<Resultaat 600 van 2965

>

p1

+

Den Zeer. Eerw. Heer G. Gezelle, onderpastoor in O.L.V. Kerke, te Kortrijk.

Zeer Eerw. Heer.

Innig ben ik getroffen geweest toen ik vernam dat de gevoelvolle Westvlaamsche Dichter zijne goedkeuring had gegeven aan “De Jonge Taalvrienden” en een stukje[1] voor hunnen Bundel[2] had gelieven op te zenden. Waarlijk dit ging mijne verwachting te boven. Door uwe puike schriften had ik reeds lang in U een heldhaftige strijder herkend voor de schoonste en heiligste der zaken, voor de katholieke Vlaamsche beweging; doch ik dorst niet verhopen U ooit als welwillende medewerker der Jonge Taalvrienden te mogen bedanken. Mij docht, de afstand tusschen, p2Ue, Zeer Eerw. Heer, en de nog onbekende Jonge Taalvrienden was te groot om ooit U als onzen leidsman te zien optreden. Doch welke blijde verrassing: ik had mij bedrogen! Uwe goedheid heeft mijne verwachting overtroffen. Ontvang er mijnen hertelijksten dank over.

Gij zult het mij niet ten kwade duiden zoo ik, verstout door de genegenheid die gij ons toedraagt, U nog iets durf vragen. Mag ik nog een stukje van uwe meesterlijke hand voor ons boekje verwachten? Mag ik op den Prospectus[3] zetten: door welwillende er H.H. A Snieders, L. De Koninck en G. Gezelle? Dit zou ons eene goede aanbeveeling zijn.

In afwachting welhaast een woordje antwoord te ontvangen, opdat ik den Prospectus den drukker zou kunnen overhandigen, groet ik u van herte in naam der Jonge Taalvrienden p3en noem mij met den grootsten eerbied

Uwen verkleefden vriend in Jezus Christus
P. Luppens, theologant
in ‘t groot seminarie te Mechelen

Noten

[1] Aanvraag tot medewerking werd gedaan door Pol De Mont in zijn brief aan Guido Gezelle van 06/07/1876. Gezelle stuurde het gedicht ‘Groeninghe’ op. Dit was geen nieuw gedicht: ‘Groeninghe’ werd al gezongen te Kortrijk in ‘t park Groeninghe op 11 juli 1874.
Gepubliceerd als: G. Gezelle, Groeninghe. In: Onze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden". Herentals: V.J. du Moulin, 1877, p.95-96.
[2] Er verschenen twee bundels van Onze Dageraad. De eerste bundel van verscheen niet in 1876 maar in maart 1877. De tweede bundel zal pas verschijnen in 1879.
[3] Hier verwijst Luppens naar de prospectus die o.m. met de Vlaamsche Vlagge werd rondgestuurd. Zie de brief van Pol De Mont aan Guido Gezelle van 01/09/1876.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLuppens, Pieter; Em. Wolfs; Luppens, Petrus
Datums° Mollem, 30/09/1852 - ✝ Mollem, 20/10/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester
BioPetrus Luppens werd geboren op 30 september 1852 in Mollem als zoon van landbouwer Judocus Luppens en landbouwster Joanna Catharina Van Cauwenbergh. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Mechelen, dat in de jaren 1870 een voedingsbodem vormde voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging. In mei 1875 nam hij, samen met Jakob Muyldermans, het initiatief om een Vlaamsgezinde leerlingenvereniging op te richten, die de naam ‘De Jonge Taalvrienden’ kreeg. Vervolgens werd hij student aan het grootseminarie Mechelen vanaf 2 oktober 1875. In 1877 en 1879 gaf hij met ‘De Jonge Taalvrienden’ twee bundels van "Onze Dageraad" uit, waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In kader van deze medewerking correspondeerde hij met Gezelle. Hij publiceerde zelf in de bundels onder het pseudoniem Em. Wolfs. Op 21 september 1878 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1878 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij overleed op 20 oktober 1879 in het klooster van Mollem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; studentenbeweging
BronnenFamilysearch: geboorte- en overlijdensakte; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/klein-seminarie-van-mechelen

Briefschrijver

NaamLuppens, Pieter; Em. Wolfs; Luppens, Petrus
Datums° Mollem, 30/09/1852 - ✝ Mollem, 20/10/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester
BioPetrus Luppens werd geboren op 30 september 1852 in Mollem als zoon van landbouwer Judocus Luppens en landbouwster Joanna Catharina Van Cauwenbergh. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Mechelen, dat in de jaren 1870 een voedingsbodem vormde voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging. In mei 1875 nam hij, samen met Jakob Muyldermans, het initiatief om een Vlaamsgezinde leerlingenvereniging op te richten, die de naam ‘De Jonge Taalvrienden’ kreeg. Vervolgens werd hij student aan het grootseminarie Mechelen vanaf 2 oktober 1875. In 1877 en 1879 gaf hij met ‘De Jonge Taalvrienden’ twee bundels van "Onze Dageraad" uit, waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In kader van deze medewerking correspondeerde hij met Gezelle. Hij publiceerde zelf in de bundels onder het pseudoniem Em. Wolfs. Op 21 september 1878 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1878 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij overleed op 20 oktober 1879 in het klooster van Mollem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; studentenbeweging
BronnenFamilysearch: geboorte- en overlijdensakte; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/klein-seminarie-van-mechelen

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamMechelen
GemeenteMechelen

Naam - persoon

NaamDe Koninck, Lodewijk
Datums° Hoogstraten, 30/10/1838 - ✝ Retie, 22/03/1924
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; inspecteur; dichter
BioLodewijk De Koninck studeerde aan de Normaalschool te Lier. Op 31/03/1865 ging hij in Antwerpen wonen en was er werkzaam als onderwijzer. In 1879 werd hij provinciaal inspecteur van de katholieke basisscholen. Hij was ook docent aan de normaalschool van Mechelen. Als dichter was hij vooral bekend om zijn epos Het menschdom verlost (1883) en zijn gelegenheidspoëzie (Gemengde gedichten, 1878). Hij schreef vooral katholiek geïnspireerde verzen. Nolet de Brauwere van Steeland uitte kritiek op zijn heldendicht. De Koninck werd verdedigd door Hendrik Claeys.
Links[wikipedia], [dbnl]
NaamDe Mont, Pol; Olympio; Spiridio; Waarzegger; Ortwin; K.M.P. Ivoosone
Datums° Wambeek, 15/04/1857 - ✝ Berlijn, 29/06/1931
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; dichter; leraar
BioNa zijn middelbare studies in het Frans te Ninove, studeerde Pol De Mont aan het kleinseminarie te Mechelen. Hij was er een vurig flamingant en stichtte in mei 1874 met Jan de Block de Vlaamse leerlingenkring De Jonge Taalvrienden. Ze gaven in 1876 de bundel Letterkundige Bijdragen, Onze Dageraad uit met bijdragen van de leden en vooraanstaande Vlaamse schrijvers als Guido Gezelle, Jan R. Snieders en Servaas Daems. Na zijn middelbare studies ging hij studeren aan de Leuvense universiteit (1877) en speelde er een belangrijke rol in de opkomende Vlaamse studentenbeweging, o.m. als bondgenoot en uiteindelijk ook concurrent van Albrecht Rodenbach. Hij stichtte aan de universiteit te Leuven Het Pennoen en was er ook actief in het studentengenootschap Met Tijd en Vlijt. In 1880 publiceerde hij zijn bundel Gedichten, bekroond met de Vijfjaarlijkse Staatsprijs voor Vlaamse Letterkunde. Zijn militante en literaire activiteiten verhinderden hem zijn rechtenstudies verder te zetten en zo werd de liberaal-vrijzinnig geworden De Mont leraar aan het Koninklijk Atheneum te Doornik. Dit van 23 september 1880 tot eind september 1882. Op 3 oktober 1882 beviel zijn echtgenote in de Milisstraat in Antwerpen van hun eerste kind. De Mont was er eind september 1882 benoemd tot leraar Nederlands aan het Atheneum. Later ging hij daar ook lesgeven in de “Germaansche letteren” aan de Koninklijke Academie voor Schone kunsten (1886) en werd hij er benoemd tot conservator van het Museum voor Schone Kunsten (1904). In 1888 stichtte hij het tijdschrift Volkskunde dat nog altijd wordt uitgegeven. In 1905 was hij een van de stichters van het tijdschrift De Vlaamse Gids. In 1919 nam hij ontslag als conservator nadat hij in de pers beschuldigd was van activisme. Hij werd hoofdredacteur van de Vlaamsgezinde krant De Schelde. Enkelen van zijn medewerkers daar waren Paul van Ostaijen en Alice Nahon. Hij publiceerde verschillende poëziebundels, maar ook volksvertelsels en wondersprookjes en biografieën van Vlaamse kunstenaars. Als dichter en criticus, voordrachtgever en politicus heeft deze leraar een bijzonder groot publiek bereikt tot in Frankrijk en Duitsland. Hij is betrokken geraakt in alle toenmalige discussies omtrent taal en identiteit. Door zijn sterk gevoel voor de zich vrij ontwikkelende orale cultuur was hij, aansluitend bij August Gittée, ook één van de grondleggers van de volkskunde.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Gilde van Sinte Luitgaarde; Rond den Heerd
Bronnen https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/de-mont-pol
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamLuppens, Pieter; Em. Wolfs; Luppens, Petrus
Datums° Mollem, 30/09/1852 - ✝ Mollem, 20/10/1879
GeslachtMannelijk
Beroeppriester
BioPetrus Luppens werd geboren op 30 september 1852 in Mollem als zoon van landbouwer Judocus Luppens en landbouwster Joanna Catharina Van Cauwenbergh. Hij studeerde aan het kleinseminarie van Mechelen, dat in de jaren 1870 een voedingsbodem vormde voor de katholieke Vlaamse studentenbeweging. In mei 1875 nam hij, samen met Jakob Muyldermans, het initiatief om een Vlaamsgezinde leerlingenvereniging op te richten, die de naam ‘De Jonge Taalvrienden’ kreeg. Vervolgens werd hij student aan het grootseminarie Mechelen vanaf 2 oktober 1875. In 1877 en 1879 gaf hij met ‘De Jonge Taalvrienden’ twee bundels van "Onze Dageraad" uit, waaraan ook Guido Gezelle meewerkte. In kader van deze medewerking correspondeerde hij met Gezelle. Hij publiceerde zelf in de bundels onder het pseudoniem Em. Wolfs. Op 21 september 1878 werd hij tot priester gewijd. Vanaf 1 oktober 1878 studeerde hij theologie aan de Katholieke Universiteit Leuven. Hij overleed op 20 oktober 1879 in het klooster van Mollem.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde; studentenbeweging
BronnenFamilysearch: geboorte- en overlijdensakte; https://encyclopedievlaamsebeweging.be/nl/klein-seminarie-van-mechelen
NaamSnieders, August
Datums° Bladel, 08/05/1825 - ✝ Borgerhout, 19/11/1904
GeslachtMannelijk
Beroepjournalist; schrijver
BioAugust Snieders was de jongere broer van romancier en verteller Jan Renier Snieders. Als jongeman was hij aanvankelijk letterzetter in ’s Hertogenbosch en in Antwerpen. Vanaf 1845 werd hij redacteur en nadien, vanaf 1849, hoofdredacteur van "Het Handelsblad" te Antwerpen, dat hij tot een van de voornaamste kranten in Vlaanderen maakte. Hij was ook medeoprichter van het tijdschrift "Noord en Zuid" (1862-1869) en stichtte in 1869 de "Belgische Illustratie", een Vlaams geïllustreerd weekblad waarvan hij tot 1884 hoofdredacteur bleef. Op latere leeftijd begon hij ook romans, verhalen en schetsen (Sniderieën) te schrijven in de traditie van Conscience, maar met meer humor en ironie. Sedert 1862 was hij lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden en vanaf 10 mei 1886 buitenlands erelid van de Académie Royale. In dat jaar was hij ook voorzitter van het Davidsfonds in Antwerpen en werd hij op 8 juli door de koning benoemd als lid van de Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde in Gent.
Links[wikipedia], [dbnl]
NaamDu Moulin, Edmondus Ferdinandus Ludovicus
Datums° Meerhout, 17/11/1853 - ✝ Herentals, 09/11/1885
GeslachtMannelijk
Beroepdrukker; uitgever
BioEdmondus Ferdinandus Ludovicus Du Moulin werd geboren op 17 november 1853 te Meerhout als zoon van Vincentius Josephus Du Moulin en Clara de Marrée. Na het overlijden van zijn vader in 1875 nam hij de uitgave over van het "Katholiek Weekblad voor Herentals en Omstreken, het Kempenland". Daarnaast gaf hij de bundels "Onze Dageraad" uit voor de studenten van de Jonge Taalvrienden. Op 22 november 1881 trad hij te Herentals in het huwelijk met Marie Helsen. Hij overleed op 9 november 1885 te Herentals.
BronnenGeneanet

Naam - plaats

NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamMechelen
GemeenteMechelen

Naam - instituut/vereniging

NaamGrootseminarie Mechelen
BeschrijvingHet Grootseminarie Mechelen werd in 1595 opgericht door aartsbisschop Mathias Hovius in het voormalige Standonckcollege, naar aanleiding van het Concilie van Trente. In 1746 begon de bouw van een nieuw seminarie. Doorheen de jaren kende het seminarie verschillende periodes van sluiting en heropening, onder meer tijdens het bewind van Jozef II en de Franse Revolutie. In 1830 kon de priesteropleiding definitief herstarten. Gedurende de 20e eeuw werden seminaristen onder meer getraind voor militaire dienst en vonden er meerdere herstructureringen plaats. In 1970 werd het Grootseminarie van Mechelen gesloten en verhuisden de opleidingen naar Leuven en later ook naar Brussel. In 1995 werd het seminarie tijdelijk heropend als Theologicum, maar door een gebrek aan seminaristen werd het in 2006 volledig geïntegreerd in het Johannes XXIII-seminarie te Leuven.
Datering1595-2006
Links[odis], [wikipedia]
NaamDe Jonge Taalvrienden
BeschrijvingDe Jonge Taalvrienden was een Vlaamsgezinde scholierenvereniging die in mei 1875 werd opgericht in het kleinseminarie van Mechelen door Pieter Luppens en Jakob Muyldermans. De vereniging bouwde voort op een bestaande traditie van literaire activiteit en kreeg inhoudelijk begeleiding van een oud-leraar van Muyldermans, Jan Bols. De vereniging zou nauwe contacten hebben gehad met andere West- en Oost-Vlaamse studentenkringen en speelde een verbindende rol tussen Vlaamsgezinde katholieke jongeren in verschillende regio’s. Ook gaven ze onder meer het studentenblad "Onze Dageraad" uit, dat in 1876 verscheen. Ook Guido Gezelle ondersteunde het initiatief en publiceerde gedichten in "Onze Dageraad". Na het wegvallen van de "Vlaamsche Studentenbond" sinds 1879 werd de Mechelse ge­westbond de uitvalsbasis van de continuering en verdere opbloei van de Vlaamsgezinde scholierenwerking in het aartsbisdom Mechelen tot de vereniging zelf omstreeks 1880 verdween.
Datering1875-ca. 1880

Titel - gedicht van Guido Gezelle

TitelGroeninghe
PublicatieLiederen, Eerdichten et Reliqua (Verzameld dichtwerk, deel II), p. 299

Titel - ander werk

TitelOnze Dageraad. Letterkundige bijdragen uitgegeven door "De jonge taalvrienden"
Datum1877; 1879
PlaatsHerentals
UitgeverV.J. Du Moulin
Links[odis]

Titelxx/07/1876, Mechelen, Pieter Luppens aan Guido Gezelle
EditeurFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenFrederic Vandeputte; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Luppens Pieter aan Gezelle Guido, Mechelen (Mechelen), xx/07/1876. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderLuppens, Pieter
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatumxx/07/1876
VerzendingsplaatsMechelen (Mechelen)
Gepubliceerd inLiederen, eerdichten et reliqua, p.195 (citaat)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 dubbel vel, 207 mm x 133 mm
papier, wit, vierkant geruit
papiersoort: 3 zijden beschreven; zijde 1 met adres, inkt
Staat volledig
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5073
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11379
Inhoud
IncipitInnig ben ik getroffen geweest toen
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.