<Resultaat 534 van 2965

>

p1+
Mon cher Monsieur,

Vous trouverez au verso de la présente les renseignements que vous me demandez au sujet du Révérend Père De Foordt.[1]

Mr Duclos m’a communiqué le passage de votre lettre relatif à R.d.H.[2] vous paraissez ne pas avoir compris le cher collègue. Ce que Mr Duclos demande, d’accord avec moi, c’est que vous renonciez purement et simplement à tout droit quelconque, que vous pourriez avoir conservé sur R.d.H. J’ose vous prier en conséquence de bien vouloir signer le petit acte ci-inclus, et de me le retourner.

Vous savez mon, cher Monsieur, dans quel état se trouvaient les finances de R.d.H., lorsque vous nous avez confié l’oeuvre, vers la fin de 1870. Il n’y avait pas un liard en caisse[3] et il s’agissait, dès le lendemain, de faire honneur à une note de Mr Gailliard. L’oeuvre se trouvait en outre en face de deux créances, dont une de 200 fr. au profit de Mr Delescluze,[4] et une autre de 200 fr., au profit de Mr Weale.

Le registre aux abonnements était dans un désordre complet si bien qu’il a fallu plus d’une année d’efforts et de recherches pourp2tirer les choses au clair.

A l’heure qu’il est, toutes les dettes sont payées, et la créance Weale est effacée. Pour obtenir ce résultat, il a fallu sonner à bien des portes et se donner un mal incroyable, car vous savez, mieux que personne, que les cotisations des abonnés suffisent, à grand’peine, à couvrir les frais d’impression et de gravure.

L’oeuvre, grâce aux efforts et à la persévérance héroïques de Mr Duclos, est en pleine voie de prospérité. Ce n’est pas à dire qu’il s’agisse de partager des bénéfices; des améliorations importantes ont été apportées au côté matériel de la feuille, et, tandis que tout renchérit, le prix d’abonnement reste stationnaire. Aussi sommes-nous heureux de pouvoir nouer ensemble les deux bouts de l’année, estimant, avec St François de Sales, que “ne rien devoir, est une grande richesse.” R.d.H. a été dès l’origine, pas n’est besoin de vous le dire, c’est encore aujourd’hui et ce sera toujours une oeuvre de pur dévouement.

Les considérants, que je viens de développer, vous diront si nous avons quelque droit au service réclamé de vous, et dont l’unique but est la consolidation de l’oeuvre, qui vous doit son existence.

Il va de soi, mon cher Monsieur, que les livres qui vous appartiennent, vous seront scrupuleusement rendus; Mr Duclos en a dressé la liste,[5] que vousp3trouverez jointe à la présente.

Retournez-moi, s’il vous plaît, dûment signé, l’acte en question, et agréez la nouvelle assurance de mon affectueux dévouement.
Tout vôtre,
Ernest Rembry
p4

Grimm. Rechtalterthümer, 1 vol

– Mythologie – 2 ?

- Etymologisch Woordenboek

Terwen

Verzameling Islandsche boeken

Dietsche Warande (onvolledig)

Gedichten Frans De Cort.[6]

Serrure. Vaderlandsch Museum (onvol.)

Idioticon Hamburgensis

Hones popular Works.[7]

Simrock. Deutsche Volkslieder.

Hoboken, dr Kuyl.

Biblia Hebraïca

The Lamp, 2 vol.

English Woman in America

Schlegel’s philosophy of history.

zijn er nog andere?

Noten

[1] In een brief van Guido Gezelle aan Adolf Duclos van 13/02/1874 schrijft Gezelle dat hij bezig is met onderzoek naar de geschiedenis van de Kortrijkse Armkamer, wat veel werk vraagt. Hij vraagt Duclos o.m. om informatie over pater “D. P. Dufoordt”, de procurator van de Augustijnen in Brugge, die in maart 1784 in Kortrijk een preek hield voor de Armkamer. Gezelle wil weten waar en wanneer pater De foordt geboren en overleden is en vraagt aan Duclos of hij dit kan navragen bij Ernest Rembry. De Kortrijkse Armkamer, voorloper van het OCMW, werd op 9 december 1774 gesticht. Op 1 maart 1874 werd het honderdjarig jubileum gevierd. Guido Gezelle was door burgemeester Henri Nolf gevraagd om de geschiedenis te schrijven. Die is niet verschenen.
[2] In 1865 richt Guido Gezelle samen met James Weale het West-Vlaamse weekblad Rond den Heerd op. Na enkele maanden komt er een einde aan hun samenwerking, en in 1871 draagt Gezelle, om gezondheidsredenen, de redactie over aan Adolf Duclos. Wanneer Duclos in 1874 de Gilde van Sinte Luitgaarde wil oprichten, verzoekt hij Gezelle om een verklaring te ondertekenen waarin hij afstand doet van alle rechten op Rond den Heerd. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.188-189).
[3] Toen Adolf Duclos de leiding over Rond den Heerd op zich nam, verkeerde de financiële situatie in een zorgwekkende toestand. Guido Gezelle zelf had hier veel zorgen over gehad. Duclos zou echter orde op zaken stellen. Vanaf 1872-73 zou hij werken aan de oprichting van een steunfonds en al snel financiële ondersteuning ontvangen van zowel de Staat als de Provincie. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.189-190).
[4] Voor Delescluze bestemd is vermoedelijk de brief van Gezelle van 11/06/1870 die betrekking heeft op die schuld: “Gij hebt, dat wete ik, eene schulderkentenisse onder de hand geteekend Weale. en die hij u persoonlijk schuldig is; hij is tegen alle recht en overeenkomste uitgescheid en heeft mij de 200 fr. in rekeninge gebracht. Hoe die zake staat zou hij u best kunnen zeggen; in allen gevalle en weiger ik geenszins 't geen gij vraagt, te weten indien 't na onderzoek recht en goed bevonden wordt.’ (Jub., R.K.J., p. 263).” (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p. 190-191).
[5] In de brief van 19/02/1874 van A. Duclos aan G. Gezelle belooft hij de boeken aan Gezelle terug te bezorgen. De door hem opgesomde lijst blijkt echter onvolledig vergeleken met die in Rembry's brief. Zo ontbreken titels als Serrure, Vaderlandsch Museum, Hones Popular Works, Hoboken Dr. Kuyl en Biblia Hebraica. (C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p. 191-192).
[6] Het is onduidelijk over welke bundel(s) het precies gaat. Op 21 oktober 1862 schrijft Guido Gezelle aan Frans De Cort dat hij diens tweede reeks Liederen heeft gelezen (Antwerpen 1857). Enkele weken later, op 2 december 1862, stuurde De Cort zijn vertaling van De schoonste liederen van Robert Burns (uit het Schots vertaald, Brussel, 1862) naar Gezelle, gevolgd op 28 december 1866 door de bundel Zingzang.
[7] Verschillende edities verschenen vanaf 1832 onder de titel The Year book of daily recreation and information (William Tegg), o.m. in 1866.

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefschrijver

NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Naam - persoon

NaamDe Cort, Frans
Datums° Antwerpen, 21/06/1834 - ✝ Elsene, 18/01/1878
GeslachtMannelijk
Beroepdichter; publicist; ambtenaar; bibliothecaris
BioFrans De Cort volgde middelbaar onderwijs aan het atheneum te Antwerpen en werkte een korte tijd op een handelskantoor. Na een loopbaan als journalist ("De Grondwet" 1857-1858, "De Schelde" 1858) werkte hij in 1860 bij een Antwerpse stoomvaartmaatschappij. Hij verhuisde naar Brussel en werd er in 1861 secretaris van de auditeur-generaal bij de militaire rechtbank. In hetzelfde jaar werd hij de hoofdredacteur van "De Toekomst", een tijdschrift voor onder meer opvoeding, onderwijs en taal- en letterkunde, waar hij in die functie bleef werken tot in 1875. Hij was medeoprichter van het "Nederduitsch Maandschrift" (1862-1863), het tijdschrift waarin Heremans in 1862 de poëzie van Gezelle als on-Nederlands en provincialistisch afkraakte. Als overtuigd liberaal flamingant schreef De Cort strijdbare gedichten, liederen en gevoelige genrestukjes. Hij vertaalde de liederen van Robert Burns en de oden van Horatius.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Bronnen https://nevb.be/wiki/De_Cort,_Frans
NaamDuclos, Adolf Juliaan
Datums° Brugge, 30/08/1841 - ✝ Brugge, 06/03/1925
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; pastoor; kanunnik, ere-kanunnik, leraar; historicus; auteur, redacteur; diocesaan inspecteur
BioAdolf Duclos, zoon van Desiderius Duclos, apotheker en een van de stichters van de katholieke partij in 1860, en Hortencia Bogaert, wier vader en grootvader de stichters waren van de 'Gazette van Brugge', werd geboren in de Kuipersstraat te Brugge. Hij liep school in het atheneum te Brugge, het college te Ieper en het Brugse Sint-Lodewijkscollege. In oktober 1860 ging hij naar het kleinseminarie in Roeselare (filosofie 1861), en volgde een jaar later een priesteropleiding aan het grootseminarie in Brugge. Daar ontmoette hij Guido Gezelle. Hij ontving zijn priesterwijding te Brugge op 10/06/1865 van Mgr. Faict. Hij ging lesgeven aan het college van Torhout (17/09/1865), en werd vanaf 1868 ondersecretaris en bewaarder van de relikwieën in het bisdom. In 1871 volgde hij Guido Gezelle op als redacteur van het tijdschrift Rond den Heerd. In 1874 was hij stichtend voorzitter van de Gilde van Sinte-Luitgaarde. In 1875 was hij ook betrokken bij de stichting van het Brugse Davidsfonds. Belangrijk was ook zijn betrokkenheid als bestuurslid en voorzitter van de Société Archéologique de Bruges, de voorloper van het Brugse Gruuthusemuseum. Hij was ook de auteur van historische werken en actief bij de organisatie van Brugse stoeten en processies. Vervolgens werd hij erekanunnik van de Brugse kathedraal (29/08/1884), pastoor in Pervijze (25/11/1889) en pastoor in Ieper (21/07/1897). Op 20 mei 1903 keerde hij naar Brugge terug als kanunnik van de Brugse kathedraal. Op 13 december 1910 werd hij diocesaan inspecteur van de bisschoppelijke colleges, en was ten slotte werkzaam als kanunnik-cantor (13/12/1911).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; medewerker en uitgever van Rond den Heerd; Gilde van Sinte-Luitgaarde; oud-leerling kleinseminarie Roeselare
NaamGailliard, Edward Louis
Datums° Brugge, 04/07/1841 - ✝ Brugge, 29/07/1922
GeslachtMannelijk
Beroepboekhandelaar-uitgever; archivaris; historicus; taalkundige
BioGailliard ging naar het Sint-Lodewijkscollege (Brugge) en het kleinseminarie te Roeselare, waar hij les kreeg van Guido Gezelle. Toen zijn vader in 1864 stierf, nam hij diens drukkerij-boekbinderij over. Bij hem verschenen Rond den Heerd, La Flandre, De Halletoren en vele andere tijdschriften en boeken. Hij schreef samen met Gilliodts een Table analytique en een Glossaire Flamand. In december 1884 werd hij rijksarchivaris te Brugge. Hij was stichtend lid van de Koninklijke Academie voor Vlaamse Taal- en Letterkunde (08/07/1886) en secretaris van haar Bestendige Commissie voor Middelnederlandse Letterkunde. Van 1894 tot 1905 werkte hij aan De Keure van Hazebroek (5 delen).
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellezanter (WDT); correspondent; lid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde; oud-leerling van Gezelle; uitgever van Rond den Heerd
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamRembry, Ernest
Datums° Moorsele, 22/01/1835 - ✝ Brugge, 14/05/1907
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; onderpastoor; ondersecretaris; secretaris; vicaris-generaal; historicus
BioErnest Rembry, zoon van Jean-Aimé Rembry, geneesheer, en Clementine-Amande Delva, studeerde aan het college te Menen en kerkelijk recht te Leuven waar hij op 11/07/1859 zijn baccalaureaat behaalde. Hij werd op 29/05/1858 tot priester gewijd. Op 09/07/1859 werd hij onderpastoor van Sint-Gillis te Brugge. Hij schreef een geschiedenis van de Sint-Gilliskerk, van haar pastoors en van alle gebeurtenissen en belangrijke personen op deze parochie, door de eeuwen heen. Hij werd op 02/01/1862 ondersecretaris van het bisdom Brugge, op 24/11/1873 erekanunnik en op 29/08/1884 secretaris en officiaal. Op 20/04/1885 werd hij titulair kanunnik en op 31/05/1894 vicaris-generaal. Hoe hoger hij steeg in aanzien en vertrouwen bij de kerkelijke overheid, hoe meer hij ook Gezelle kon helpen. Hij was betrokken bij de stichting van het tijdschrift 'Rond den Heerd' en hij publiceerde ook in het tijdschrift 'Biekorf'. Hij las zijn laatste mis in de Sint-Jacobskerk op 9 mei 1904 om enkele dagen later te sterven.
Links[odis], [wikipedia]
Relatie tot Gezellecorrespondent; lid van de Gilde van Sinte-Luitgaarde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Caroline Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899, Gent, 1987 (Gentse bijdragen tot de literatuurstudie, nr. 10).
NaamWeale, William Henry James; Francis Mary of the Angels
Datums° St. Marylebone, Londen, 08/03/1832 - ✝ Clapham, Londen, 26/04/1917
GeslachtMannelijk
Beroepkunsthistoricus; conservator; auteur
VerblijfplaatsEngeland
BioWilliam Henry James Weale werd in London geboren op 8 maart 1832 als zoon van James Weale en Susan De Vesien. Hij studeerde Grieks, Hebreeuws, geschiedenis en theologie aan King's College, Londen (1843-1848). Hij kwam in contact met Frederick Oakeley, kapelaan van St. George's Southwark en bekeerde zich onder zijn impuls op 09/02/1849 tot de Rooms-Katholieke Kerk. Oakeley werd pastoor te St. John, Islington en deed een beroep op James om een kloostergemeenschap te stichten. Weale was toen brother Francis Mary of the Angels. Met een groepje bekeerlingen kwam hij voor de eerste keer naar Brugge voor de bisschopswijding van Mgr. Malou. Hij reisde doorheen België. Vervolgens was hij een korte tijd ambtenaar. Hij gaf daarna les aan een Katholieke armenschool voor Ierse kinderen verbonden aan de kerk van St. Johannes de Evangelist in Duncan Terrace. Daar werd hij op heterdaad betrapt door getuigen terwijl hij een jongen met een lineaal mishandelde. De jongen was ondertussen bewusteloos. Weale gaf toe dat hij een opvliegend karakter had. Voor het ernstig afranselen van die zesjarige leerling John Farrell, werd hij veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden. Hij vertrok op een lange reis door Europa waardoor zijn interesse voor de middeleeuwen en kunst werd opgewekt. Op 30/08/1854 huwde hij met Helena Amelia Walton. Ze kregen 11 kinderen. In december 1854 kwam hij naar Brugge, waar hij zich in 1857 definitief vestigde. Hij maakte kennis met de gebroeders Bethune, de architect Brangwyn en King, belangrijke vertegenwoordigers van de christelijke kunst en bouwstijl in Vlaanderen. Weale bestudeerde de kunst en de liturgie van de middeleeuwen. Hij ontdekte verloren kunstwerken en identificeerde schilders. Hij was lid van de Commission royale d'art et d'archéologie (1860) en briefwisselend lid van de Belgische Koninklijke Commissie voor monumenten (1861). In 1863 was hij ook de stichter van de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas die de studie van de oude christelijke kunst ging stimuleren. Hij was ook medestichter en de eerste conservator van de Société Archéologique. Deze vereniging richtte het eerste historische museum van Brugge op, de voorloper van het huidige Gruuthusemuseum. Samen met Gezelle stichtte hij 'Rond den Heerd' (1865) maar zette de samenwerking stop op 26/05/1866. Hij schreef talrijke artikels en bijdragen tegen betaling. In 1863 ging hij als vertegenwoordiger werken voor de firma Chance Brothers Glass Works in Birmingham. Hij leverde o.m. glas aan Jean Bethune en Samuel Coucke. In 1872 werd hij verbonden aan het South-Kensington Museum en belast met het catalogiseren van Nederlandse kunstvoorwerpen. Op 03/08/1878 verliet hij Brugge en vestigde zich te Clapham, Londen. Hij importeerde er o.m. liturgische boeken voor de uitgevers Desclée de Brouwer (1883-1885). In 1890 werd hij conservator van de National Art Library in South-Kensington maar werd in 1897 tot ontslag gedwongen. In 1899 organiseerde hij in de New Gallery te Londen een tentoonstelling over de Vlaamse Primitieven, gevolgd door een grote tentoonstelling in Brugge in 1902. Enkele belangrijke werken: 'Guide book for Belgium', 'Aix-la-Chapelle and Cologne' (1858), 'Bruges et ses environs' (1862), 'Hans Memlinc' (1865), 'Bibliographia Liturgica' (1886), 'Analecta Liturgica' (1889), 'Bookbindings in the National Art Gallery' (1898), 'Hubert and John van Eyck' (1908).
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; vriend; Rond den Heerd; buitenlands erelid van de Koninklijke Vlaamsche Academie voor Taal- en Letterkunde
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III; Karen Ellis Rees, William Weale, Brother Francis and the Bad Boy. Op: London Overlooked. True Stories from the Old Smoke: https://london-overlooked.com/weale/
NaamFranciscus van Sales
Datums° Sales, 21/08/1567 - ✝ Lyon, 28/12/1622
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; geestelijke; schrijver; bisschop; heilige; ordestichter; mysticus
VerblijfplaatsFrankrijk
BioFranciscus van Sales werd geboren op het kasteel Sales bij Thorens op 21 augustus 1567 uit een adellijke familie. Hij liep school in Annecy en nam, na universitaire studies in o.m. Padua en Parijs, de beslissing om priester te worden. In 1593 werd hij proost van het kapittel van Genève. Hij werd er bisschop in 1602 en raakte bekend om zijn preken en publicaties, o.m. zijn "Introduction à la vie dévote" (1608) dat in vele talen werd vertaald. Hij stichtte ook in 1610 de vrouwelijke orde van Maria Visitatie (visitandinnen). Hij overleed in Lyon op 28 december 1622. Franciscus van Sales werd heilig verklaard in 1665 en in 1877 door paus Pius IX tot kerkleraar uitgeroepen. De Salesianen zijn naar hem genoemd.
Links[wikipedia]
NaamDelescluze, Gustave Léon Marie; Uptophanes
Datums° Brugge, 17/08/1842 - ✝ Kortrijk, 13/09/1918
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; coadjutor; onderpastoor; pastoor; proost; auteur; musicoloog; kunstkenner
BioGustave Delescluze werd geboren op 17 augustus 1842 in Brugge als zoon van Ludovicus Delescluze, handelaar en gemeenteraadslid, en Anna Van Troostenberghe. Hij doorliep de schooljaren aan het St.-Lodewijkscollege (retorica 1860) en was een klasgenoot van Adolf Duclos. Na de humaniora ging hij in Leuven Natuurwetenschappen studeren, met Gustaaf Verriest als medestudent. Hij stopte hiermee en trad binnen in het Grootseminarie. Hij werd op 6 juni 1868 priester gewijd in Brugge. Zijn priesterloopbaan begon als coadjutor in de Sint-Willemskerk te Wilskerke op 25 augustus 1868. Vervolgens werd hij op 5 juni 1869 onderpastoor in de Sint-Maartenskerk te Oekene, en vanaf 23 september 1885 bekleedde hij dezelfde functie in de Sint-Medaarskerk te Wijtschate. Op 28 juni 1895 werd hij benoemd tot proost van de Kleppekapel in Dadizele. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij in 1914 door de Duitsers gemolesteerd en bracht hij de rest van zijn leven door in het rusthuis Carolus Borromeus te Kortrijk, waar hij op 14 september 1918 overleed. Naast zijn priesterlijke taken stond Delescluze bekend als musicoloog en kunstkenner.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent (?)
BronnenH. Verriest, Twintig Vlaamsche koppen, deel 1, p. 75-89
NaamDe Foordt, Dominicus
Datums° Menen, 23/08/1735 - ✝ Brugge, 02/11/1800
GeslachtMannelijk
Beroepprior; prefect; procurator
BioDominicus De Foordt werd geboren te Menen op 23 augustus 1735 als zoon van Joseph De Foordt en Marie De Brauwer. Hij trad binnen bij paters Augustijnen te Brugge, waar hij aangesteld werd er aangesteld als 'meester der latinsche scholen'. Later werd hij verkozen tot prefect, procurator en prior. Nadat zij in 1796 uit hun klooster gezet werden, trok Dominicus zich terug in de huizen van burgers, alwaar hij zijn werk als priester verderzette totdat hij stierf te Brugge op 2 november 1800. De Foordt werd begraven op de parochie van Sint-Gillis. Hij kwam ter sprake in het materiaal dat Guido Gezelle verzamelde voor een studie die hij wilde maken over de Kortrijkse Armkamer.
Bronnen https://nl.geneanet.org/; https://www.archiefbankbrugge.be/archiefbank; K. Rembry, De bekende pastors van Sint-Gillis te Brugge (1311-1896), met aanteekeningen over kerk en parochie. Brugge: De Scheemaecker-Van Windekens, 1890-96, p.269-270; C. Verstraeten, De briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899. Gent: Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.186-187
NaamTerwen, Johannes Leonardus
Datums° Dordrecht, 10/02/1813 - ✝ Gouda, 09/12/1873
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; auteur; vertaler
VerblijfplaatsNederland
BioJohannes Leonardus Terwen werd op 10 februari 1813 te Dordrecht geboren als zoon van Adriaan Terwel en Maria Weijmans. Hij was onderwijzer in Gouda en auteur van diverse boeken over o.a. de geschiedenis van Nederland. Hij overleed op 9 december 1873 in Gouda.
Links[wikipedia]
Bronnen http://www.biografischportaal.nl/persoon/92585073

Naam - plaats

NaamBrugge
GemeenteBrugge

Titel - werk van Guido Gezelle

TitelRond den Heerd. Een leer-en leesblad voor alle lieden.
Links[gezelle.be]

Titel - ander werk

TitelThe lamp of the sanctuary
Datum[s.d.]
PlaatsLondon
UitgeverRichardson and son
TitelDe schoonste liederen van Robert Burns uit het Schots
AuteurDe Cort, Frans
Datum1862
PlaatsBrussel
UitgeverTruyts
TitelDeutsche Rechts Alterthümer
AuteurGrimm, Jacob
Datum1828
PlaatsGöttingen
UitgeverDieterischen Buchhandlung
GGBGGB 0810
TitelIdioticon Hamburgense oder Wörter-Buch zur Erklärung der eigenen, in und um Hamburg gebrauchlichen Nieder-Sachsischen Mund-Art ...
AuteurRichey, Michael
Datum1755
PlaatsHamburg
UitgeverKönig
TitelThe philosophy of history in a course of lectures, delivered at Vienna, by Frederick von Schlegel. Translated from the German, ... with a memoir of the author
AuteurRobertson, James Burton
Datum1848
PlaatsLondon
UitgeverBohn
TitelVaderlandsch museum voor Nederduitsche letterkunde, oudheid en geschiedenis (periodiek)
AuteurSerrure, C.A.
Datum1855-1863
PlaatsGent
UitgeverAnnoot-Braeckman
TitelBiblia Hebraica secundum editiones Ios. Athiae, Ioannis Leusden, Io. Simonis aliorumque imprimis Everardi van der Hooght recensuit Augustus Hahn
AuteurVan der Hoogt, Everard
Datum1839
PlaatsLipsiae
UitgeverTauchnitz
TitelDeutsche Mythologie
AuteurGrimm, Jacob
Datum1835
PlaatsGöttingen
UitgeverDietrich
TitelDietsche Warande (periodiek)
AuteurAlberdingk Thijm, Jos.; Alberdingk Thijm, Paul
Datum1855-1874; 1886-1899
PlaatsAmsterdam; Gent
UitgeverVan Langenhuysen, C.L.; Leliaert
TitelEtymologisch Handwoordenboek der nederduitsche Taal, of Proeve van een Geregeld overzigt van de Afstamming der nederduitsche Woorden
AuteurTerwen, Johannes Leonardus
Datum1844
PlaatsGouda
UitgeverG.B. Van Goor
TitelDie deutschen Volkslieder
AuteurKarl Simrock
Datum1851
PlaatsFrankfurt am Main
UitgeverHeinrich Ludwig Brönner
TitelHoboken en zijn wonderdadig kruisbeeld alsmede een beschrijving van het voormalig klooster der PP. Birgittijnen
AuteurKuyl, Pieter Domien
Datum1866
PlaatsAntwerpen
UitgeverJ.E. Buschmann
TitelThe Englishwoman in America
AuteurBird (later Bishop), Isabella Lucy
Datum1856
PlaatsLonden
UitgeverJohn Murray
TitelHone's Popular works and everlasting calender
AuteurHone, William
Datum1826-1832
PlaatsLonden
UitgeverWilliam Tegg and Co
TitelZingzang
AuteurDe Cort, Frans
Datum1866
PlaatsBrussel
UitgeverJ. Nys
TitelLiederen. Tweede reeks.
AuteurDe Cort, Frans
Datum1859
PlaatsAntwerpen

Titel14/02/1874, Brugge, Ernest Rembry aan [Guido Gezelle]
EditeurRik Van Gorp; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2026
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenRik Van Gorp; Marc Carlier (research); Universiteit Antwerpen, Rembry Ernest aan Gezelle Guido, Brugge (Brugge), 14/02/1874. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2026 Available from World Wide Web: link .
VerzenderRembry, Ernest
Ontvanger[Gezelle, Guido]
Verzendingsdatum14/02/1874
VerzendingsplaatsBrugge (Brugge)
AnnotatieAdressaat gereconstrueerd op basis van toegevoegde notitie.
Gepubliceerd inDe briefwisseling tussen Guido Gezelle en Ernest Rembry 1872-1899 / door Caroline Verstraeten. - Gent : Cultureel Documentatiecentrum Rijksuniversiteit, 1987, p.36-38
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel; 1 dubbel vel, dubbel vel: 137 mm x 105 mm; enkel vel: 212 mm x 132 mm
papier, wit, vierkant geruit; bijlage:papier, wit
papiersoort: 4 zijden beschreven, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op zijde 1 links in de bovenrand: Aan G. Gezelle (inkt, hand P.A.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief4992
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.11310
Inhoud
IncipitVous trouverez au verso de la présente les ren-
Tekstsoortbrief
TalenFrans
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.