zal alreeds, denk ik, het prospectus van "Onze Dageraad", letterkundige bijdragen der "Jonge Taalvrienden", met de aflevering der Vlaamsche Vlag die 'k ied’ren dag verwacht, ontvangen hebben. Ons boekje[2] zal tegen November[3] aanstaande verschijnen. Ik zou UE dus verzoeken, de goedheidp2te willen hebben mij mijne kopij van uw Vaderlandsch lied "Groeninghe" zoodra mogelijk te doen geworden, opdat wij het met de kopijen van onze bijdragen naar onzen drukker Dumoulin mogen toesturen. Zoo ik niet vreesde U lastig te vallen, zou ik het misschien wagen U nog een stukje[4] van uwe hand te vragen, om ons bundelken op te luisteren; immers, 't is voor God, Kerk en Vlaanderen dat wij strijden: des, zijn wij niet gansch uwer meêwerking onwaardig.
Voor 't oogenblik werk ik aan een gedicht, een dorpsverhaal, geschiedenis eener arme Lûmelaarke van ons dorpken. Als ik luk, zal ik het uitgeven. UE zal dan een exemplaar worden geschonken. In afwachting van uw "Groeninghe" bied ik UE de bestgemeende groetenissen en handdrukken aan van uwen verknochten
Zouden wij niet mogen hopen dat UE zooveel mogelijk ons bundelken bij vrienden en kennissen in te leiden? Eeuwigen Dank zoudt ge er voor hebben moeten.







