<Resultaat 673 van 2965

>

p1
Mijnheer Gezelle, onderpastoor, Kortrijk.

Ik heb u onze vraag voor zondag[1] doen vernieuwen en u Altmeyer’s boekwerkje op Poperinghe doen geworden met Mr Mulier.[2]

Wij verhopen dat gij ons de voldoening zult geven voor te samen met Mr Verriest tot Poperinghe toe te komen om 12 uren 25 min. Wij zullen de eer hebben u aan de statie te ontvangen.

Ik verzoek u nog te willen bij mij het noenmaal aenveerden, te samen met de leden van het voorloopig bestuur.[3]

In afwachting, Aanveerd, Mijnheer, de uitdrukking mijner diepste gevoelens van hoogachting en erkentenis.
L Vander Heyde
p2

Noten

[1] Op zondag 8 juni 1879 werd de Poperingse Davidsfondsafdeling feestelijk ingehuldigd. Guido Gezelle gaf er een lezing waarin hij hen opriep om de taal en cultuur te bestuderen en een museum op te richten. Ook Adolf Verriest sprak er.
[2] Waarschijnlijk heeft hij het over onderpastoor Adolf Mullie. Die was van Kortrijk afkomstig. Hij was oudleerling van Gezelle aan het kleinseminarie Roeselare. In het verslagboek van het Davidsfonds wordt zijn naam ook als Mullier gespeld.
[3] Het gaat om het voorlopig bestuur van de op 11 april 1879 opgerichte Davidsfondsafdeling in Poperinge. Bij de stichting waren de volgende personen betrokken: deken E. Huys, geneesheer L. Vander Heyde, apotheker S. Vandenberghe, onderpastoor A. Mullie, onderpastoor A. Vervaeke, onderpastoor B. Ide, prof. H. Schaloigne, prof. G. Carlier, brouwer F. Baeckeroot, prof. L. Van Dorpe, E. Van Merris, E. Van Wtberghe, K. De Bruyne, prof. J. Van den Weghe en L. Keukelinck. De formele verkiezing van het bestuur vond pas plaats op 27 juli 1879, een maand na de feestelijke inhuldiging van 8 juni.
heimen heinen(heliand) wam wanBreef (by misval) gehoord voor bleefrezen & lezen id. gehoordlane (de) soort van handborstel met twee drie reken hair Anseghem

Register

Correspondenten - personen

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Briefschrijver

NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4

Briefontvanger

NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]

Plaats van verzending

NaamPoperinge
GemeentePoperinge

Naam - persoon

NaamCarlier, Gustaaf Adolf
Datums° Roeselare, 24/07/1851 - ✝ Houtave, 14/08/1911
GeslachtMannelijk
Beroepleraar; onderpastoor; pastoor
BioGustaaf Carlier is geboren in Roeselare op 24 juli 1851 als zoon van koopman Theodorus Carlier en Anna Gombert. Hij werd op 22 mei 1875 tot priester gewijd te Brugge en begon zijn loopbaan als leraar aan het Sint-Stanislascollege in Poperinge (1875-1879). In Poperinge was hij betrokken bij de stichting van de lokale Davidsfondsafdeling. Daarna werd hij onderpastoor in Loppem (1879-1886) en Blankenberge (1886-1900). In juni 1887 was hij betrokken bij de oprichting van de Katholieke Burgerskring van Blankenberge. Vanaf 1900 was hij pastoor van de Sint-Baafsparochie in Houtave, waar hij bleef tot zijn overlijden op 14 augustus 1911.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent
NaamGezelle, Guido; Loquela; Spoker; Gonsalvo Megliori
Datums° Brugge, 01/05/1830 - ✝ Brugge, 27/11/1899
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; dichter; taalgeleerde; vertaler; publicist
BioGuido Gezelle werd geboren in Brugge. Na zijn collegejaren en priesterstudies (priesterwijding te Brugge op 10/06/1854), werd hij in 1854 leraar aan het kleinseminarie te Roeselare. Gezelle gaf er onder meer talen, begeleidde de vrij uitgebreide kolonie buitenlandse leerlingen, vooral Engelsen, en kreeg tijdens twee schooljaren (1857-1859) een opdracht als leraar in de poësis. In 1865 werd Gezelle onderpastoor van de St.-Walburgaparochie te Brugge. Naast zijn druk pastoraal werk was hij bijzonder actief in het katholieke ultramontaanse persoffensief tegen de secularisering van het openbare leven in België en als vulgarisator in het culturele weekblad Rond den Heerd. In 1872 werd Gezelle overgeplaatst naar de O.-L.-Vrouwparochie te Kortrijk. Gedragen door een sympathiserende vriendenkring werd hij er de gelegenheidsdichter bij uitstek. Gaandeweg keerde hij er ook terug naar zijn oorspronkelijke postromantische en religieus geïnspireerde interesse voor de volkstaal en de poëzie. De taalkundige studie resulteerde vooral in een lexicografische verzameling van niet opgetekende woorden uit de volkstaal (Gezelles ‘Woordentas’ en het tijdschrift Loquela, vanaf 1881), waarmee ook hij het Zuid-Nederlands verdedigde binnen de ontwikkeling van de gestandaardiseerde Nederlandse cultuurtaal. Die filologische bedrijvigheid leidde bij Gezelle uiteindelijk ook tot een vernieuwde aandacht voor zijn eigen creatief werk, zowel vertaling (Longfellows Hiawatha) als oorspronkelijke poëzie. In 1889 werd hij directeur van een kleine Franse zustergemeenschap die zich in Kortrijk vestigde. Hij was een tijdje ambteloos. Dit liet hem toe zich op zijn schrijf- en studiewerk te concentreren. Het resultaat was o. m. de publicatie van twee poëziebundels, Tijdkrans (1893) en Rijmsnoer (1897), die, vooral in het laatste geval, qua vormgeving en originaliteit superieur van gehalte zijn. Om die authentieke en originele lyriek werd hij door H. Verriest, P. de Mont en vooral door Van Nu en Straks als een voorloper van de moderne Nederlandse poëzie beschouwd. Ook later eerden Nederlandse dichters, zoals Paul van Ostaijen en recenter, Christine D’haen, Gezelle als de meest creatieve en vernieuwende Nederlandse dichter in Vlaanderen. In 1899 werd Gezelle naar Brugge teruggeroepen om zich te wijden aan de vertaling van een theologisch werk van zijn bisschop (Waffelaerts Meditationes Theologicae). Hij verbleef nu in het Engels Klooster van Kanonikessen, waar hij echter vrij vlug en onverwachts stierf op 27 november 1899. Hij liet nog een verzameling uitzonderlijke gedichten na die in 1901 postuum als zijn Laatste Verzen werden gepubliceerd.
Links[odis], [wikipedia], [dbnl]
NaamHuys, Edward Franciscus
Datums° Geluwe, 25/10/1822 - ✝ Poperinge, 31/03/1884
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; coadjutor; leraar; pastoor; pastoor-deken
BioEdward Huys, zoon van Carolus-Arsenius Huys, kleermaker, en Maria-Josephina-Seraphina Tybergheyn, ontving zijn priesterwijding te Brugge op 15/03/1851. Hij werd coadjutor te Ploegsteert op 26/03/1851. Vervolgens was hij werkzaam als leraar wijsbegeerte aan het kleinseminarie te Roeselare (09/10/1852 ) waar hij in 1860 directeur werd van de afdeling filosofie. Op 01/10/1861 werd hij leraar godgeleerdheid aan het grootseminarie van Brugge. Ten slotte werd hij pastoor te Roesbrugge (26/08/1870) en pastoor-deken te Poperinge (24/12/1873). Hij had contact met Gezelle als collega aan het Kleinseminarie te Roeselare en later te Poperinge naar aanleiding van de oprichting van het de lokale Davidsfondsafdeling.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge
BronnenB. De Leeuw, P. De Wilde, K. Verbeke, e.a., De briefwisseling van Guido Gezelle met de Engelsen. 1854-1899. Gent: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde, 1991, dl.III
NaamKeukelinck, Leopold
Datums° Moerkerke, 28/12/1850 - ✝ Kortrijk, 14/5/1905
GeslachtMannelijk
Beroeponderwijzer, directeur, schoolinspecteur
BioLeopold Keukelinck was geboren in Moerkerke op 28 december 1850. Hij studeerde voor onderwijzer aan de normaalschool van Torhout en deed vanaf 9 augustus 1871 zijn eerste werkervaring op in de gemeenteschool van Varsenaere. Op 17 februari 1873 werd hij overgeplaatst naar de gemeenteschool van Poperinge. Hij gaf er les aan de broederkensschool, die versmolt met de lokale gemeenteschool. In 1885 werd hij bestuurder van het lager onderwijs. Op 22 juli van hetzelfde jaar trouwde hij met Louisa Goetinck. Hij was nauw betrokken bij de lokale Davidsfondsafdeling en de katholieke kringen van Poperinge. In 1893 promoveerde hij tot kantonaal schoolopziener vanuit Kortrijk. Daar stierf hij op 14 mei 1906.
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
NaamVan Den Weghe, Joannes Ludovicus
Datums° Ledegem, 17/05/1848 - ✝ Houtem, 21/06/1906
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioJoannes Van Den Weghe, zoon van Josephus Martinus Van Den Weghe, herbergier en kolenhandelaar en Amelia Beatrix Bouckaert, ontving zijn priesterwijding in Brugge op 20/12/1873. Hij studeerde oudheid en letterkunde in Leuven. In oktober 1875 werd hij leraar aan het Sint-Lodewijkscollege te Brugge en in oktober 1877 leraar aan het college te Poperinge. Vervolgens was hij werkzaam als onderpastoor te Bellegem (29/08/1885) en als pastoor te Houtem (30/04/1895). In 1890 schreef Gezelle op zijn aanvraag het communiegedicht "Marietje, welk een dag is dit" voor zijn familielid Marie Van Den Weghe.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; aanvrager gelegenheidsgedicht; Davidsfonds Poperinge
NaamVander Heyde, Louis
Datums° Alveringem, 08/04/1841 - ✝ Poperinge, 29/04/1913
GeslachtMannelijk
Beroeparts
BioLouis Vander Heyde (of Vanderheyde) werd op 8 april 1841 geboren te Alveringem als zoon van brouwer Petrus Carolus Ludovicus Vanderheyde en Amelia Rosalia Demolder. Hij studeerde aan het kleinseminarie te Roeselare van 1856 tot 1861 en was er lid van Gezelles Confraternity. In 1868 kwam Louis als geneesheer naar Poperinge. Op 3 april 1869 huwde hij in Oudenburg met Maria Labrique (1849-1926), met wie hij 8 kinderen kreeg, van wie er twee jong stierven. Van 1879 tot 1907 was hij voorzitter van het Davidsfonds. In die functie was hij samen met Guido Gezelle initiatiefnemer voor de oprichting van een gedenkteken in neogotische stijl voor Leonard Lodewijk De Bo (1826-1885) en voor de feestelijke inwijding ervan op 28 september 1887. Sinds 1880 was hij tevens voorzitter van de Katholieke Kring van Poperinge. Hij stierf op 29 april 1913 en werd begraven op de gemeentelijke begraafplaats van Poperinge in een familiegraf waar zijn echtgenote en drie van zijn kinderen (Clemence, Elvire en Achille, priester van het bisdom Brugge) hun laatste rustplaats vonden. De Poperinghenaar van 4 mei 1913 vermeldt de strijd voor ‘onzer miskende moedertaal’, de principiële houding ‘Katholiek in alles, boven alles,’ naast de inzet voor de ware belangen van het volk van deze geëerde dokter."
Relatie tot Gezelledokter; oud-leerling kleinseminarie Roeselare; lid van Gezelles confraternity; Davidsfonds Poperinge
Bronnen https://historischekranten.be/issue/DPO/1913-05-04/edition/null/page/2?query=heyde&period=1913&sort=issuedate%20ascending; https://nl.geneanet.org; https://bel-memorial.org/books/gezondheidszorg_in_de_onbezette_Westhoek.pdf; J. de Mûelenaere, Over Gezelles Confraternity. in: Gezelliana: 5 (1874) 1-4
NaamVan Dorpe, Leo
Datums° Zevekote, 22/12/1851 - ✝ Rollegem-Kapelle, 17 januari 1908
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; leraar; onderpastoor; pastoor
BioLeo Van Dorpe was de zoon van Benedictus, bakker, en Marie-Thérèse Strubbe. Hij studeerde aan de normaalschool te Leuven in oktober 1875 en werd op 10 juni 1876 tot priester gewijd te Brugge. In oktober 1877 startte hij als leraar aan het college van Poperinge, op 20 februari 1883 als onderpastoor op de Sint-Gillisparochie te Brugge, op 27 september 1899 als pastoor te Wulveringem en op 17 februari 1905 als pastoor te Rollegem-Kapelle. Hij overleed er aan tyfus. Hij was medestichter van de Davidsfondsafdeling van Poperinge.
Links[odis]
Relatie tot Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge
NaamVerriest, Adolf
Datums° Deerlijk, 15/08/1830 - ✝ Kortrijk, 21/06/1891
GeslachtMannelijk
Beroepadvocaat; politicus; dichter; componist
BioAdolf Verriest werd geboren te Deerlijk op 15 augustus 1830 als zoon van Petrus-Johannes Verriest (1796-1871), koopman en armenmeester in Deerlijk. Hij was de oudere broer van Hugo Verriest en Gustaaf Verriest. Na de lagere school in Deerlijk liep hij college aan het kleinseminarie te Roeselare, waar hij een studiegenoot was van Guido Gezelle. Hij werd er de eerste voorzitter van de door Gezelle gestichte Lettergilde en zou voor het leven bevriend blijven met hem. Na zijn collegetijd volgde hij studies in de Letteren en de Rechten aan de Leuvense universiteit. In 1858 werd hij advocaat in Kortrijk en manifesteerde er zich als voorvechter van de volkstaal. Hij had er ook politieke ambities en werd er gemeenteraadslid van 1870 tot 1886 en schepen van 1886 tot aan zijn dood op 21 juni 1891. Hij was zeer actief in het Kortrijkse culturele leven in de jaren 1870 en 1880 (o.a. als voorzitter van het Davidsfonds en bestuurslid van de muziekschool). Hij was dichter en publicist (Gedichten en aanspraken. Kortrijk, 1893). Hij componeerde zelf liederen en vroeg Gezelle vaak om vertalingen van liederen. Gezelle schreef voor hem heel wat gelegenheidsgedichten waaronder: Adolf, mijn vriend, mijn advocaat. Gezelle was vriend aan huis en steunde Adolf met zijn politieke activiteiten.
Links[wikipedia], [dbnl]
Relatie tot Gezellecorrespondent; gelegenheidsgedichten
NaamIde, Baziel
Datums° Sint-Eloois-Vijve, 28/11/1839 - ✝ Moorsele, 17/02/1917
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; aalmoezenier; leraar; onderpastoor; pastoor
BioBaziel Ide, zoon van Ivo Ide, landbouwer, en Isabella Dewitte, werd op 23/06/1862 een jaar leraar en vervolgens subregent in het kleinseminarie te Roeselare. Hij werd tot priester gewijd te Brugge op 18/12/1862. Vervolgens was hij werkzaam als onderpastoor te Poperinge (29/10/1866), en als pastoor te Westouter (20/09/1882-10/10/1906). Hij was medestichter van de Davidsfondsafdeling van Poperinge. Op 28/09/1907 werd hij aalmoezenier van de zusters van het kind Jezus te Moorsele.
Links[odis]
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
NaamDe Bruyne, Karel
Datums° Watou, 09/08/1841 - ✝ Brussel, 10/12/1902
GeslachtMannelijk
Beroepauteur; onderwijzer; journalist
VerblijfplaatsCharles Amand
BioKarel Amand De Bruyne werd op 9 augustus 1841 geboren in Watou, als zoon van onderwijzer-koster Charles Bernard Debruyne (1788-1857) en Carolina Idonia Debruyne (1805–1897). In 1860 studeerde hij af aan de normaalschool van Torhout, waarna hij terugkeerde naar zijn geboortestreek om als onderwijzer aan de slag te gaan. Later maakte hij de overstap naar de journalistiek in Nederland en werd hij ambtenaar bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Openbaar Onderwijs. Op 8 februari 1900 trad hij in het huwelijk met Petronella Cornelia Klinkenberg te Hengelo. Enkele jaren later, op 10 december 1902, overleed hij in Brussel. De Bruyne stond bekend als Vlaamsgezind en werkte mee aan publicaties als "De Toekomst", "’t Belfort" en "Dietsche Warande en Belfort". In 1879 was hij betrokken bij de oprichting van de Poperingse Davidsfondsafdeling, waar hij de functie van bibliothecaris opnam. In 1886 schreef hij een reeks artikels om fondsen te werven voor een herdenkingsteken voor L.L. De Bo. Hoewel hij waardering had voor De Bo en diens "Idioticon", kantte hij zich tegen het taalparticularisme en pleitte hij voor de eenheidstaal. Zijn standpunten lokten West-Vlaamse reacties uit, onder meer van Juliaan Claerhout en Emiel Demonie. Hij is niet te verwarren met zijn gelijknamige vader, die hetzelfde beroep uitoefende. Die vervulde ook de rol van secretaris van de rhetoricavereniging 'Nuttig en aengenaem', maar overleed reeds in 1857.
Links[dbnl]
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
BronnenDWB 1902
NaamVan Wtberghe, Eduardus Edmondus
Datums° Poperinge, 10/02/1838 - ✝ Poperinge, 11/04/1905
GeslachtMannelijk
Beroephoedenmaker; secretaris; wijnhandelaar
BioEduardus Edmondus Van Wtberghe werd geboren als zoon van Carolus Ludovicus Franciscus Vanwtberghe, koopman in lijnwaden en hoedenmaker (Izegem, 1802 – Poperinge, 1855), en Amelia Vandermeersch (Izegem, 1798 – Poperinge, 1851). Hij was de broer van Franciscus Augustus en bleef vrijgezel. Net als zijn broer was hij eveneens hoedenmaker, maar ook secretaris van de Burgerlijke Godshuizen te Poperinge. Later werd hij wijnkoopman in de Boescheepstraat te Poperinge.
Relatie tot Gezellecorrespondent; Davidsfonds Poperinge
NaamVervaeke, Aloysius-Carolus
Datums° Desselgem, 30/10/1851 - ✝ Poperinge, 31/03/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; principaal; schoolopziener
BioAloysius Carlus Vervaeke was afkomstig uit Desselgem. Na zijn priesterwijding op 18 december 1875 en hogere studies Godgeleerdheid werd hij onderpastoor op de Onze Lieve Vrouwparochie te Poperinge op 21 september 1878 om twee jaar later aangesteld te worden als onderpastoor op St.-Bertinus in dezelfde gemeente (27/12/1880). Op 21 september 1883 werd hij principaal van het Sint-Stanislascollege te Poperinge. Tegelijk werd hij in die periode directeur van de Zusters Paulinen. In 1906 werd hij diocesaan inspecteur tot zijn dood in 1914. Hij was medestichter van de Davidsfondsafdeling van Poperinge en stond niet rechtstreeks in contact met Gezelle, maar was mee betrokken bij het praalgraf van L.L. De Bo.
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
NaamMullie, Adolf
Datums° Kortrijk, 14/12/1839 - ✝ Wervik, 22/09/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; coadjutor; onderpastoor; pastoor
BioAdolf Mullie werd geboren in Kortrijk op 14 december 1839 als zoon van handelaar Pierre Mullie en Apolline Truffaut. Hij volgde les aan het kleinseminarie Roeselare, waar hij leerling was van Guido Gezelle. Hij werd op 19 december 1863 priester gewijd in Brugge en begon zijn geestelijke loopbaan als coadjutor in Gullegem (mei 1864), Veurne (augustus 1864) en Passendale (december 1864). Op 22 februari 1865 werd hij onderpastoor in de Onze-Lieve-Vrouwekerk van Poperinge en later in de Sint-Bertinuskerk (1876). Hij was er medestichter van de lokale Davidsfondsafdeling in 1879. In 1880 werd hij pastoor in Houtem en vanaf 1886 in Wervik, waar hij tot zijn overlijden op 22 september 1914 dienst bleef doen. Zijn uitvaart vond plaats in de Sint-Medarduskerk op 28 september 1914.
Links[odis]
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
NaamVandenberghe, Stanislas Aloïsius Cornelis
Datums° Poperinge, 29/04/1839 - ✝ Poperinge, 18/09/1920
GeslachtMannelijk
Beroepapotheker
BioStanislas Aloïsius Cornelis Vandenberghe werd geboren in Poperinge op 29 april 1839 als zoon van Philippe Jacques Vandenberghe (1799–1871) en Anne Barbe Walle (1799–1891). Hij was lid van het Davidsfonds Poperinge en werkte als apotheker in zijn geboortestad. Op 15 november 1865 huwde hij te Brugge met Mélanie Stéphanie Vercruysse (1841–1920). Samen kregen zij een zoon, Octave Marie Florimond Vandenberghe (°1879). Stanislas Vandenberghe overleed in Poperinge op 18 september 1920.
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
BronnenGeneanet
NaamBaeckeroot, Felix Augustus
Datums° Poperinge, 03/10/1839 - ✝ Poperinge, 13/07/1900
GeslachtMannelijk
Beroepbrouwer
BioFelix Augustus Baeckeroot werd geboren in Poperinge op 3 oktober 1839 als zoon van Napoleon Franciscus Baeckeroot en Amelia Delie. Hij was medestichter en lid van het Davidsfonds Poperinge en werkte als brouwer. Zijn echtgenote was Sophia Carolina Theresia Goetgheluck. Hij overleed in Poperinge op 13 juli 1900.
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
BronnenGeboorte- en overlijdensakte (Rijksarchief, Agatha)
NaamSchaloigne, Henri
Datums° Brugge, 15/07/1852 - ✝ Zarren, 26/07/1914
GeslachtMannelijk
Beroeppriester; geestelijk bestuurder; leraar; pastoor
BioHenri Schaloigne werd geboren in Brugge op 15 juli 1852, zoon van Alphonse, handelaar, en Susanne Van der Vicht. Op 1 oktober 1875 begon hij als leraar aan het college van Poperinge, waar hij tevens lid was van het Davidsfonds. Op 10 juni 1876 werd hij priester gewijd te Brugge. Op 3 mei 1884 werd hij geestelijk bestuurder van de zusters van ’t Gelove te Tielt. Op 24 augustus 1904 werd hij pastoor te Spiere, H. Hartkerk. Vervolgens werd hij op 17 november 1909 pastoor te Zarren, Sint-Denijskerk. Hij overleed in Zarren op 26 juli 1914. Zijn uitvaart vond plaats op vrijdag 31 juli om 10.30 uur in de Sint-Denijskerk van Zarren.
Links[odis]
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
NaamVan Merris, Elie Marie Paul; Van Merris, Elias Maria Paulus Cornelius
Datums° Poperinge, 04/02/1853 - ✝ Poperinge, 26/06/1894
GeslachtMannelijk
Beroepgrondbezitter
BioElie Marie Paul Van Merris werd geboren te Poperinge op 4 februari 1853 als zoon van Justus Carolus Ludovicus Josephus Van Merris en Maria Cornelia Silvia Van Renynghe. Hij huwde met Helene Lebbe. Hij was grondbezitter en lid van het Davidsfonds Poperinge. Hij overleed op 26 juni 1894 te Poperinge.
Relatie tot GezelleDavidsfonds Poperinge
BronnenGeboorte- en overlijdensakte (Rijksarchief, Agatha)

Naam - plaats

NaamAnzegem
GemeenteAnzegem
NaamKortrijk
GemeenteKortrijk
NaamPoperinge
GemeentePoperinge

Naam - instituut/vereniging

NaamDavidsfonds Poperinge
BeschrijvingDe Davidsfondsafdeling van Poperinge werd gesticht op 11 april 1879 met een voorlopig bestuur, en op 8 juni 1879 feestelijk ingehuldigd met een lezing van Guido Gezelle. De officiële bestuursverkiezing werd enkele keren uitgesteld en vond uiteindelijk plaats op 27 juli 1879. Dokter Louis Vander Heyde, die Gezelle kende van het Kleinseminarie Roeselare, was er voorzitter. Op 11 december 1881 sprak Gezelle er een tweede keer over de herkomst van de persoonsnamen van de leden. Na de dood van deken L.L. De Bo, besliste men op 12 november 1885 om een gedenkteken op te richten. Gezelle zette zich in om fondsen te werven en om architect J.B. Bethune aan te spreken voor het ontwerp. Hij sprak ook bij de inhuldiging op 28 september 1887 en werkte mee aan de gelegenheidspublicatie.
Datering1879-heden

Titel - ander werk

TitelHeliand
Datumca 825
TitelNotice historique sur la ville de Poperinghe
AuteurAltmeyer, Jean-Jacques
Datum1840
PlaatsGent
UitgeverL. Hebbelynck

Titel03/06/1879, Poperinge, Louis Vander Heyde aan Guido Gezelle
EditeurKoen Calis; Universiteit Antwerpen
Wetenschappelijke leidingEls Depuydt
Partners Openbare Bibliotheek Brugge (Guido Gezellearchief); Centrum voor Teksteditie en Bronnenstudie (Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal en Letteren); Instituut voor de Studie van de Letterkunde in de Lage Landen (ISLN) (Piet Couttenier, Universiteit Antwerpen); Guido Gezellegenootschap
UitgeverGuido Gezellearchief, KANTL/CTB
Plaats van uitgaveBrugge, Gent
Publicatiedatum2025
Beschikbaarheid Teksten en afbeeldingen beschikbaar onder een Creative Commons Naamsvermelding - Niet Commercieel licentie.
DisclaimerDe editie van de Guido Gezellecorrespondentie is het resultaat van een samenwerkingsproject met vrijwilligers. De databank is in opbouw, aanvullingen en opmerkingen kunnen gemeld worden aan els.depuydt@brugge.be.
Meer informatie over het vrijwilligersproject is te vinden op gezelle.be.
CiterenKoen Calis; Universiteit Antwerpen, Vander Heyde Louis aan Gezelle Guido, Poperinge (Poperinge), 03/06/1879. In: GezelleBrOn, Wetenschappelijke editie van de correspondentie van Guido Gezelle. 2025 Available from World Wide Web: link .
VerzenderVander Heyde, Louis
OntvangerGezelle, Guido
Verzendingsdatum03/06/1879
VerzendingsplaatsPoperinge (Poperinge)
Fysieke bijzonderheden
Drager 1 enkel vel, 208 mm x 135 mm
papier, wit
papiersoort: 1 zijde beschreven; zijde 1 met adres, inkt
Staat volledig
Toevoegingen op blanco zijde 2 in de linker- en rechterzijrand: taalkundige notities: heimen heinen // (heliand) wam wan; Breef (by misval) gehoord voor bleef // rezen & lezen id. gehoord; lane (de) soort van hand- // borstel met twee drie reken hair // Anseghem (purperen inkt, verticaal, hand G.G.)
Bewaargegevens
LandBelgië
PlaatsBrugge
BewaarplaatsGuido Gezellearchief
ID Gezellearchief5138
Bibliotheekrecordhttps://anet.be/desktop/gga/nl/opacgga/nr=tg:gga_6.10959
Inhoud
IncipitIk heb u onze vraag voor zondag
Tekstsoortbrief
TalenNederlands
De tekst werd diplomatisch getranscribeerd, en aangevuld met een editoriale laag.
De oorspronkelijke tekst werd ongewijzigd getranscribeerd; alleen typografische regeleindes en afbrekingstekens, en niet-betekenisvolle witruimte werden genormaliseerd.
Auteursingrepen in de tekst (toevoegingen, schrappingen), en latere redactie-ingrepen (schrappingen, toevoegingen, taalkundige notities) door de lezer werden overgenomen en expliciet gemarkeerd.
Voor een aantal tekstfenomenen werden naast de oorspronkelijke vorm ook editeursingrepen opgenomen in de transcriptie: oplossingen voor niet-gangbare afkortingen en correcties voor manifeste fouten. Daarnaast bevat de transcriptie editeursingrepen ter verbetering van de leesbaarheid (toevoegingen, reconstructies) of ter motivering van transcriptie-beslissingen (aanduiding van onzekere lezingen, weglating van onleesbare tekst). Alle editeursingrepen worden expliciet gemarkeerd.