Zoo gij weet, wij beschrijven tegen 1° Oegst aanstaande. Verleden jaar hebt gij beloofd te komen spreken, en op den laatsten oogenblik ons daar laten zitten.[1] Men heeft dit kwalijk uitgeleid, en beginnen spreken van twee partie'n onder de Wvlamingen. Indien gij nu niet en komt, en niet en spreekt, 't zal gedaan zijn - en de scheuring, onder 't werken van eenigen die u niet en verstaan, - zal onze zake - uw werk - doen vallen.
Ik hope dan dat gij mij met terugkerende post, - zoop2dit u eenigszins mogelijk is, - mij uwe antwoorde zult laten geworden, waarin ik zou verlangen te vinden waarover gij zult spreken. Indien ik mocht iets opgeven, 'k zou u vragen van de aanspraak ter opening van den zitdag te houden, en eens op uwe wijze uiteen te doen 't gene Flamen verleden jaar deed, al sluiten: "Koenheid en Werkzaamheid" Wie mag er daar meer van spreken als gij die begost hebt en heel de beweging hebt voortgebracht? Onze werkende leden werken al veel tep3weinig: gij behoort het hun te zeggen; vele handen maken ligt werk. -
Hoevele is "Ten Kate, Aenleiding tot de kennisse van het verhevene deel der nederduitsche sprake wel weerd? 2 vol. 4° Amsterd. 1723. Ik vinde dien boek in een "catalogue" en begeer hem te koopen. -
Lodew. De Koninck heeft zijn ontslag gegeven van hulponderwijzer - en nu staat hij zonder brood!







